Rellen in Den Bosch waren niet zomaar een incident

De recente rellen in Den Bosch zijn terug te voeren op een gevoel van onbehagen dat ook in andere buurten van steden bestaat. Volgens Willem de Haan en Jan Nijboer dienen gezagsdragers de daar levende gevoelens van wantrouwen en machteloosheid serieuzer te nemen.

Van alle kanten is de afgelopen week naar verklaringen gezocht voor de rellen in Den Bosch. De verontwaardiging over het noodlottige en in de ogen van velen onnodige politiegeweld bij de aanhouding van een supporter van FC Den Bosch, verklaart niet de omvang van de rellen die hierop volgden.

Er is wel gewezen op bepaalde overeenkomsten met de rellen van drie jaar geleden in de Groningse Oosterparkbuurt. Uitkomsten van ons onderzoek naar de achtergronden en gevolgen van die gebeurtenissen in Groningen laten zien hoe diep de oorzaak van dergelijke rellen zit. Het moment waarop rellen uitbreken is bijna altijd onverwacht, de aanleiding meestal toevallig en te wijten aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden waarop niemand was voorbereid. Achteraf blijken de rellen echter niet zomaar `uit het niets' te zijn ontstaan. Ze hebben een voorgeschiedenis die hun aard en omvang begrijpelijk maakt.

Verklaringen moeten worden gezocht in dieper liggende gevoelens van wantrouwen en machteloosheid bij de voetbalsupporters en een deel van de bewoners van buurten die in de afgelopen decennia vaak ingrijpende veranderingen hebben doorgemaakt. Zij belichamen een specifieke buurtcultuur die kan worden gezien als een collectief antwoord op de opeenstapeling van problemen zoals langdurige werkloosheid of arbeidsongeschiktheid en uitkeringsafhankelijkheid, inkomensachteruitgang, status- en prestigeverlies, overlast door drugsverslaafden en jongeren met relatief weinig toekomstperspectief.

Het meest opmerkelijk aan de rellen in Groningen was dat volwassen buurtbewoners werkeloos toezagen hoe jongeren zich te buiten gingen aan vernielingen en openlijke geweldpleging. Het geweld tegen de politie werd oogluikend toegestaan en door een deel van de omstanders zelfs openlijk toegejuicht. In Groningen hebben we uitvoerig met jeugdige relschoppers en volwassen buurtbewoners gesproken. Het zijn over het algemeen mensen die voor hun gevoel te weinig greep hebben op hun eigen leefomstandigheden. Zij voelen zich achtergesteld, door gezagsdragers niet serieus genomen en voelen zich machteloos tegenover wat er over hun hoofden voor hen wordt beslist.

In deze situatie is een gevoel van saamhorigheid ontstaan dat soms sterk wordt geromantiseerd en onder andere vorm krijgt in de grote betrokkenheid bij het wel en wee van de plaatselijke voetbalclub. Teleurstelling over de tegenvallende resultaten, ergernis over `gerommel in het bestuur' en angst voor het voortbestaan van de club in het betaalde voetbal, versterken het gevoel speelbal te zijn van beslissingen van anderen.

Het resultaat van dit alles is een collectief en diepgeworteld wantrouwen tegenover autoriteiten en met name tegenover de politie. Het zijn deze dieper liggende gevoelens van wantrouwen en machteloosheid die door gebeurtenissen zoals recentelijk in Den Bosch worden versterkt. De jongeren geven daadwerkelijk uiting aan de in hun omgeving levende ressentimenten. Meer dan vaak wordt verondersteld, weten zij zich bij hun gewelddadige optreden openlijk of stilzwijgend door volwassenen gesteund.

Dat het vervolgens uit de hand loopt is voor een deel het onbedoeld gevolg van de pogingen van het bevoegd gezag om de situatie onder controle te houden. De premature en in de ogen van betrokkenen pertinent onware uitspraken van de autoriteiten over de toedracht bij de aanhouding evenals het afgelasten van de voebalwedstrijd van FC Den Bosch worden door de betrokken supporters ervaren als onaanvaardbare ingrepen van hogerhand. Bewoners van de Bartjeswijk zijn verontwaardigd over het ophalen van de bruggen en hebben weinig goede woorden over voor het optreden van de mobiele eenheid van de politie.

Bij de verdere gang van zaken vormt ook het optreden van de media – zoals zo vaak – een complicerende factor. Het beeld van aard en omvang van de ongeregeldheden is vaak buiten proporties. Omdat het hele land over hun schouder meekijkt, komen bestuurders onder immense druk te staan. Buurtbewoners ergeren zich aan het opdringerige gedrag van journalisten en worden kwaad wanneer zij horen en zien hoe hun buurt in de media wordt afgeschilderd. Zo wordt de beeldvorming gaandeweg een deel van het probleem.

Essentieel is en blijft een eerlijke en open informatievoorziening door het bevoegd gezag. In dit soort situaties zitten mensen zeker niet te wachten op officiële woordvoerders die meteen al een oordeel klaar hebben en bij voorbaat het optreden van politie, justitie en bestuur goedpraten. In eerste instantie zit er in dergelijke situaties vaak niets anders op dan de uit de hand lopende situatie met man en macht beheersbaar te houden of zo snel mogelijk weer beheersbaar te maken. Daarna is het tijd voor bezinning hoe de schade te herstellen en herhaling te voorkomen.

De ervaring in Groningen leert dat het mogelijk is om juist de bij betrokkenen aanwezige sociale cohesie en collectieve weerbaarheid te benutten om de onstane vertrouwensbreuken te herstellen. In Groningen zijn burgemeester en wethouders niet alleen snel naar de wijk toegegaan om met buurtbewoners en organisaties in de buurt te praten. Sindsdien is het gemeentebestuur gesprekken blijven voeren met vertegenwoordigers van de buurt over wat er gezamenlijk aan schade- en vertrouwensherstel kan worden gedaan.

Misschien niet het belangrijkste maar wel het meest directe aangrijpingspunt om uitbarstingen van vernielingen en geweld zoveel mogelijk te voorkomen, ligt in een verbetering van de relatie van de politie met de betreffende jongeren en volwassen buurtbewoners. Uit de resultaten van ons onderzoek blijkt dat van de kant van de politie met succes pogingen kunnen worden ondernomen om wantrouwen bij jongeren en buurtbewoners weg te nemen. De Groningse politie is er in geslaagd een sterkere positie in de Oosterparkbuurt in te nemen, meer persoonlijk contact met de jongeren in die buurt op te bouwen en hen waar nodig en mogelijk te helpen. Niet dat daarmee in een keer alle problemen zijn opgelost. Maar de ontwikkelingen in Groningen zijn zonder meer positief en wijzen in de goede richting. De scherpste kanten van de problemen zijn er inmiddels wel vanaf.

De belangrijkste les van dit alles is dat gezagsdragers de bij delen van de bevolking levende gevoelens van wantrouwen en machteloosheid serieuzer zouden moeten nemen dan nu nog vaak gebeurt. Politie, justitie, bestuur en politiek overschatten nog te vaak de mate van instemming voor hun beleid.

Willem de Haan en Jan Nijboer zijn respectievelijk hoogleraar en universitair hoofddocent criminologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.