L&H doet opnieuw verzoek om surseance

Het Vlaamse spraaktechnologiebedrijf Lernnout & Hauspie (L&H) heeft gisteren bij de rechtbank van koophandel in Ieper opnieuw om uitstel van betaling gevraagd. Begin deze maand had de rechtbank een aanvraag afgewezen wegens onvoldoende gegevens. De rechter sprak zelfs van een ,,armoedig'' herstructureringsplan. De top van L&H had eerder nog aangekondigd dat het bedrijf bij het gerechtshof in Gent in beroep zou gaan.

Gisteren deelde een woordvoerder van L&H mee dat nu toch voor een nieuwe surceance-aanvraag bij de Ieperse rechtbank is gekozen, omdat bij een dergelijke aanvraag meteen bescherming tegen schuldeisers intreedt. President-commissaris Roel Pieper zei onlangs nog dat potentiële investeerders belangstelling hebben voor bedrijfsonderdelen van L&H en dat mede op basis hiervan aan een herstructureringsplan werd gewerkt. De Ieperse handelsrechter, die de zaak op 3 januari behandelt, had L&H zelf uitgenodigd met een beter dossier terug te komen. Belangrijkste schuldeisers zijn banken (o.a. KBC en Fortis) die voor ruim een miljard gulden kredieten verstrekten.

Het nieuwe dossier bevat volgens L&H ,,geactualiseerde'' cijfers, waarin ook een onlangs naar buiten gebrachte interne audit is verwerkt. Uit dit intern onderzoek bleek dat in de boekhouding voor mogelijk 277 miljoen dollar is gefraudeerd. Eerder had L&H al toegeveven dat de financiële verslagen ,,fouten en onregelmatigheden'' bevatten. Het interne audit- rapport leidde maanden geleden al tot het vertrek van de managementop van L&H. Ook oprichter Pol Hauspie moest weg. Mede-oprichter Jo Lernout zit nog wel in het bestuur.

De handelsrechter in Ieper heeft intussen een verslag gevraagd van drie voorlopige bewindsvoerders, die werden aangesteld op verzoek van het namens duizenden gedupeerde kleine aandeelhouders optredende bureau Deminor. De bewindvoerders maakten een inventaris van het L&H's vermogen.