Ghana lijdt ondanks complimenten van IMF

Ghana slikt langer dan welk Afrikaans land ook het bittere medicijn van het IMF, maar de ziekteverschijnselen verdwijnen niet.

De beste leerling in de klas. Zo presenteert het Internationaal Monetair Fonds (IMF) Ghana al jarenlang. Sinds 1985 volgt het land een orthodox aanpassingsprogramma en bereikte daarmee aanvankelijk goede resultaten.

Toen de huidige president Jerry Rawlings in 1983 door een militaire staatsgreep de macht greep, verkeerde de economie in een diepe neerwaartse spiraal. Wanbeleid en chronische politieke instabiliteit hadden Ghana kapotgemaakt. De inflatie bedroeg 123 procent, de economie kromp jaarlijks één procent in terwijl de munteenheid de cedi kunstmatig hoog werd gehouden. De Ghanezen, die bij hun afhankelijkheid in 1957 nog het hoogste bruto nationaal product van Afrika kenden, gingen tot de armsten behoren.

Rawlings en zijn militaire makkers kwamen met linksradicale idealen aan de macht maar gooiden twee jaar later het roer dramatisch om. Eens `de uitbuiters van het IMF en de Westerse imperialisten' genoemd, werden ze nu omarmd. ,,De methode is veranderd, maar we bereiken dezelfde doelen'', verklaarde Rawlings. De eerste jaren van zijn bewind regeerde hij als een dictator waardoor hij de Ghanezen de bittere IMF-pil door de strot kon duwen.

Het IMF hielp Ghana van het bankroet begin jaren tachtig op weg naar economische groei. Het land heeft ontegenzeglijk een ander aangezicht gekregen. De infrastructuur functioneert weer en hoge kantoorgebouwen en snelwegen verrezen in de hoofdstad. De inflatie liep tussen 1982 en 1995 terug van 123 naar 10 procent. Maar dat was vooral te danken aan kunstmatige prijzen die veel overheidsgeld hebben gekost, want de cedi daalde van 50 dollarcent in 1985 naar 16.000 dollar nu. De markt en de handel werden geliberaliseerd, staatsbedrijven verkocht en de subsidies in de onderwijs- en gezondheidssector afgeschaft. Resultaat: de economie groeide de afgelopen vijftien jaar tussen de 4 en 5 procent per jaar. [Vervolg GHANA: pagina 13]

GHANA

Democratie Ghana kost geld

[Vervolg van pagina 11] In 1995 kon de regering de financiële discipline niet meer opbrengen. ,,Wij trokken bij regering en IMF aan de bel over het groeiende begrotingstekort'', vertelt Nii Sowa van het Centre for Policy Analysis in de hoofdstad Accra. ,,Ze wilden niet luisteren, want wij zouden het prachtige imago van Ghana willen bederven.'' Doorgaans maakt in Afrikaanse staten het IMF de dienst uit en moet de regering gehoorzamen. In Ghana ligt het volgens waarnemers omgekeerd: het IMF durft de regering niet te kritiseren want het wil geen ruzie met zijn beste leerling.

In 1992 keerde Ghana terug naar een democratisch bestuurssysteem. Democratie kost geld. Rond verkiezingstijd schieten de overheidsuitgaven de pan uit, door kosten voor het organiseren van de verkiezingen en door de campagnes van de regeringspartij. In mei gaf de regering haar ambtenaren een loonsverhoging van 20 procent, in de hoop aanhang te winnen. Kwame Peprah, de minister van Financiën, waarschuwde eerder dit jaar dat de nieuwe regering het moeilijk zal krijgen om de schade opgelopen door de verkiezingsuitgaven te herstellen. Na de onbesliste presidentsverkiezingen van 7 december organiseert de regering vandaag een tweede ronde, maar geld heeft ze daarvoor niet.

Slecht financieel beleid en corruptie vormen de hoofdoorzaak van de sterke economische neergang sinds een jaar. Ghana kent bijvoorbeeld de goedkoopste benzine ter wereld. De consument betaalt de helft van de prijs wat het de staatsraffinaderij in Tema kost om benzine te produceren. ,,De regering betaalt de raffinaderij iedere week 5 miljoen dollar om de operaties draaiende te houden'', berekent een diplomaat.

Om haar hoge uitgaven te kunnen bekostigen, ging de regering lenen, vooral op de binnenlandse geldmarkt. Tweevijfde van de regeringsuitgaven vloeien nu naar de afbetaling van de binnenlandse schuld, dat is meer dan het hele ambtenarenapparaat kost. Het rentetarief bedraagt door de krappe geldmarkt ruim 45 procent. De privésector, waarop het IMF-beleid vooral is gericht, klaagt steen en been. Ondernemers noemen de hoge rente schandelijk. Kleine en middelgrote productiebedrijven raken in moeilijkheden.

De regering, haar linkse idealen van weleer getrouw, toont zich weigerachtig grote staatsbedrijven te privatiseren en blijft de verliesgevende ondernemingen geld toeschuiven. De Ghanese PTT en de hopeloos inefficiënte nationale luchtvaartmaatschappij blijven in staatshanden. Door corruptie stroomt een aanzienlijk deel van de overheidsinkomsten weg.

Leden van de eens revolutionaire groep rond Rawlings kopen nu dure villa's in de protserigste wijken van Accra en rijden rond in de laatste modellen sportwagens. Bij het uitgeven van regeringscontracten gaat veel smeergeld over de tafel, vertellen ingewijden. Onlangs bleken aanzienlijke sommen geld van de staatspensioenen te zijn verdwenen. Een nog geheim rapport van de Wereldbank maakt melding van toenemende corruptie.

Het regeringstekort werd pas duidelijk zichtbaar toen de internationale prijzen voor cacao en goud, Ghana's belangrijkste exportproducten, twee jaar geleden tuimelden. Cacao heeft in 27 jaar nog niet zo'n lage prijs opgebracht. Hoewel de productie van goud en cacao blijft stijgen, nemen de inkomsten af. Tachtig procent van de bevolking is direct of indirect afhankelijk van cacao. Net als bij de onafhankelijkheid wordt het lot van de Ghanezen nog immer bepaald door de stemming op de grondstofmarkten in de Westerse hoofdsteden. Daar heeft het IMF beleid niets aan veranderd.

De nieuwe regering wacht stormachtige tijden. Ghana stevent volgens menige waarnemer af op een financiële en economische crisis. Pijnlijke beslissingen, zoals een forste verhoging van de benzineprijs, werden te lang uitgesteld. De inflatie bedraagt 35 procent en zal verdubbelen wanneer de benzineprijs in één klap omhoog gaat. Optimisten binnen de regering en het IMF spreken nog over een groei dit jaar van 3,7 procent, onafhankelijke waarnemers achten één procent een realistischer cijfer.

De bevolking sprak bij de verkiezingen. De economie en corruptie stonden centraal bij de campagnes. De rechtse oppositie van de Nieuwe Patriottische partij (NPP) won een meerderheid in het parlement en NPP kandidaat John Kufour maakt een goede kans bij de tweede ronde.

De plattelandsbewoners prijzen Rawlings dat zijn regering elektriciteits- en watervoorziening aanbracht in de dorpen. De boeren loven de overheid dat ze tegenwoordig een gegarandeerd percentage van de wereldmarktprijs voor cacao ontvangen. Er is veel verbeterd onder Rawlings, maar niet genoeg. Ziekenhuizen en scholen opereren op de basis van cash and carry, de armen zonder geld gaan niet naar school en blijven ziek.

,,Ik dank Rawlings voor het licht en water in mijn dorp'', zegt een vrouw in Midden-Ghana, ,,maar ik kan er niet voor betalen. Wat heb ik er dan aan? Daarom stemde ik op de oppositie''.

    • Koert Lindijer