Heidense bomen

Oude huizen hebben boven de voordeur vaak een bovenlicht dat is getooid met een gietijzeren levensboom. Dat is Yggdrasil, de wereld-es, volgens de Germaanse mythologie de boom aller bomen. In Wagners opera `Der Ring des Nibelungen' hakt de god Wodan een tak af van de wereld-es waardoor de levensboom uiteindelijk sterft. Op de tentoonstelling gewijd aan Yggdrasil, in het ecocentrum in Mol in de Vlaamse Kempen, is de levensboom springlevend. Hij prijkt midden in het expositiepaviljoen waar de bezoeker een stoomcursus krijgt in de voorchristelijke bomencultus en de Germaanse mythologie. De tentoonstelling begint met een schilderij van de levensboom. Het is geen meesterwerk, maar er is van alles op te zien. We zien het Helheim, de onderwereld waarin een heilige es wortelt. Daarboven is Midgaard, de aarde, en boven de boomkruin strekt zich het godenrijk of Asgaard uit. Het hiervoormaals, het hiernumaals en het hiernamaals zou je kunnen zeggen. Yggdrasil is met drie dikke wortels stevig verankerd. De eerste wortel dringt door tot in het Niflheim, het land van de eeuwige nevel, waarin een bruisende bron de hel vult met geraas. Aanpalend is het Mispelheim, het dodenrijk met als een onderafdeling het Walhalla, een soort erebegraafplaats voor gesneuvelde krijgers.

De tweede wortel reikt tot in het Muspelheim, de vlammenwereld waarin de god Mirmir waakt over een bron die wijsheid schenkt. Merkwaardigerwijs bewaakt Mirmir die bron zo goed dat niemand – god noch mens – erin slaagt om uit zijn bron te drinken. De derde wortel van de levensboom leidt naar een bron waarnaast drie schikgodinnen leven die het lot van de wereld en alle schepselen bepalen. Bij Wagner barsten die schikgodinnen voortdurend uit in gezang.

Tussen de wortels van de boom schuilt Nidhögger (Nijdtand), die gestaag aan de wortels van de levensboom knaagt. Ooit zal Yggdrasil door toedoen van de draak vergaan en dan breekt het einde der tijden aan. Maar op het schilderij staat Yggdrasil er nog gezond bij. Herten en geiten knabbelen tevreden aan het blad, dat op andere plaatsen steeds opnieuw ontspruit. Hoog in de kruin woont een witte adelaar, die als enig dier in staat is om in de zon te kijken zonder blind te worden. De adelaar en de draak liggen voortdurend met elkaar overhoop en hun ruzie wordt nog aangewakkerd door het eekhoorntje Ratatöskr – twistzoeker – dat als een boodschapper langs de stam van de boom heen en weer vliegt en de boodschappen van de twistende partijen nog eens flink aandikt.

In de schaduw van de levensboom is het leven goed. De mens speelt er een soort trik-trak met gouden schijven en zelfs de goden doen soms gezellig een spelletje mee. In de top van de boom zit een haantje, Goudkam of Gullikambi, dat de tijd opdeelt in licht en donker. Nog altijd kraait Gulikambi op veel kerktorens en met Palmpasen worden haantjes van brooddeeg verkocht. In Asgaard, dat op de kruin van de machtige es rust, wonen de goden, die via een regenboog naar de wereld kunnen afdalen. De hemelpoort wordt bewaakt door Heimdal, die met zijn reuzenhoorn Gjallar het tijdstip van het laatste oordeel zal aankondigen.

Het christendom lijkt maar een slap en humorloos geloof, vergeleken bij de Germaanse godenverering. Bovendien zijn de heidense goden geloofwaardig, met al hun menselijke trekjes en hun dappere strijdersmentaliteit. Ik kan me voorstellen hoe de heidenen gekeken hebben toen Bonifatius ze kwam vertellen dat ze hun vijand de andere wang moesten toekeren. Die vonden Jezus natuurlijk maar een watje. Uiteindelijk werd Christus onder veel morren wel als god geaccepteerd, maar aanvankelijk kwam hij in de rangorde der goden pas op de zeventiende plaats.

De wereld-es Yggdrasil, zo leert de expositie, leeft voort in talloze gedaanten. De kerstboom van nu is de vroegere heidense lichtboom of julboom. Met Palmpasen wordt het haantje Goudkam nog altijd op een gestileerde boom rondgedragen. De meiboom, die de oogst voor hagel en ontij behoedt, wordt op het platteland nog steeds opgericht. Sterfdagen, geboortedagen en koningskroningen worden door het planten van bomen herdacht. In Mol zijn foto's te zien van lugubere spijkerbomen, waaraan het lijfgoed van zieken wordt gespijkerd om genezing af te smeken. Vergelijking tussen oude foto's en recente laat zien dat dit gebruik in vijfentwintig jaar enorm is toegenomen. De sjamaan in ons blijkt nog springlevend. Bomen speelden niet alleen bij de Germanen een grote rol. De Kelten hadden een boomkalender en leidden de takken van de linde als de spaken van een wiel, die de zonnestralen voorstelden. Een mooi exemplaar van zo'n radlinde staat tegenover de kerk van Retie, een dorp dat toevallig ligt op de route van Eindhoven naar Mol. Ik ben de radlinde van Retie twee keer gepasseerd, maar ik zag de heilige linde pas op de terugweg. In Mol hadden de goden mijn ogen geopend.

Expositie `Yggdrasil – boom aller bomen'. Van 21 dec t/m 21 mrt 2001, Ecocentrum De Goren, Postelsesteenweg 71, 2400 Mol, België. Ma t/m vr van 8u30-17u. Gesloten tijdens de kerstvakantie, behalve op 27 en 29 dec en 3 en 5 jan van 14-17u. Entree gratis. Tel. 003214816607