Legalisering van illegalen is zowel klucht als ramp

De grootscheepse legalisering van illegalen in België dreigt door bestuurlijk onvermogen en politiek gekonkel op een fiasco uit te lopen.

De illegale Somaliër die in januari samen met zo'n 50.000 andere illegalen in België een aanvraag tot regularisatie heeft ingediend – is die wel Somaliër? De Regularisatiecommissie vindt van wel, en adviseert de minister van Binnenlandse Zaken de man een Belgisch paspoort te geven. Een tolk heeft immers gezegd dat hij Somaliër is. Maar andere Belgische instanties geloven er niets van. Zij sturen het dossier terug naar de Regularisatiecommissie met de boodschap: overdoen.

Dit is maar één voorbeeld uit een lange serie misverstanden en misstappen die ertoe leidt dat de meest grootscheepse legalisatie-operatie van illegalen in de Belgische geschiedenis op een fiasco dreigt uit te lopen. De deadline, 1 juli 2001, wordt misschien nog gehaald, maar de inhoudelijke afhandeling van de 32.000 dossiers is grotendeels verziekt door politiek getouwtrek, onervarenheid binnen de `onafhankelijke' Regularisatiecommissie, wantrouwen tussen de minister en de Commissie, geruzie bínnen de Commissie en andere Byzantijnse intriges. De hele operatie mag, om met een ingewijde te spreken, ,,gerust een bedrijfsmatige ramp'' genoemd worden.

Anderen spreken van ,,een vaudeville, een klucht, een soap''. De regularisatie was vorig jaar bedacht om, in de woorden van de net aangetreden regering-Verhofstadt, ,,schoon schip te maken met het verleden en een nieuw migratiebeleid mogelijk te maken''. Pas als de vele tienduizenden illegalen in België een duidelijke status krijgen (legaal blijven of vertrekken), was de redenering, kunnen nieuwe regels worden bedacht voor toekomstige migranten. Maar als de operatie één ding aantoont, is het wel dat `beleid' in het gevoelige Belgische migratiedossier ook onder deze regering weinig meer is dan dweilen met de kraan open.

Het ging al meteen mis. Op 10 januari 2000 kregen illegalen drie weken de kans om een regularisatie-aanvraag in te dienen. Zij moesten aan een paar criteria voldoen: een aantal jaar in België verblijven, aantoonbare familiebanden hebben in België, legaal werk hebben of bijvoorbeeld zwaar ziek zijn. 52.000 illegalen meldden zich, tienduizenden anderen niet, omdat ze dachten dat ze toch geen kans zouden maken. Omdat met name de Franstalige socialisten de Belgische Dienst Vreemdelingenzaken te repressief vonden (,,Net de SS'', zeiden sommigen), hadden zij de oprichting van een onafhankelijk orgaan doorgedrukt. Deze Regularisatiecommissie zou minister Antoine Duquesne van Binnenlandse Zaken adviseren wie wel, en wie geen permanente verblijfsvergunning zouden krijgen.

In maart werd de samenstelling van de Commissie en haar acht `kamers' die twijfelgevallen onderzoeken, bekend. In die kamers zitten magistraten, vertegenwoordigers van non-gouvernementele organisaties en advocaten. De meesten hebben zich vrijwillig gemeld, wat volgens een ingewijde heeft geleid tot ,,een oververtegenwoordiging van mensen die al goed geld hebben verdiend aan het promoten van de rechten van illegalen''.

In juni ging de Commissie aan de slag. Het regende meteen verwijten, onderling: sommigen zouden alle illegalen aan papieren willen helpen, anderen zouden juist te streng zijn. Sommige politieke partijen zetten `hun' Commissieleden stevig onder druk. Echte criteria om dossiers te beoordelen bestonden nog niet. En ze komen ook niet van de grond, door het politieke gehakketak en het gebrek aan ervaring van de meeste Commissieleden. Het hoofd van de kamers en de voorzitter van de Commissie konden al na een paar weken niet meer door één deur.

In oktober sloegen organisaties die zich over het lot van de illegalen ontfermen, alarm: de Commissie zou zó traag werken, dat de illegalen met sint-juttemis nog niet weten waar ze aan toe zijn. Didier Vanderslycke, die namens het Steunpunt Mensen Zonder Papieren in één van de kamers zit, zegt dat de Commissie sinds begin juli ,,al 3.800 dossiers heeft afgehandeld, waarvan de minister er maar 500 heeft getekend. De rest blijft op zijn bureau liggen, of die stuurt hij weer terug naar ons''.

De minister antwoordde dat de Commissieleden zich als ,,schoolkinderen'' gedroegen, waardoor er geen lijn zat in haar adviezen. Kortom, hij vertrouwde haar oordeel niet. Maar hij gaf toe dat sommige dossiers bij hem óók vertraging oplopen, omdat hij moet checken of de aanvragers geen gevaar zijn voor de openbare orde. In België bestaat geen centrale justitiële databank, vandaar. De minister moet dus alle parketten in het land langs voor het screenen van Afrikaanse of Aziatische namen die soms op twintig manieren kunnen worden gespeld.

Dat haastige spoed in dit opzicht zelden goed is, weet de minister intussen ook. In augustus keurde hij de regularisatie van de Rwandese non Consolata Mukangango goed, alias Zuster Gertrude. Maar in september trok hij het besluit in. De non, zo bleek na weken spitten in de archieven van de Dienst Vreemdelingenzaken, moet in België terechtstaan wegens medeplichtigheid aan de moord op vele Tutsi's in 1994. `Ja zuster, nee zuster', kopte een Belgisch weekblad sarcastisch.

Eind oktober traden twee prominente leden van de Commissie af. Zij waren de interne ruzies beu. Dat de minister de Commissie die week ,,een speeltuin'' noemde, was volgens sommigen de druppel die de emmer deed overlopen. Anderen zeggen dat die speeltuin nog een eufemisme was. Intussen bracht de tweespalt in de Commissie ook malafide figuren op het idee een gokje te wagen. Een Commissielid kreeg honderdduizend gulden aangeboden als hij vijftig dossiers met goed gevolg door de molen loodste. Hij weigerde.

Bijna een jaar geleden deden de illegalen hun regularisatie-aanvraag. Amper vier procent van die aanvragen is nu afgehandeld: 1.600 krijgen een Belgische verblijfsvergunning, 195 niet. Begin december demonstreerden illegalen tegen de vertragingen. Zij lijken hun zin te krijgen, al was het maar omdat de meeste betrokkenen liever vandaag dan morgen van deze genante vertoning af willen.

Om de streefdatum van 1 juli te halen, kondigde minister Duquesne een `beheersplan' af: er moeten vaste criteria komen, en de Commissie moet 4.000 dossiers per maand afhandelen. Dat betekent dat ze vooral snel moet werken. `De deadline halen' is immers het enige doel dat misschien nog haalbaar is – al loopt dat gevaar doordat het overbelaste personeel vorige week stiptheidsacties begon. Het oorspronkelijke doel, regularisatie per individu beoordelen, is verlaten. ,,We gaan naar een bijna-algehele regularisatie toe'', constateert een van de betrokkenen. En dat was nu precies niet de bedoeling van de hele operatie.