Onduidelijk Handvest

HET EUROPEES VERDRAG voor de rechten van de mens is bedoeld voor plaatsen waar - anders dan in Nederland - de rechten van de mens niet worden gerespecteerd. Zo merkte een hoge Nederlandse magistraat in de jaren na de oorlog fijntjes op na de introductie van dit belangrijke instrument van het internationale recht, dat zelfs boven onze eigen wetten is gesteld. De boodschap was duidelijk: een net land als Nederland hoeft zich niet ongerust te maken. Het pakte minder onschuldig uit. Het nette Nederland is herhaaldelijk bij het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg op de koffie geweest voor kwesties als gebrekkig militair tuchtrecht, de Krankzinnigenwet en zelfs twee keer voor het gebruik van anonieme getuigen.

Hoe zal het gaan met het nieuwe Handvest voor de rechten van de mens van de Europese Unie, dat met enige plechtigheid is aangenomen op de Europese Top van Nice? Het document heeft de status van een verklaring, niet van een juridisch bindend instrument zoals het Europees verdrag voor de rechten van de mens. De regering heeft daarop in navolging van de Raad van State steeds de nadruk gelegd om concurrentie tussen de twee mensenrechtencatalogi te voorkomen, want er is de nodige overlap. De enige echte oplossing blijft dat de EU als blok toetreedt tot het Europees verdrag voor de rechten van de mens zoals al haar lidstaten al hebben gedaan.

ER ZIJN OOK inhoudelijke redenen voor behoedzaamheid met het Handvest. Het stuk draagt sporen van nationaal hobbyisme, zoals een clausule over publieke diensten, een Frans stokpaardje. Bepaalde nieuwe Europese rechten (dienstweigering, ontslagbescherming) zijn zo geclausuleerd dat zij in feite betekenisloos zijn. Vooral het Verenigd Koninkrijk heeft zich daarvoor ingezet. Er zijn onevenwichtigheden: het recht op vrij ondernemerschap wordt gepromoveerd tot recht van de mens, maar het sociale grondrecht op huisvesting ontbreekt. En dan wordt ook nog eens gestrooid met algemene formuleringen die een bron van onduidelijkheid zijn zoals de Raad van State waarschuwde. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de gronden waarop beperkingen kunnen worden aangebracht op de geproclameerde rechten van de mens. Het Handvest volstaat met een algemeen artikel dat de precisie - en dus het respect voor de verleende rechten - niet ten goede komt.

Wat is nu eigenlijk de bedoeling van het charter? Het richt zich tot de Unie en niet direct tot de lidstaten. Deze hebben zelf al de rechten van de mens erkend in hun grondwetten. De Unie heeft dat niet en kan, bijvoorbeeld als het gaat om transparantie van bestuur, best een steuntje gebruiken. Ook hier is echter onduidelijkheid troef. De Raad van State wijst er op dat een groot aantal bepalingen (dubbele bestraffing, kinderarbeid, gezinsleven) vrijwel alleen kunnen spelen in de nationale context en niet in die van de EU waarop het Handvest zich richt. Bovendien is onduidelijk of instellingen als Europol onder het Handvest vallen.

ALLE BEDENKINGEN nemen niet weg dat het charter voorziet in een behoefte tot uitdrukking te brengen dat het in de Europese Unie om meer gaat dan alleen marktwerking. Staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) spreekt van een waardevol halffabrikaat dat alleen nog verder moet worden gepolijst om zijn toegevoegde waarde te bewijzen. Waarom hebben de regeringsleiders daarop nog niet even gewacht? Het antwoord heeft alles te maken met de bescheiden resultaten van Nice. De Franse gastheer Chirac had het Handvest hard nodig om de bleke uitkomst van een glimlichtje te voorzien.

Het Handvest valt nog in een ander opzicht niet los te zien van deze top, die in het teken stond van de institutionele hervormingen van de Unie. Sommigen zien in het Handvest een eerste opstap naar een volwaardige Europese constitutie. Anderen zien echter niets in zo'n Europese grondwet. Het Handvest deelt, of men wil of niet, in deze controverse. Ook al verdienen de rechten van de Europese mensen beter.