Mogelijk besmet vlees in de handel

Nederlandse supermarkten en delicatessenwinkels verkopen na het alarm over Duits rundvlees nog steeds producten die mogelijk besmet zijn met BSE. Het betreft vlees uit onder meer Italië, Spanje en Griekenland.

Deze landen hebben net als Duitsland het gebruik van risicomateriaal (SRM), zoals hersenen en ruggenmerg, toegestaan tot 1 oktober en mogelijk nog langer.

De risico's van buitenlandse vleesproducten – zoals salami, bresaola en pastrami – zijn bekend bij het ministerie van Volksgezondheid. Minister Borst liet de Tweede Kamer vorig jaar weten dat strikte toepassing van het beleid moest leiden tot een importverbod van diermeel, veevoer, petfood en gelatine uit BSE-vrije lidstaten ,,vanuit de veronderstelling dat niet uitgesloten kan worden dat SRM als grondstof is gebruikt''.

Zij besloot niet tot een importverbod omdat het niet ,,realistisch'' zou zijn. Door zo'n verbod zou ,,vrijwel de gehele handel in diermeel en levensmiddelen met ingrediënten van dierlijke oorsprong'' stil komen te liggen. De minister, in haar brief van 25 oktober 1999 aan de Kamer: ,,Een dergelijk verbod is niet realistisch en waarschijnlijk niet afdwingbaar.''

Het Centraal Bureau voor de Levensmiddelenhandel (CBL), de koepelorganisatie van supermarkten, heeft anderhalve maand geleden uit ongerustheid over de houding van de Nederlandse overheid reeds een controlemaatregel ingevoerd om de risico's van besmetting te beperken. Volgens een woordvoerder van het CBL hebben alle importeurs van vleesproducten het bindend advies gekregen om een zogenoemde slachtverklaring te vragen aan de leveranciers. Uit zo'n verklaring moet blijken dat bij het bereiden van de vleeswaren geen risico-organen zijn verwerkt.

Het Europees verbod op verwerking van risico-organen is ingegaan op 1 oktober. De Nederlandse viroloog A. Osterhaus, lid van het Scientific Steering Committee (SSC), dat de Europese commissie in de BSE-crisis adviseert, verwacht echter dat het enige maanden zal duren voordat de maatregel in de Unie effectief is.

Het SSC gaf in 1997 al het advies om risico-organen (hersenen, ogen, tonsillen en ruggenmerg) te verwijderen bij de slacht en die niet meer te verwerken. Duitsland, Spanje, Italië, Oostenrijk, Griekenland, Finland en Zweden wachtten met de invoering tot afgelopen oktober. Het SSC achtte het in juli aannemelijk dat ook in Duitsland, Spanje en Italië BSE voorkomt. Sindsdien zijn in Duitsland zes gevallen ontdekt.

Duitse deskundigen hebben nu geadviseerd om ook schapen op BSE te testen. De oorzaak van de dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob ligt waarschijnlijk in het eten van met BSE besmet vlees.

DOSSIERwww.nrc.nl