`Pas na Duits BSE-alarm konden we iets doen'

Nieuwe gevallen van BSE in Duitsland leidden tot een kerstoffensief in Nederlandse supermarkten. Maar hoe veilig is vleeswaar uit Italië en Spanje?

,,Nu Duitsland zelf zijn vleesproducten onveilig heeft verklaard kunnen we daadwerkelijk iets doen.'' Aldus verklaart een woordvoerder van het ministerie van VWS de moeilijk te begrijpen strategie van het ministerie bij het bestrijden van BSE-risico.

Nadat zich in Zuid-Duitsland enkele gevallen van de gekke-koeienziekte hebben voorgedaan worden vleeswaren uit het buurland in één nacht uit de schappen van alle Nederlandse supermarkten gehaald. Maar de worsten uit Italië, Spanje of vleeswaren uit Griekenland blijven liggen. In deze landen gold tot 1 oktober net als in Duitsland geen verbod op verwerking van `risico-materiaal' in vleeswaar. ,,Die landen houden zich gewoon aan de regels en als men daar niets ongewoons meldt, kunnen we de producten niet tegenhouden'', aldus de woordvoerder van VWS. Uit ongerustheid over de afwachtende houding van de Nederlandse overheid heeft het Centraal Bureau voor de Levensmiddelenhandel, die de supermarkten vertegenwoordigt, twee maanden geleden reeds een stevige controlemaatregel ingevoerd. De importeurs van buitenlandse vleeswaren waar vlees van runderen in verwerkt is, eisen sinds eind oktober een slachtverklaring waaruit moet blijken dat geen risico-materiaal is verwerkt bij de bereiding.

In 1997 adviseerde het Scientific Steering Committee (SSC), adviesorgaan van de Europese Commissie in de BSE-crisis, dat uit geslachte runderen de risico-organen (SRM) moesten worden verwijderd. Verwerking van SRM in diervoer verhoogt de kans op verspreiding van de gekkekoeienziekte BSE. En het gebruik van geïnfecteerd SRM-materiaal in producten voor menselijke consumptie (o.a. worsten, gelatine en snoep) verhoogt bij de mens de kans op een besmetting met een variant van de hersenziekte Creutzfeldt-Jakob.

SRM-materiaal zijn hersenen, ogen, tonsillen en ruggenmerg van runderen ouder dan één jaar. Een (nationaal) verbod op het verwerken van SRM geldt in Groot-Brittannië, waar de meeste gevallen van gekkekoeienziekte zijn waargenomen, sinds 1990. In Zwitserland geldt het verbod sinds 1996, in 1997 volgden Nederland en Ierland. Een jaar later verboden Luxemburg, België, Frankrijk en Portugal de verwerking van SRM en begin dit jaar volgde Denemarken.

Landen als Duitsland, Spanje, Italië, Griekenland, Oostenrijk en Zweden hebben een Europees verbod op de verwerking van SRM afgewacht. Dat is sinds 1 oktober van dit jaar van kracht Het zal enige maanden vergen voor het werkelijk effectief is. Vanaf 31 maart 2001 is de invoer van het risico-materiaal uit derde, buiten de EU gelegen landen, verboden.

Volgens verschillende woordvoerders heeft het alarm over de mogelijk met BSE besmette Duitse vleesproducten niet alleen de onrust over deze waar aangewakkerd. Betrokkenen verwachten dat de inrichting van zowel een Europees als een nationaal voedselveiligheidsbureau een veel hogere urgentie heeft gekregen.

Intussen worstelt de politiek met de vraag waarom de Duitse instanties eind vorige week niet per fax een zogenoemd rapid alert hebben verspreid over de ontdekking van BSE-gevallen in Zuid Duitsland. De keuringsdiensten ontvangen regelmatig dergelijke waarschuwingen. ,,Met zo'n rapid alert hadden we zeker een stuk sneller kunnen werken'' , zegt een woordvoerder van het ministerie van VWS. De eerst-verantwoordelijke afdelingen op het departement, in het bijzonder ook de keuringsdiensten voor waren, moesten het afgelopen donderdag doen met een uitspraak van de Duitse minister A. Fischer (Volksgezondheid) dat rundvleesprodukten van voor 1 oktober dit jaar eigenlijk niet meer geschikt waren voor consumptie.

Ondanks het uitblijven van een fax werd hierover op het ministerie in Den Haag al vrij snel een bijeenkomst belegd. ,,Wat te doen?'', luidde de vraag met als complicatie dat de minister zelf afwezig was. De vraag werd evenwel ook aan de Europese autoriteiten in Brussel voorgelegd. Op vrijdagmorgen kwam er een mededeling dat maatregelen nodig waren om verdere handel in Duitse rundvleesproducten te stoppen.

Tijdens de lunch vergaderden bij VWS ambtenaren van de beleidsdirectie, de top van de keuringsdienst van waren en enkele voorlichters. Vervolgens werd contact opgenomen met de (afwezige) directeur-generaal, die op zijn beurt weer contact zocht met minister Borst. De laatste belde met haar collega Brinkhorst (Landbouw), waarna een tweeledig besluit werd genomen: een officieel advies via de media aan het publiek om geen Duitse rundvleesproducten te kopen en een oproep aan het bedrijfsleven om deze spullen, meestal samengesteld, zoals worsten en andere vleeswaren uit de schappen te halen.

Vrijdagavond rond een uur of acht werden de direct betrokken koepelorganisaties gewaarschuwd. Een lastiger tijdstip was nauelijks denkbaar, zo vlak voor het extra lange kerstweekeinde. Tegelijk werd afgesproken dat de (regionale) Keuringsdiensten op de zaterdag voor Kerst en ook gisteren en vandaag extra controles en hercontroles zou uitvoeren. Intussen werd gewerkt aan de samenstelling van een lijst met verdachte producten, die uiteindelijk tussen de vijftien en twintig soorten bevatte.

In het hoofdkantoor van het CBL in Leidschendam was Miranda de Boer met een aantal collega's die nacht tot twee uur in touw om alle hoofdkantoren van de supermarktketens telefonisch in te lichten en te overtuigen van de noodzaak om maatregelen te nemen. Op de hoofdkantoren moest vervolgens via de inkopers worden uitgezocht welke producten men in huis had die in aanmerking zouden komen. Via de hoofdkantoren werden uiteindelijk de plm. 5000 supermarkten in ons land gewaarschuwd. De meeste filialen begonnen zaterdagmorgen in alle vroegte aan het opruimen van de Duitse vleeswaar.