Het raadsel van de onopvallende foto

Het klassieke fotografietijdschrift met z'n herkenbare mix van portfolio's, cameratesten, beschouwingen en boekbesprekingen heeft de laatste jaren meer en meer concurrentie gekregen. Menig architectuur- en kunsttijdschrift mag vanwege het overdadige beeldgebruik inmiddels gerust fotoblad genoemd worden, om nog maar te zwijgen van reclametijdschriften als het modeblad Dutch of het door de NS gefabriceerde Rails.

Daarnaast duiken er steeds vaker kleine alternatieve uitgaven op. Hun verschijningsfrequentie is laag, vaak niet meer dan een of twee keer per jaar. Reclame of techniek bevatten ze niet; de wereld die erin wordt behandeld is vooral die van de persoonlijke bezigheden en belangstelling van de redactieleden. Tijdschrift heten ze eigenlijk alleen vanwege hun omvang en (on)regelmatige verschijning. In feite zijn het kleine boekjes.

Aan twee van dergelijke alternatieve tijdschriften, het in 1998 opgerichte Sec. en het nieuwe Useful Photography, is momenteel – naast een kleine gecombineerde presentatie met werk van de Nederlandse Martine Stig en de Spanjaard David Jiménez – een tentoonstelling gewijd in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam.

Het exposeren van (of uit) een tijdschrift is natuurlijk geen eenvoudige zaak. Muur en pagina zijn tenslotte heel verschillende media die ieder hun eigen eisen stellen. Een foto die het op een pagina goed doet, kan aan de muur haar kracht volledig kwijtraken. Een foto die aan de muur als een statement oogt, kan in een boek of tijdschrift in het niet verzinken.

De makers van Useful Photography (een initiatief van onder meer reclamemaker Erik Kessels en de fotografen Hans Aarsman, Hans van der Meer en Julian Germain; het blad moet een keer per jaar verschijnen) kozen voor het simpelweg uitvergroten van foto's uit hun tijdschrift. De makers van Sec. hebben de oorspronkelijk voor het tijdschrift ontworpen dubbele pagina's tegen de wand gehangen waarna het geëxposeerde (inclusief kijkend publiek) weer werd gefotografeerd om in de definitieve versie van het tijdschrift te verschijnen. De eerste vorm is simpel, de tweede bewerkelijk en voor beide valt wel iets te zeggen. Ware het niet dat de inhoud in beide gevallen tamelijk mager is.

Useful Photography staat in het teken van de alledaagse pretentieloze gebruiksfotografie zoals die te vinden is in reclamefolders, gebruiksaanwijzingen en warenhuis- en postordercatalogi.

Pakweg negentig van dergelijke opvallend onopvallende foto's bedekken zij aan zij en van onder tot boven één zaalwand: portretjes van gehelmde autocoureurs en van mannen in geblokte overhemden hangen er naast een foto van een boormachine op een grijs tapijt, de finishfoto van een windhondenrace, opnames van een blauw en een groen gehaakte beddensprei, een blauwe en een rode kniekous, een schaaltje kipfilet, een opengewerkt motorblok en kantoordames bij archiefkasten. De vorm is een variant van het tijdschrift, opgedragen aan de anonieme fotografen, waarin zonder enige tekst of uitleg pakweg 400 foto's verzameld zijn.

Useful foto's, eenmaal verwijderd uit hun oorspronkelijke context, worden ondanks hun ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid als vanzelf raadselachtig en daarop berust het effect van de presentatie.

Maar de onderliggende boodschap is geen andere dan de vaststelling dat ook het triviale een artistiek gehalte kan hebben. Useful Photography heeft daarmee de zelfde uitwerking als Marcel Ducamps legendarische urinoir – zelfs in de fotografie inmiddels een tamelijk belegen trucje.

Dat doelbewuste artisticiteit evenmin een garantie vormt zeggingskracht, bewijst de redactie van Sec., een door een kunstenaarscollectief vormgegeven tijdschrift dat inmiddels toe is aan zijn achtste aflevering. Een programma of idee lijkt het collectief niet te (willen) hebben, behoudens dat het moet gaan om `autonoom werk'. Wie denkt iets aardigs te hebben, mag insturen. En dat is aan de tentoonstelling af te zien.

Verdeeld over dertig `spreads', denkbeeldige linker en rechterpagina's (hier en daar is er natuurlijk eentje blanco gelaten, al past dat meer bij een boek dan bij een tijdschrift) is te zien wat zoal de goedkeuring kon wegdragen: een foto van een mevrouw die, gekleed in een fleurige bloemenjurk, naar een minimalistisch schilderij kijkt, enkele gemakkelijke tekeningen, een prozagedicht naast een nietszeggend interieur, een handvol portretten, een flets bomenlandschapje in de winter. Meestal is de foto doormidden geknipt over de twee `pagina's' verdeeld, slechts zelden is er sprake van twee onderling verschillende beelden (cq. pagina's) maar over meer dan hetzelfde blauw in twee verschillende kledingstukken gaat het in zo'n geval niet.

Alleen enkele door Raymond Wouda vanaf een hoog standpunt gefotografeerde tableaus (een groepje wildwater-kanoërs dat is gestuit door een rotspartij, een onduidelijke massabijeenkomst vol vlagvertoon) vallen op. Hoewel qua vorm en thematiek overbekend, dwingen ze je tot meer dan oppervlakkig kijken en vormen daarmee een uitzondering in een presentatie van onderling inwisselbaar en krachteloos werk.

Tentoonstelling: Useful Photography en Sec.08, t/m 14 januari in Nederlands Foto Instituut, Witte de Withstraat 63, Rotterdam. Open: di t/m zo 11-17. Inlichtingen: (010) 213 20 11. Useful Photography #001:

ƒ29,50 (60 blz.)

Sec.08: ƒ15,00 (60 blz.)