Goocheldoos van de democratie

Niet-Westerse regimes gebruiken de stembus wel om hun macht te legitimeren. De tijd om daar smalend over te doen is voorbij.

DEMOCRATIE IS DE BEROERDSTE staatsvorm die er bestaat, Winston Churchill wist het al. Maar hij voegde er meteen aan toe dat democratie altijd nog beter is dan al die andere staatsvormen die ooit zijn uitgeprobeerd. Geen staatsleider die zich tegenwoordig niet probeert te beroepen op de wil van het volk. Via de stembus geven regimes graag een zweem van rechtvaardiging aan hun uitverkiezing.

Egypte deed dat dit jaar met succes. Daar bleef de regie van de parlementsverkiezingen in oktober en november strak in handen van het regime van president Mubarak. De oppositie kreeg wat extra zetels toebedeeld, om het democratisch imago van het land op te poetsen. De regerende Nationaal-Democratische Partij haalde geen 97 procent van de stemmen zoals in 1995, maar ongeveer 85 procent – daar kun je in het buitenland mee aankomen.

Soms blijkt het volk een ongericht projectiel, zoals verschillende heersers het voorbije jaar merkten. In Mexico verslikte de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) zich in juli nadat president Zedillo zo dom was geweest om de kiescommissie los te weken van de partij. Na zeventig jaar moest de PRI haar macht afstaan. Het kopen van stemmen in ruil voor staatshulp, een gebruikelijk steuntje in de rug van de regeringspartij, hielp niet meer.

Ook met Alberto Fujimori (Peru) en Slobodan Miloševic (Joegoslavië) liep het ondanks hun manipulaties slecht af. Fujimori werd nog wel president, na verkiezingen zonder tegenkandidaat en zonder internationale waarnemers, maar hij werd daarna alsnog verslagen door videobeelden die toonden wat iedereen al wist, namelijk dat zijn vertrouweling Vladimiro Montesinos naast geheime-dienstchef ook handelaar in verkiezingswinst was. De kiescommissie van Miloševic moest na een twee keer wisselende definitieve uitslag constateren dat de goocheldoos na ruim tien jaar leeg was. Miloševic werd verslagen door de straat.

Elders loonde het bedrog wel, omdat het subtieler gebeurde. Soms noodgedwongen omdat het moeilijker was om aan de eerlijkheid van de verkiezingen te tornen. Dat Vladimir Poetin dit voorjaar tot president van Rusland werd gekozen was zonder twijfel de wens van het volk, ook al dankte hij zijn populariteit voornamelijk aan manipulaties. In de herfst van 1999 ontketende hij de tweede Tsjetsjeense oorlog, na een reeks aanslagen op flatgebouwen in Rusland, waarvan hij beweerde dat die door de Tsjetsjenen werden gepleegd. Zijn daadkracht bezorgde hem in december vorig jaar al de overwinning bij de parlementsverkiezingen en legde zo de basis voor zijn uitverkiezing tot president. De kiezer in Rusland, gedemoraliseerd na tien jaar chaos, hecht meer waarde aan een `sterke man' dan aan het betrekkelijk nieuwe principe van democratische pluriformiteit.

In Iran heeft de bevolking juist gekozen voor meer pluriformiteit, zoals de overweldigende winst van hervormingsgezinde kandidaten bij parlementsverkiezingen in februari bewees. De conservatieve elite liet het er niet bij zitten. De Raad van Hoeders van de Grondwet, die niet is gekozen en toeziet op het islamitische gehalte van bestuur en wetgeving, annuleerde na `hertelling' van stemmen de verkiezing van de een na de andere pro-democratische kandidaat. Totdat het zelfs de Opperste Leider ayatollah Ali Khamenei te ver ging. De Iraanse nummer één gaf opdracht het hertellen te staken. De Raad van Hoeders heeft nu een nieuwe methode uit de hoed getoverd: wetten met een vleugje democratie worden als on-islamitisch terzijde geschoven. Liberale media wordt het zwijgen opgelegd.

Meewarig glimlachend en vingerwijzend kijken de eeuwenoude democratieën neer op de machinaties van de macht. Ten onrechte, zoals de VS in november bewezen. Het antwoord op de vraag hoe eerlijk daar de presidentsverkiezingen zijn verlopen, hangt af van de politieke kleur van de waarnemer – wat op zichzelf al twijfelachtig is. Trots wijzen de Amerikanen op de gedisciplineerde manier waarop het juridische gekissebis na de verkiezingen is verlopen. Maar dat een verkiezingsoverwinning in een rechtszaal door politiek benoemde rechters moet worden bevochten, is niet iets om trots op te zijn.

Ook Europa heeft weinig reden tot trots. In Nice werd deze maand een poging ondernomen om het bestuur van de EU in de toekomst soepeler en transparanter te maken. Maar het akkoord smoorde in een ordinaire strijd om stemgewichten en veto's. Eigenbelang en het behoud van macht waren de drijfveren van de regeringsleiders. Het is maar goed dat de gemiddelde burger nauwelijks belangstelling heeft voor het gekissebis. Maar dat is ook het pijnlijke. Want `nationale' wetten komen steeds vaker uit Brussel. En het parlement dat daar zit, kijkt wel over de schouders van de besluitvorming mee, maar kan geen vuist maken. Churchill zou zich in zijn graf omdraaien als hij het wist, en niet alleen omdat hij Brit is.