Saskia als een antiek mummieportret

In 1633 schilderde Rembrandt op een rechthoekig paneel een portret van zijn 20-jarige verloofde Saskia van Uylenburgh met wie hij in 1634 zou trouwen. Het portret, dat nu tot de collectie van het Rijksmuseum hoort, is niet meer wat het ooit geweest is. Van de rechthoek werd later een ovaal gemaakt en een beschadiging bij Saskia's linker mondhoek is zo ongelukkig gerestaureerd dat haar mond aan die kant een tikje ontevreden naar beneden hangt. Het gezicht van Saskia verloor hierdoor de zweem van een glimlach die Rembrandt erin had gelegd en het kreeg een wat geringschattende uitdrukking.

De schilder Emo Verkerk liet zich door dit gehavende portret inspireren tot een nieuwe beeltenis van Saskia. Hierbij gaf hij Saskia haar rechthoekige paneel terug, althans gedeeltelijk: het stuk eikenhout waarop hij haar schilderde is aan één kant zodanig afgebrokkeld dat het toch weer neigt naar een ovaal. Alle details die Rembrandt schilderde, zoals de plooien in Saskia's jurk en ook haar sieraden, liet Verkerk weg. Hij volgde Rembrandt alleen in grote lijnen en schilderde Saskia op zijn eigen manier, in snelle, grove streken. Het gezicht gaf hij een helderroze teint die bij Rembrandt ondenkbaar zou zijn en ze kreeg ook een nieuwe, ernstige, gelaatsuitdrukking.

De Saskia van Verkerk doet denken aan antieke mummieportretten, maar er is iets wat die associatie verstoort. Midden op haar boezem is, als een broche, een grote parelmoeren knoop geplakt. Die knoop maakt Saskia tot een pronte verschijning, wat ze bij Rembrandt ook is. Maar de knoop vormt ook een mal contrast met het ernstige gezicht, hij geeft het schilderij iets komisch. Als kijker kun je er slechts naar raden wat Verkerk ertoe bewoog die glanzende knoop op haar borst te plakken. Misschien is het een verwijzing naar de opvallende broches en hangers waarmee vrouwen in de zeventiende eeuw vaak werden afgebeeld. Maar wie weet zitten er andere overwegingen achter, of lag die knoop toevallig in de buurt en was het alleen maar een impuls om die op het schilderij te plakken.

Emo Verkerk scheept de kijker wel vaker op met zulke raadsels en ongerijmdheden. In het Fries Museum zijn zeventig portretten bijeen gebracht die hij sinds 1978 heeft gemaakt. Op de meeste portretten zijn bekende historische figuren te zien, van Jezus of Julius Caesar tot Multatuli en Vasalis. De personen zijn niet willekeurig gekozen, het zijn allemaal mensen die Verkerk fascineerden. In een interview vertelde hij een paar jaar geleden dat zijn portretten een `allegorisch dagboek' vormen: `De personen die ik schilder representeren gedachten of ideeën die me bezighielden of die me troffen.'

Verkerk gaat bij zijn portretten vaak uit van bestaande foto's of schilderijen. Welke dat precies waren valt meestal niet te traceren. Bij Saskia van Uylenburgh kon ik het niet laten om te kijken hoe Rembrandt haar had afgebeeld en zo stuitte ik op het schilderij uit 1633 dat Verkerk moet hebben geïnspireerd. Maar eigenlijk doet het er niet toe waar hij van uitging – een foto, een schilderij, of een beeld dat hij in zijn hoofd had. Zijn portretten zijn op zichzelf intrigerend genoeg. Het zijn niet alleen schilderijen, maar ook collages en assemblages van alle mogelijke materialen. Hij kruisigde een glazen Jezus op een ijzeren windvaan en maakte een wonderbaarlijk portret van Franz Kafka met behulp van een plaat marmer, stukken triplex en pitriet.

Verkerk is een meester in het treffen van net die ene typerende trek die een portret meteen herkenbaar maakt: de spitse kin van Kafka – uitgespaard in triplex –, de verwilderde ogen van Sartre, de sik van Berlage, de smalle kop van Beckett, de kuif van Jan Hanlo of de slaapwandelaarsblik van Stan Laurel.

Soms heeft hij ook aan die ene trek genoeg, zoals bij Sartre. Zijn portret is niet meer dan een papieren oogmaskertje dat met twee ijzerdraadjes aan de muur hangt. Op het maskertje schilderde Verkerk met slordige vegen Sartre's ogen achter hun dikke brilleglazen. Meer was inderdaad niet nodig, het is onmiskenbaar Sartre. Maar het is ook geestig en dat geldt voor meer portretten. Het bijzondere is dat die geestigheid nooit uitloopt op een karikatuur.

Wat Emo Verkerk ook doet, al volstaat hij met twee geschilderde ogen op een omgekeerde emmer, (Nora, de vrouw van James Joyce), hij drijft niet de spot met zijn modellen, hij heeft duidelijk andere drijfveren.

Er is geen ontwikkeling aan te wijzen in de portretten van Verkerk. Ze schieten alle kanten op en blijven onvoorspelbaar. Bij de expositie valt wel op dat hij de laatste jaren meer schilderijen heeft gemaakt en wat minder assemblages. Op die schilderijen beeldt hij zijn modellen vaak af bij de zee: Yeats, Vasalis, Poe en Frida Kahlo – ze staan met hun rug of hun gezicht naar de golven en Malcolm Lowry zwemt er zelfs in. Verkerk woont zelf aan zee, in Den Helder, en misschien was dit een manier om deze figuren dichterbij te halen. Het mooiste portret-aan-zee is dat van de dichteres M. Vasalis, die hij met dikke, pasteuze verf afbeeldde als een breekbaar dametje onder een dramatische, paarse regenlucht.

Tentoonstelling: Alles in de wind. Portretten van Emo Verkerk.

T/m 18/2 in Fries Museum, Turfmarkt 11 Leeuwarden.

Di t/m zo 11-17 u, 1/1 gesloten.