Vrede met Palestijnen voor Barak strategische keuze

In één generatie komt een einde aan het Israëlische imperium dat in 1967 werd gevestigd. Als het inderdaad tot een vredesakkoord met de Palestijnen komt, worden de bestandslijnen van 1949 de definitieve grenzen.

Aan de territoriale fase van het zionisme komt een einde, zo zegt de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Shlomo Ben Ami. Met dit in historisch opzicht diepgravende zinnetje camoufleert hij het feit dat het zionisme zich onder druk van de tweede Palestijnse intifadah, in de eindfase van het Israëlisch-Palestijns-Arabische conflict, terugtrekt op de bestandslijnen van 1949.

In één generatie komt er een einde aan het Israëlische imperium dat zich zo verrassend in 1967 met messianistische kracht tegen de Arabische uitdaging vestigde op de kaart in het Midden-Oosten. Op enkele grenscorrecties na, in de orde van grootte van vijf procent, zullen de wapenstilstandslijnen van 1949 met Jordanië Israëls internationaal erkende grenzen met de Palestijnse staat worden. Deze zal met bijna heel Oost-Jeruzalem als hoofdstad verrijzen op zo'n 95 procent van de Westelijke Jordaanoever, de volledige Gazastrook en een stukje land in de Negev-woestijn. Israël staat dat af in ruil voor inlijving van stedelijke nederzettingenblokken op de Westelijke Jordaanoever.

De oorlog in oktober 1973 sloeg de eerste bres in het euforisch zionisme dat in 1967 zo bevrijdend op het slagveld werd geboren. Negen jaar later ruilde Israël de hele Sinai-woestijn in, tot de laatste zandkorrel, voor vrede met Egypte. Het scheelde dit jaar slechts een haar of het principe van land (de hele Hoogvlakte van Golan) tegen vrede, dat verankerd ligt in de resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zou ook tot een Israëlisch-Syrische vrede hebben geleid. Ook de Israëlische terugtocht uit Zuid-Libanon is een aspect van zionistische realpolitik, al heeft Israël nooit territoriale aanspraken op Libanees gebied laten gelden. De Israëlisch-Jordaanse vrede uit 1994 daarentegen was geen territoriale uitdaging voor het zionisme. Koning Hussein van Jordanië had in zijn wijsheid de Jordaanse aanspraken op Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever al ter wille van de invulling van de Palestijnse nationale aspiraties opgegeven. Alleen in de Arava, in de Negev-woestijn, kwam het ten gunste van Jordanië tot enkele kleine grenscorrecties.

Het is opmerkelijk dat twee ex-chefstafs die premier van Israël werden, om strategische redenen een streep halen door zowel het messianistische als het door veiligheidsoverwegingen ingegeven territoriale zionisme. Yitzhak Rabin gaf in 1993 zijn fiat aan het akkoord van Oslo (wederzijdse erkenning van Israël en de PLO). Indien er geen kink in de kabel komt zal Ehud Barak in het voetspoor van Rabin nog ten tijde van het presidentschap van Bill Clinton met de Palestijnse leider Yasser Arafat een principe-vredesovereenkomst sluiten.

Vrede met de Palestijnen is voor Barak in de eerste plaats een strategische keuze. Hij is er tot in het diepst van zijn ziel van overtuigd dat Israëls voortbestaan ervan afhankelijk is. Voor het Israëlische politieke denken op dat niveau is dat nogal revolutionair. Eenzaam aan de top, verguisd in alle opiniepeilingen, is Barak tot het inzicht gekomen dat Israël op het gevaar van een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten af de Palestijnse onafhankelijkheidsopstand niet kan onderdrukken. ,,Vrede of oorlog'' zegt hij. ,,Dat is de keus waarvoor Israël staat''.

Dat is ook de slagzin waarmee hij de verkiezingsstrijd om het premierschap aanbindt tegen Likuds Ariel Sharon. Voor Barak weegt vrede vele malen zwaarder dan de illusie van Israëlische soevereiniteit over de Tempelberg/ Haram al-Sharif waar de twee grote moskeeën Koepel van de Rots en Al-Aqsa staan in Oost-Jeruzalem. Voor vrede kiest Barak ook voor de deling van Jeruzalem. Met deze tot voor kort ondenkbare concessies aan de Palestijnen pijnigt hij de zenuwen van Israëls emotionele zekerheid. Israël moet zich naar zijn vaste overtuiging deze kuur ondergaan omdat het joodse land in de 21ste eeuw geen koloniale mogendheid kan blijven en ook geen `nee' tegen de VS en de Europese Unie kan blijven zeggen. Barak wil zijn volk de kans geven in vrede in `klein Israël' te overleven in een ook voor hem onder alle omstandigheden onberekenbaar Midden-Oosten. Het is alleen de vraag of de Israëliërs hem in de stembus op deze weg op 6 februari zullen volgen.