Eilandruzie om bijenpoep

Op Schiermonnikoog is een bestuursoorlog uitgebroken omdat nieuwbouwwijkbewoners zich bescheten voelen – letterlijk wel te verstaan. Zij hebben 's zomers last van bijenpoep op hun tuinmeubels. De bijentelers moeten weg, vinden ze.

Maar op Schiermonnikoog zit niet zomaar een imker, het is een speciaal teeltstation bedoeld voor de teelt van koninginnen van de zachtaardige Carnica-soort. Met deze koninginnen worden de bijenvolken door geheel Nederland versterkt. Het station zit al sinds 1948 op Schiermonnikoog. Het isolement van het eiland garandeert raszuivere darren, omdat bijen van elders niet aan de `bruidsvluchten' kunnen deelnemen. Sinds 1962 staat de bijenstal in een duinvallei op de voormalige vuilstortplaats.

De koninginnenteelt op Schiermonnikoog heeft al die jaren nooit problemen gegeven, maar enkele jaren geleden verrees een nieuwbouwwijkje nabij de duinpan van de imkers. Eerst werden daarvoor bomen gekapt, waardoor de bijen hun windvrije omgeving kwijtraakten. Jammer, maar er viel voor de bijenhouders mee te leven.

Daar dachten de nieuwbouwbewoners anders over. Op 15 november 1998 kregen B en W van Schiermonnikoog van de buurtvereniging `Rabbit Hill', zoals de nieuwbouwwijk heet, een klacht over ,,de vervuiling van en schade aan o.a. tuinmeubelen, verfwerk, zonneschermen en buitenhangend wasgoed door bijenuitwerpselen'' en een verzoek om ,,op korte termijn een einde te maken aan de aanwezigheid van het bijenstation aan de Van Westerholtlaan''.

B en W hebben daarom na lang beraad op 16 november besloten dat het huidige aantal van 35 bijenkasten moet worden teruggebracht tot 15, en wel voordat de bijen in 2001 actief worden. De vergunning voor 15 kasten eindigt op 1 oktober 2001: ,,Gedurende de zomer kan dan worden bezien of deze beperking de overlast redelijkerwijs kan terugbrengen tot een aanvaardbaar niveau.''

De Carnica-telers zien dit als de doodsteek voor hun bijenstation. Op 7 december schrijven ze aan B en W: ,,Alleen op basis van klachten over uitwerpselen en bijensteken komt u tot slechts 15 kasten [..] Met betrekking tot bijensteken is ons slechts één geval gemeld en wel tijdens de uitzonderlijk droge zomer 1997 toen de bijen op het zwembad water haalden. [..] Vijftien kasten is volstrekt ontoereikend [..]. Een aantal van circa 35 kasten is een absoluut minimum om de bijenvolken genetisch voldoende vitaal te houden en inteeltdepressie tegen te gaan.''

De Bedrijfsraad voor de Bijenhouderij, het hoogste orgaan van bijenhoudend Nederland, schreef 14 augustus jl. aan B en W: ,,Wij achten het voortbestaan van het koninginnenteeltstation op Schiermonnikoog van groot maatschappelijk belang. Zoals bekend vervullen de bijen met hun bestuivingswerk een cruciale rol bij de handhaving van het ecologisch evenwicht in de natuur. Bovendien leveren de honingbijen door hun bestuivingswerk een belangrijke bijdrage in de land- en tuinbouw. [..] Doordat er grote verschraling is opgetreden in bijenvriendelijke planten op het platteland, verschuift de bijenhouderij naar de woonomgeving. Daarvoor is het belangrijk dat er bijen worden geteeld die zachtaardig zijn, dat wil zeggen, weinig steeklustig.''

B en W van Schiermonnikoog, een gemeente van duizend inwoners, zijn wel bereid ƒ15.000 bij te dragen aan de verhuizing van het teeltstation naar het `Nationale Park' van Natuurmonumenten, bij het veldlaboratorium van de Vrije Universiteit, zo'n 1,5 kilometer oostelijker. De bijenhouders zijn eventueel wel genegen te verhuizen, maar met ƒ15.000 kunnen zij geen nieuw station laten bouwen. Volgens de begroting van een lokale aannemer is met deze verplaatsing een bedrag gemoeid van ƒ60.000. De Carnica-telers kunnen dat niet betalen, het zijn vrijwilligers, zoals de gehele imkerij in Nederland draait op liefhebbers. Het zoeken is nu naar een bemiddelaar.