EU zit niet te wachten op `milieuremmers'

De Europese Unie wordt groter. Vanaf 2004 gaat de EU-deur open voor landen in Oost-Europa. Wat zijn de gevolgen voor ruimte en milieu in Nederland?

Geograaf-planoloog Frank D'hondt van de Rijks Planologische Dienst (RPD) had de afgelopen jaren een dagtaak aan bestudering van de `internationale dimensie' voor de zojuist vastgestelde Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening. Vraag hem naar de gevolgen van de uitbreiding van de Europese Unie voor het ruimtegebruik in Nederland, en hij zegt opgewekt: ,,Da's koffiedik kijken.''

Als het over nabijgelegen regio's als het Duitse Roergebied, de Vlaamse Ruit of de Londense agglomeratie gaat, dan zijn de `transnationale droomkaarten' van het kabinet-Kok aardig ingekleurd. Maar met betrekking tot het verderop gelegen Oost-Europa is vrijwel alles nog ongewis: ,,We kennen de gevolgen niet. Het is vooral gissen'', aldus D'hondt.

Er zijn wel een paar ,,kapstokken'', zegt de RPD'er. Bij de oostwaartse uitbreiding groeit de bevolking van de Europese Unie met 28 procent, de oppervlakte met 34 procent en het inkomen met 8 procent. ,,Dat betekent simpelweg dat er heel wat achterstand valt weg te werken om de boel enigszins op EU-peil te brengen.'' D'hondt voorspelt dan ook ,,aanzienlijke verschuivingen'' in de Europese geldstromen rond landbouw en regionaal beleid. ,,Flevoland kan EU-steun na de uitbreiding wel vergeten, maar voor de rest is het nog puur speculatie.''

,,Nederland is een stad in Europa – dat wordt steeds duidelijker'', zegt dr.ir. Pier Vellinga, hoogleraar milieuwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ,,Eigenlijk is hier geen plaats meer voor ruimtevretende landbouw. Bovendien zijn onze intensieve veeteelt en tuinbouw zó destructief, dat we daar echt van af moeten. Maar hoe vertel je dat in een land, dat – in geld uitgedrukt – de derde exporteur van landbouwproducten ter wereld is?''

Omgekeerd voorspelt Vellinga weinig goeds van het klakkeloos kopiëren van het West-Europese landbouwregime in Oost-Europa. ,,Neem de Poolse akkerbouw en veeteelt. Als die net zo intensief worden als bij ons, dan krijg je in de Oostzee drie keer zo veel fosfaten en nitraten, en een navenant groter algenprobleem. Tegelijkertijd gaat de kleinschalige Poolse agrarische infrastructuur onder de bulldozer, met alle sociale ellende vandien.''

Ideaal zou zijn, vindt Vellinga, wanneer men afname van `foute' landbouw in West-Europa op slimme wijze weet te koppelen aan opbouw van `goede' landbouw in Oost-Europa. Daarvoor zou het Europese systeem van landbouwsubsidies – jaarlijks bijna 100 miljard gulden – radicaal op de schop moeten, zodat Oost-Europa kan overschakelen op een combinatie van landschapsbeheer en biologische voedselproductie. Vellinga: ,,Dan ben je bezig met duurzame ontwikkeling. Maar vermoedelijk is dat politiek een brug te ver.''

Een gemiste kans, vindt ook Europarlementariër Lousewies van der Laan (liberale fractie). Met gemengde gevoelens slaat zij de vanzelfsprekendheid gade waarmee kandidaat-lidstaten soepele en lange overgangstermijnen claimen om te voldoen aan de Europese milieuregels. Zeker, beaamt ze, de achterstanden zijn groot. ,,Maar dat mag niet ten koste gaan van het milieubeleid in West-Europa, dat net een beetje van de grond komt.''

Nu kent de EU milieuregels en milieuregels. Gaat het bijvoorbeeld over de kwaliteit van het zwemwater, dan valt er volgens Van der Laan wel te leven met een coulante behandeling van de toetreders, mits de informatie daarover beschikbaar komt voor bewoners (en toeristen). Maar voor de kwaliteit van het drinkwater ligt dat anders. Zolang dat onder de EU-norm zit en dus goedkoper is, hebben lokale producenten een concurrentievoordeel, waardoor ze de interne markt verstoren.

Brussel kan zulke competitievervalsing een tijdje gedogen, maar niet te lang, al was het alleen maar omdat West-Europese producenten dat niet zullen pikken. De milieucommissie van het Europees Parlement vindt dan ook dat overgangstermijnen alleen bij hoge uitzondering de vijf jaar mogen overschrijden. Anders gaat de EU-uitbreiding het milieubeleid te veel frustreren. Van der Laan: ,,We zitten niet op te wachten op remmers in vaste dienst aan tafel.''

Dit is het laatste artikel in een korte reeks over de gevolgen van de EU-uitbreiding voor Nederland. De vorige stonden op 16 en 22 november en op 7 december in de krant.

    • Joop Meijnen