Deken van kou zorgt voor recordijs

Vandaag beginnen in Heerenveen de NK allround en sprint, een driedaags schaatsevenement in het Thialf-stadion. De deelnemers rijden op het recordijs van Bertus Butter, een energie-bewuste control-freak.

Om vier uur vanochtend trok Bertus Butter de deur van het Thialf-stadion achter zich dicht. Vanaf het moment dat de laatste recreatieschaatsers gisteravond om tien uur van de ijsbaan waren gestapt, werd de ijsvloer met behulp van een gieter en twee dweilmachines in topconditie gebracht voor het nakende NK. In de wetenschap dat Butter en zijn collega's het ijs van de 400-meterbaan weer optimaal hadden geprepareerd, ging de 49-jarige directeur van het energie-adviesbureau Butter and Energy naar zijn hotel in de schaatshoofdstad van Nederland, om voor aanvang van het laatste schaatstoernooi voor de jaarwisseling nog wat te slapen.

Bijna een jaar geleden werd Butter aangetrokken door de directie van Thialf. De vroegere ijsmeester van de ijsbaan in Haarlem ging er aan de slag met een tweeledige opdracht: hij moest het energiegebruik in de hal met 40 tot 60 procent reduceren en `de kwaliteit van het produkt schaatsen' moest omhoog. Aan de man die een opleiding genoot voor automonteur en machinebankwerker de taak om Heerenveen weer prominent op de mondiale schaatskaart zetten.

In het laatste weekeinde van november werd aan één wens voldaan. Nadat Thialf bijna drie jaar had `droog gestaan', verpletterde Gianni Romme het wereldrecord op de tien kilometer, vlak nadat Gunda Niemann het record op de vijf kilometer scherper had gesteld. Butter stond opeens in de schijnwerpers als de man die de voorwaarden had geschapen voor de snelste tijden ooit op beide lange afstanden geschaatst. Terwijl hij het ijs alleen maar vlak had gemaakt.

Maar zijn ijsbanen niet per definitie vlak? Dat bleek tot die zondag 26 november een naïeve veronderstelling. Butters filosofie over vlak ijs is, dat een schaatser goed in balans blijft en beter kan afzetten als hij zijn slagen niet hoeft te corrigeren door oneffenheden op het ijs. Dat de regerende ijsmeesters van Thialf hem als een indringer zien, daar ligt Butter niet wakker van. ,,Dat is niet negatief. Ik ben lastig, want ik streef naar perfectie. De mensen hier hebben altijd ijs van topkwaliteit neergelegd, ze hebben aan de top gestaan.'' Bewust spreekt Butter in de verleden tijd. Hij is in Friesland neergestreken om ,,een nieuwe impuls'' te geven.

De wereldrecords van Romme en Niemann waren nog maar een voorproefje van wat Thialf te wachten staat. Volgend seizoen telt de ijstempel van Heerenveen pas echt mee in de strijd om wereldrecords. Dan is het stadion voorzien van een nieuwe betonvloer, met daarin een bijna honderd kilometer lang kunststoffen stelsel van koelleidingen. Dan loopt de baan in de bochten naar buiten toe iets op, tot een verhoging die met het blote oog niet waarneembaar is, met een positief effect op de snelheid van sprinters op de 500 en de 1.000 meter. ,,Met een kunstgreep kan ik dat grapje nu al uithalen. Maar misschien moeten we de koek niet in één keer opsnoepen'', zegt Butter. Hij wijst erop dat veel ijsbanen als gevolg van het noodzakelijke schaven in de bochten juist aan de buitenkant naar beneden toe schuin aflopen. Of de Internationale Schaats Unie (ISU) akkoord gaat met hellende bochten? ,,Nu liggen banen in de bochten ook schuin, alleen de verkeerde kant op.''

Boven het ijs, ruwweg tot kniehoogte, is de lucht in de ideale situatie aanzienlijk koeler dan elders in de hal. Butter: ,,Er komt een deken van kou op het ijs te liggen.'' De lucht in het stadion wordt straks met behulp van een warmtepomp `gewassen'. Schadelijke stoffen worden gefilterd waardoor schaatsers minder last krijgen van hun luchtwegen; een gebied waarop Butter samenwerkt met longarts en schaatsdokter Jaap Westbroek. ,,Per uur produceert een schaatser tussen een halve liter en een liter aan waterdeeltjes. Dat gaan we omzetten in voelbare warmte. Bespaart energie en verhoogt de prestaties'', zegt Butter.

De warmtepomp zorgt er ook voor dat de luchtdichtheid in de hal daalt, waardoor de schaatsers minder luchtweerstand ondervinden. Daarmee wordt voor een deel het effect bereikt van een hooglandbaan, zoals in Calgary. Simpele experimenten werpen soms ook vruchten af, zo ondervond Butter in zijn tijd als ijsmeester in Haarlem. Op een aantal plekken langs zijn onoverdekte baan zette hij coniferen weg, die de luchtstroming voor de schaatsers positief beïnvloedden. ,,Op 60 tot 80 procent van de baan gaf dat voordeel.'' Het doet denken aan de inmiddels in onbruik geraakte hooglandbaan van Medeo in het Kazachtstaanse Almaty, waar schaatsers de wind 400 meter in de rug hadden.

De sleutel voor nog grotere successen in de sport vond Butter in de wetenschap. ,,Bij veel sporten staat de ontwikkeling nog in de kinderschoenen, omdat de wetenschap zich er niet of nauwelijks mee bemoeit.'' Sinds halverwege de jaren tachtig profiteert de schaatssport volgens hem pas van de wetenschappelijke ontwikkelingen. ,,Je hebt gezien hoe lang het duurde voordat de klapschaats er was. En hoe lang het duurde voordat er hard, taai en goed glijdend ijs kon worden gemaakt. Het was al een tijdje mogelijk om goed glijdend ijs te maken, maar het ontbrak aan taaiheid en grip. Ik houd van het spelletje om die drie elementen bij elkaar te brengen.''

Daarnaast schept hij er plezier in de energiekosten in Thialf terug te brengen. Als ijsmeester in Haarlem werd hij in 1985 onderscheiden voor zijn prestaties in die discipline. Het staat zelfs op zijn visitekaartje: Winner Energy trophy awarded by the Ministery of Economic Affairs. ,,Het ijs wordt beter als je er minder energie voor gebruikt'', verklaart hij zijn succes.

Het lijkt vanzelfsprekend dat het ijs op alle plaatsen op de baan dezelfde temperatuur heeft, maar op de ene plek kan het ijs in Thialf 1,5 tot 2 graden kouder zijn dan elders, een marge die Butter op de nieuwe baan wil reduceren tot 0,2. Met de aanleg van de nieuwe baan wordt in mei een begin gemaakt.

Op het binnenterrein komt naast de 400-meterbaan een 380-meterbaan, een verbreding van 12 tot 18 meter, zodat in de toekomst topschaatsers als recreanten tegelijk terechtkunnen. Beide banen worden gescheiden door een wand die niet alleen als een vangrails fungeert, maar die met de boarding langs de buitenkant van de 400-meterbaan ook de kou direct boven het ijs vasthoudt, net zoals bij vrieskisten in de supermarkt. Met de miljoeneninvestering in de `hoge-rendementsijsbaan' neemt Thialf vooral op het gebied van energiebesparing z'n verantwoordelijkheid, vindt Butter.

Waar Butter de komende dagen bij het NK op let? ,,Tijdens wedstrijden kijk ik naar wat er bij de schaatser onder de knieën gebeurt. Hoe z'n balans is, de afzet, hoe hij de bocht ingaat. Het contact met het ijs. Heel fascinerend. En dan zie je dat er veel verschillen zijn, een bewijs dat er nog veel winst te behalen is.'' Tot slot stelt Butter dat hij zich spiegelt aan de openluchtbaan in Davos. ,,Die beschikte op bepaalde delen van de dag over hard ijs met een goede glijweerstand waarop een optimale afzet mogelijk was. Met alle processen hier probeer ik die combinatie van buiten naar binnen te halen.''