Voor democraten Servië begint nu het echte werk

De Servische democraten versloegen zaterdag bij de parlementsverkiezingen van Servië de socialisten van Slobodan Miloševic overtuigend. Nu begint pas het echte werk.

De glorieuze overwinning van de voormalige oppositie van Servië mag geen verrassing heten. De peilingen hadden de winst al weken aangekondigd. De Democratische Oppositie van Servië (DOS) is veruit de populairste partij; de kersverse Joegoslavische president Vojislav Koštunica is – zoals onlangs bij een opiniepeiling bleek – met de instemming van meer dan 90 procent van de ondervraagden, veruit de populairste politicus. Zelfs de communistische leider Josep Tito Broz was in zijn hoogtijdagen niet zo geliefd.

De verkiezingen waren desondanks geen wassen neus. De beslissingen om Servië te hervormen, worden immers door het Servische parlement en de Servische regering genomen. De federale president Koštunica en zijn aanhangers bezaten sinds de volkopstand op 5 oktober wel de macht op het federale niveau (Montenegro en Servië), maar hadden ondanks de vorming van een coalitieregering met de socialisten maar weinig te vertellen op het niveau van de republiek Servië.

Dat is zaterdag veranderd. De Socialistische Partij van Servië (SPS) van ex-president Slobodan Miloševic is definitief naar de oppositiebanken verwezen. DOS heeft een tweederde meerderheid in het parlement. ,,De democratische reconstructie van Servië en Joegoslavië kan worden voltooid'', aldus president Koštunica. Servië krijgt voor het eerst sinds vijftig jaar een regering die niet uit (ex-)communisten bestaat.

Het betekent niet dat de problemen zijn opgelost. Sterker: ze beginnen pas. Servië's economie staat aan de rand van de afgrond. Er is een tekort aan basisvoorzieningen als eten en vooral energie. Gepensioneerden overleven bij de gratie van soepkeukens. Bedrijven liggen stil. De infrastructuur, doelwit van de NAVO-bombardementen van vorig jaar, is nog allerminst hersteld. De aangekondigde privatisering van een groot aantal staatsondernemingen zal de werkloosheid verder opdrijven.

,,De Servische bevolking is vooralsnog tevreden met de onthulling van de vele schandalen onder Miloševic'', zegt hoofdredacteur Stefan Nikšic van het toonaangevende weekblad Nin. Zo blijkt de zoon van Miloševic zes diplomatieke paspoorten te hebben, zou de hoofdredacteur van de staatskrant naar Cuba zijn gevlucht en heeft het hoofd van de douane bekend grote sommen geld te hebben weggesluisd. ,,Maar hoe lang is het volk nog tevreden met deze onthullingen'', vraagt Nikšic zich af. ,,Wanneer gaat zij mopperen over het uitblijven van verbeteringen?''

Om de hoek wacht nog meer ellende. De oppositiebeweging DOS zal binnenkort uiteenvallen. Het enige doel dat de achttien partijen van de beweging bij elkaar hield, de val van Miloševic, is bereikt. De vraag is of de desintegratie van DOS met ruzie gepaard zal gaan.

De opstandige zusterrepubliek Montenegro heeft aangekondigd binnen enkele maanden een referendum over onafhankelijkheid te organiseren. Het eist vergaande aanpassingen van het federatieve statuut, dat de relaties tussen Servië en Montenegro binnen de Joegoslavische federatie regelt. Montenegro wordt hèt probleem voor president Koštunica in 2001.

De op papier nog altijd Joegoslavische en Servische provincie Kosovo streeft ook naar onafhankelijkheid. De Vojvodina in het noorden van Servië wil ook al meer autonomie. En Albanese opstandelingen in het zuiden van Servië tenslotte proberen met geweld aansluiting van hun grensregio bij Kosovo af te dwingen.

Deze Albanese extremisten in Zuid-Servië hebben DOS ook zaterdag nog parten gespeeld, aldus Zoran Djindjic, voormalig oppositieleider en toekomstig premier van Servië: ,,De nationalisten [van de Servische Radicale Partij en de Partij van Servische Eenheid] zouden zonder het geweld in Zuid-Servië niet zoveel stemmen hebben gewonnen'', meent hij.

Want Miloševic' partij heeft weliswaar verloren, maar minder dan DOS hoopte en ook verwachtte. Ze heeft uiteindelijk bijna 14 procent van de stemmen in de wacht weten te slepen. DOS had gehoopt op minder dan 10 procent. Miloševic en zijn vrouw gingen zelf zaterdag vroeg in de ochtend stemmen. Een knarsetandende Miloševic kreeg, net als alle andere stemmers, een vloeistof op zijn wijsvinger gespoten om stemfraude tegen te gaan. De vloeistof licht op onder een lamp. Iedere kiezer moest, alvorens zijn stem uit te brengen, zijn vinger onder een lamp houden om te zien of hij niet eerder had gestemd.

Vooral de winst van de ultra-nationalistische Partij van Servische Eenheid, gesticht door de beruchte paramilitair Arkan, is een verrassing; in de aanloop naar de verkiezingen heeft zij geen enkele rol van betekenis gespeeld. Overigens kan Arkan zelf niet meer van zijn overwinning genieten. De man die moordde, verkrachtte en plunderde tijdens de oorlogen in Kroatië, Bosnië en Kosovo, werd begin dit jaar doodgeschoten in de lobby van een hotel in Belgrado.

Een andere verrassing is het verlies van Vuk Draškovic. De politieke leider die jarenlang grillig ageerde door afwisselend voor en tegen Miloševic te werken, haalde met zijn Servische Vernieuwingsbeweging SPO de kiesdrempel van vijf procent niet. Ze bleef steken op 4,5 procent. Het volk heeft hem gestraft voor zijn pogingen om de alliantie van oppositiepartijen in de aanloop naar de val van Miloševic uit elkaar te spelen. Draškovic, verbitterd rivaal van DOS-leider Djindjic, was de enige oppositieleider die weigerde mee te doen met DOS. Het is een fatale misrekening gebleken. In het nieuwe Servië is de `clown van Belgrado' uitgespeeld.