De superkaravaan

Een treinreis temidden van klauwende en krijsende passagiers door de hete woestijn van Djibouti. Deel 12 een serie over bijzondere treinreizen in de wereld.

Als ik de dag voor vertrek ga reserveren, raadt de stationschef dringend aan twee uur voor vertrek aanwezig te zijn. Hij kijkt verlegen weg en mompelt dat ik wel zal zien waarom. Wanneer ik de volgende morgen om vier uur in een stikdonker Djibouti het station bereik, is de scène nauwelijks te beschrijven. Een agressieve menigte bestormt het perron, als bood de trein de laatste mogelijkheid een naderende ramp te ontvluchten. Temidden van de kluwen vechtenden ontdek ik de stationschef die dreigend met een houten knuppel ruimte schept. Als hij mij in het vizier krijgt, laat hij gegeneerd zijn knuppel zakken. Via een omweg brengt hij me naar het eerste klasgedeelte.

,,Ils sont fous'', fluistert hij. Zijn gefronst gelaat verraadt dat hij erg met de situatie verlegen is. Dezelfde gêne was me opgevallen bij de ambassademedewerkster in Londen, na mijn vraag of ik per trein vanuit Djibouti Ethiopië kon binnenkomen. Over de spoorlijn deden de wildste geruchten de ronde en de trein was jarenlang voor buitenlanders verboden.

Een Indiër stapt de wagon binnen en kijkt mij strak aan. ,,Maar u... u kunt niet met deze trein.'' Ik laat mijn treinbiljet zien waarop hij onvriendelijk herhaalt dat mensen als ik niet mee mogen. Als ik vertel dat de chef zelf me deze plaats heeft gegeven en andere passagiers zich in de discussie mengen, gaat hij mokkend zitten. Hij blijft volhouden dat ferendji niet meemogen en dat ik bij de grens zal worden teruggestuurd. Een echtpaar gebaart me te blijven zitten. Zij is Amhaarse en hij, Abdalah, Djiboutien. Ze vertellen dat er wel eens eerder een westerling met de trein heeft gereisd. Zelf ken ik maar een persoon die met deze trein gereisd heeft, Wilfred Thesiger, de schrijver van Arabian Sands en geboren in Abessinië. In 1930 reed hij met de Britse delegatie mee om de kroning van Ras Tafari tot keizer bij te wonen. Evelyn Waugh, uitgezonden door The Times om het kroningsfeest te verslaan, spoorde een paar dagen eerder naar Addis Ababa. In dezelfde trein zat Harer Majesteits gevolmachtigd gezant jhr. Haersma de With met het grootkruis van de Nederlandsche Leeuw voor de keizer in zijn bagage. Nog geen zes jaar nadat delegaties vanuit de hele wereld zich via dit spoor naar zijn kroning spoedden, was de negusa nagast gedwongen over dezelfde rails naar het buitenland te vluchten. De Italianen hadden zich andermaal op Ethiopië gestort, ditmaal met gifgas.

Buiten is enige hoffelijkheid ver te zoeken. Passagiers krijsen en klauwen als bezetenen om met pakketten, balen en netten aan boord te komen. Het is een wonder als de trein zich met slechts veertig minuten vertraging in beweging zet. Het eerste stuk toetert de machinist aanhoudend. Het spoor doorkruist de straten van Djibouti, maar slagbomen ontbreken hier. Vrachtwagenchauffeurs wippen enkele centimeters voor de locomotief gauw over de rails.

Aan de rand van de stad rijden we over de vuilnisbelt van Djibouti: een afschuwelijke stank dringt naar binnen. Vluchtelingen wonen in hutjes van rechtopgezette motorkappen en kofferdeksels.

We ratelen over een brug die zo smal is dat je er vanuit de trein niets van kunt zien. Beneden in de droge wadi waarschuwen borden voor mijnen. Abdalah legt uit dat die moeten voorkomen dat armen de bouten en moeren loshalen om die op de markt te verkopen. In de opkomende zon zie ik de schaduw van de trein op de rode aarde. Er rijden niet alleen mensen op het dak mee, maar ook op de buffers tussen de wagons. Het laatste station voor de grens is Ali Sabieh, waar ik even de benen ga strekken. De trein wordt zo fel bestormd dat ik de deur niet meer kan bereiken. De machinist wenkt dat ik via de locomotief naar binnen mag. Als hij na minutenlang toeteren de trein eindelijk in beweging brengt, is het maar voor een paar meter. Handelaars die nog niet klaar zijn, hebben de luchtslang tussen de wagons ontkoppeld waardoor de remmen in werking treden. De machinist gaat gelaten naar achteren om de slangen weer aan te koppelen. Het spel zal zich bij elk station herhalen. Hij legt uit dat een plaats op deze trein een buitenkans is om wat te verdienen. Iedereen op de trein smokkelt. Sigaretten, zeep, wierook, kleren en aller-hande Taiwanprullen, de trein is één superkaravaan.

In Dewele komt de Ethiopische douane aan boord. Te oordelen naar het geschreeuw bereikt de gekte nu het absolute kookpunt. Op het volgende station moet iedereen de trein uit. Opgepakte smokkelaars moeten in een soort kooi van kippengaas. Alleen door onderhandelen komen ze eruit. Eén handelaar had gedacht slim te zijn. Hij had zijn handel, windjacks, door medepassagiers laten dragen. De ogen van de douaniers rolden bijna uit hun kassen toen ze wel vijftien man in hetzelfde jack zagen zitten. De truc mislukte toen ze hem zijn papieren vroegen. Die zaten nog in zijn jack, dat wil zeggen... Steeds harder uitgelachen door de douane vond hij ze pas in nummer acht. Luid tierend verdwijnt ook hij achter het gaas. De Ethiopische immigratiebeambte zwaait even later vermanend met mijn paspoort. Abdalla legt uit dat hij vindt dat ik het land van achteren besluip, in plaats van netjes op Addis Abeba te landen. Alleen als ik verklaar dat ik op eigen risico reis en niemand verantwoordelijk zal houden, laat hij me gaan.

De Indiër schudt zijn hoofd vol ongeloof als ik in de wagon terugkeer en bezweert me dat ik Dire Dawa niet zal bereiken. In de wagon onstaat weer discussie in een taal die ik niet ken, maar ik begrijp dat de laatste berichten worden uitgewisseld. Het woord chifta (bandiet) keert steeds terug. Als ik aandring, geeft Abdallah toe dat de trein wel eens overvallen wordt door bandieten, veelal berooide ex-soldaten. Soms demonteren nomaden onderdelen om er messen of sieraden van te maken. Dat kan op een ontsporing uitlopen. Dan waren er ook nog wraaklustige stammen die uit onvrede over de overheid de lijn saboteerden. Maar dat was vroeger, haast hij zich te zeggen.

Kijk, een karavaan. Ik kijk naar het vredige tafereeltje in de verte. Maar waarom dragen de begeleiders van die lange geweren? Heeft dat soms met die ontevreden stammen te maken? In `The life of my Choice' vertelt Thesiger dat hij steevast een Danakil aan zijn expeditie toevoegde, niet zozeer als gids maar als gijzelaar. Die Danakil had de taak om, als ze 's avonds kamp hadden gemaakt, in zijn taal met tussenpozen naar het omringende duister te schreeuwen dat iedereen die durfde naderen, neergeschoten zou worden. Het Danakilvolk was berucht om zijn wreedheid. Elke vreemdeling werd gedood, maar niet alleen dat: als een Danakil een man doodde of verwondde, ontdeed hij hem van penis en scrotum om die als trofee mee te voeren.

Terwijl ik uitkijk over de hete woestijn borrelen lastige vragen in mij op. Waren die Danakil, nu ze Afar heetten, veranderd of hielden ze er nog steeds die misselijke gewoontes op na? Was die jhr. Haersma de With eigenlijk heelhuids teruggekeerd? Viel er met hen te onderhandelen, over verdoving bijvoorbeeld? Nijdig trek ik het gordijntje naar beneden, maar het schiet meteen weer omhoog.

De Indiër lacht geluidloos. Maar als de trein zich in Dire Dawa na 300 km peristaltische bewegingen eindelijk leegkotst, maakt hij zich schuw en met de staart tussen de benen uit de voeten.

Westerlingen wordt van harte afgeraden deze route te nemen. Alleen Harar, de stad met zeven poorten, is een bijzondere plaats om te bezoeken. Deze stad is per bus bereikbaar vanaf Dire Dawa.