Historisch utopia

Tot mijn spijt heb ik nooit een wielewaal gehoord. Niet in het echt tenminste. Wel op de vogel-cd en ook vorige week in De zomer van 1823: In het voetspoor van Jacob van Lennep. Op de achtergrond van de omzwervingen van Geert Mak was zijn lied van dudeldjoo gezet en anders niet. Ik ben bang dat er in het voetspoor van Mak heel wat mensen tevergeefs willen gaan luisteren in dat Groningse hoogland, mooi omdat het zo on-Nederlands leeg is.

Mak trok met zijn aanlokkelijke metaforen al hele stoeten bedevaartgangers naar het Friese Jorwerd en ook die herberg in Steenwijk van gisteren zal zich deze zomer op volle parkeerplaatsen kunnen verheugen. Er is zelfs een boek bij de uitzending, zodat je de route van Jacob van Lennep en zijn vriend Dirk van Hogendorp precies kunt volgen en de meesten zullen dat niet zoals Mak te voet maar met de auto doen. Ik stel me deze zomer volle dijkweggetjes voor en een plan voor een hagelwit bungalowpark, Lennepborgh.

Nu past deze historische voettocht van Mak goed in de missie van een omroep met de naam RVU, de radio volksuniversiteit, die normaal urenlang zonder pointe beelden van de Hema of van een kalverslachterij achter elkaar pleegt te plaatsen.

Het dagelijkse leven van 1823 is een beter onderwerp. Ook deze negendelige serie heeft de enigszins slordige RVU-aanpak. Met Mak zwerft een losse stem mee van een andere maker, Theo Uittenbogaard. Die hadden ze net zo goed weg kunnen laten. Je wil de hele tijd omkijken om te zien van wie die stem is maar dan zie ik de muur van mijn eigen kamer.

Het sterkst zijn de afleveringen met veel archiefbeelden. Schilderijen uit die tijd van overstromingsrampen, stadstaferelen en ook zwartwitfilm, want de ellendige toestanden in natte woonholen, kelderwoningen en plaggenhutten zijn tot ver in de twintigste eeuw blijven voortbestaan. Zo kon Van Lenneps beschrijving van een soort heks worden geïllustreerd door het zwart-wit filmpje van een oude vrouw die buiten een turfvuur stookte. De Drentse kolonisten waren arme gezinnen uit grote steden en van hun omstandigheden bestaan veel foto's en films. Ook het historische programma Andere Tijden had ellendige woonomstandigheden laten zien in de vroegere Jordaan als tegenwicht bij de nostalgische dramaserie over Johnny Jordaan.

Zodra Mak in het centraal verwarmde heden arriveert, kan ik me de wandluizen en schurft niet meer voorstellen. In een lege gelagzaal van een herberg die ook toen bestond wordt Van Lenneps beschrijving voorgelezen over de ,,fraaie lokken'' van een freule. ,,De hoge japon bedekte met tegenzin haar aantrekkelijk rijzende boezem''. Die zin werkt op de fantasie maar zodra ik dan de ruiten kleedjes op de gedekte tafeltjes in beeld zie, stel ik me een busgezelschap etende 65-plussers voor. Bij Lemmer zag ik Mak aan een prakje dat het midden hield tussen een schep donkerrode kool en een homp doorbakken vlees. Dat zal indertijd niet beter zijn geweest.

Waarom moet ik de neiging tot idealiseren van het verleden onderdrukken? Met al die hedendaagse gemakken is het bestaan nu zoveel eenvoudiger dan toen. Toch droom ik weg bij de gedachte aan een voettocht over een weg door landschapscoulissen zonder auto's, Vinexwijken of bestemmingsplannen. Uiteindelijk stel je je dan toch het gerestaureerde en opgeverfde heden voor. Mak kan nog zo goed vertellen over het zompige moeras waar het duo doorheen baggerde, in beeld staat de keurig begaanbare asfaltweg die er nu loopt.

De historische utopia's, waar het verleden wordt gezien vanuit hedendaags comfort, zijn populairder dan sciencefiction. Behalve uitgave van een boek over de voettocht, zou de RVU de verzamelde beelden en geluiden kunnen zetten op dvd. Je zou elk tijdperk virtueel kunnen herscheppen in een historische kaart van Nederland. Je tikt Winsum aan en je ziet boeren en marskramers op modderwegen. In de huiskamer. Dan blijven die schilderachtige dijk-weggetjes in het echt leger. De uitstekende website (www.jacobvanlennep.nl) met kaartjes, foto's, schilderijen, dagboekfragmenten en stukjes film realiseert al een deel van deze droom.

    • Maarten Huygen