Talen zijn de oplossing voor Europa

Voorafgaand aan de komende uitbreiding van de Europese Unie moet er een `Europese Talenruimte' worden gecreëerd die de kandidaat-lidstaten in eigen taal betrekt bij de Europese eenwording. Het zal de EU tot taalkundige supermacht maken, meent Rudolf Misset.

Op 1 januari begint het Europese jaar van de talen. Het is een gezamenlijk initiatief van de Raad van Europa en Europese Unie. De eerste is een aparte organisatie, met ruim 40 lidstaten, niet te verwarren met de `Europese Raad' van de EU, het overleg van regeringsleiders zoals dat eerder deze maand in Nice plaatshad. De Raad van Europa sluit verdragen en heeft twee officiële talen: Frans en Duits. De EU maakt wetgeving (richtlijnen en verordeningen) en heeft elf officiële talen. De EU gaat uitbreiden met staten, maar ook met talen.

De Europese Unie heeft nu elf `officiële en werktalen'. `Officiële talen' houdt in dat de regelgeving in al deze talen moet worden uitgevaardigd. De EU kan haar burgers niet in een vreemde taal gestelde regels opleggen. `Werktalen' betekent dat in al deze talen over de regelgeving wordt vergaderd. Een Nederlandse ambtenaar moet, in het Nederlands, het Nederlandse standpunt kunnen uiteenzetten over een in het Nederlands gestelde ontwerptekst. Dat is een fundamenteel Nederlands belang.

Met de eerste serie van zes toetredende staten worden ook het Ests, Pools, Tsjechisch, Hongaars en Sloveens EU-talen. Zesde kandidaat-toetreder is Cyprus. Het Grieks is al EU-taal. (Het Turkstalige deel van Cyprus is geen soevereine staat, dus kan geen lid worden. Een `confederatie' van de twee delen, zoals van Turkse zijde geopperd, is een hersenschim. De EU is zelf een confederatie. Een confederatie kan geen lid van een confederatie zijn.) Met de tweede serie van zes komen daarbij het Lets, Litouws, Slowaaks, Roemeens en Bulgaars. Zesde is Malta, waar het Engels een officiële taal is. Dat brengt het aantal EU-talen op 21.

Vrede op de Balkan vereist dat ook de andere staten daar toetreden. Niet het vroegere Servo-Kroatisch, maar het Kroatisch, Servisch en Bosnisch (Bosnaki, een afzonderlijke taal) worden EU-talen, evenals het Macedonisch (als onderscheiden van het Bulgaars), Albanees en Moldavisch (als onderscheiden van het Roemeens). In Noordwest-Europa kunnen Noorwegen en IJsland toetreden (als visserij en arctische landbouw worden geregeld) en van de vier dwergstaten Liechtenstein, San Marino, Monaco en Andorra heeft de laatste een eigen taal: het Catalaans. Dat zijn 30 EU-talen. Met het Turks gaat het aantal over de dertig heen.

Deze `vertaalslag' (het woord is van toepassing) van een tiental naar een dertigtal talen vraagt om aanzienlijke aandacht, inspanning en investeringen. Mijn wens is om daartoe in het Europese jaar van de talen een `Europese Talenruimte' (Espace Linguistique Européen) te scheppen. Er is ook een Europese Economische Ruimte (EER), ooit gevormd door de EG en de vrijhandelsassociatie EVA (Engelse afkorting EFTA). Laatstelijk stapten uit deze wachtkamer van de EER de Europese Unie binnen Zweden, Finland en Oostenrijk. De EER bestaat nu uit de 15 EU-staten en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Deel uitmaken van de Europese Talenruimte zal inhouden dat staten al in deze wachtkamer in de eigen taal worden betrokken bij de Europese integratie. Terstond wordt begonnen met het in al hun talen vertalen van het `acquis communautaire' (het geheel van Europese regelgeving); geïnvesteerd wordt in vertaalopleidingen en vertaaltechnologie; de bevolking neemt in de eigen taal deel aan de EU-initiatieven voor het e-Europa (de informatiemaatschappij, met name voor jongeren), voor de kenniseconomie en voor de betere toegang tot EU-documenten: alle EU-informatie, voor alle burgers, in alle talen.

Daarnaast is er de commerciële component. Nederlandse ondernemers doen met overheidssteun zaken op de Balkan, met het Programma Samenwerking Oost-Europa Plus. In staten binnen de Europese Talenruimte kan de Europese Unie hen taalkundig steunen, met vertalers en vertaaltechnologie. Voorts is er de culturele component. In de Europese Talenruimte wordt de literaire uitwisseling op dezelfde wijze bevorderd als in de EU. Hoeveel zou er nu vertaald zijn van het Ests in het Catalaans, of van het Kroatisch in het IJslands?

De Europese Unie wordt groter, de technologie ontwikkelt zich. De huidige computerondersteunde vertaler maakt, via spraakherkenning en vertaalmachine, plaats voor de vertalerondersteunde computer. Dit maakt vertalers vrij voor andere functies. Daarover is al nagedacht door een denktank van A- en L/A-ambtenaren van de EU. (A is universitair niveau; de L/A-rangen (L = linguïst) zijn in het ambtenarenstatuut gelijkgesteld met A-rangen.)

Deze denktank A-L/A ziet voor de L/A-ambtenaren functies als `taalkundig raadsman' (conseiller linguistique). Bij elk dossier dat door een burger wordt ingediend kan een taalkundig raadsman worden aangewezen, die zowel de taal van de indiener beheerst als ook die waarin het dossier wordt behandeld. De burger bekostigt zijn rechtskundig raadsman (advocaat), maar de taalkundig raadsman is voor rekening van de EU.

Voor de Europese eenwording is niets belangrijker dan de taal. Europa is een economische supermacht. Er is gekozen voor eenwording vanuit de economie. Eén markt, één munt. Daarna volgen buitenlands beleid en defensie. Maar welk middel leidt tot dat economische doel? Het recht. Europese regelgeving. En wat is het instrument van het recht? De taal. Elke rechtsregel, elk beroep daartegen, elke rechterlijke beslissing wordt in taal geformuleerd. Aldus wordt Europa verenigd door de taal.

De taal? De talen. Een Europese Talenruimte, nog voorafgaand aan de komende uitbreiding, maakt Europa allereerst tot taalkundige supermacht. Aan taalkundige raadslieden, en dan op alle ambtelijke niveaus, de taak om in die Talenruimte de talen, vertalers en vertaaltechnologie te integreren in de integratie. Een veeltalig Europa is geen noodzakelijk kwaad. Het is een noodzakelijk goed. Het Europa van de burgers is het Europa van de talen. De talen zijn daarom niet het probleem. Zij zijn de oplossing.

Mr. R. Misset is ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Talen Raad van Europa

In het artikel Talen zijn de oplossing voor Europa (in de krant van donderdag 28 december, pagina 6) staat dat de Raad van Europa twee officiële talen heeft: Frans en Duits. Dat moet zijn: Frans en Engels.