Via het basketbalpleintje naar de top

De Kaapverdiaanse gemeenschap in Rotterdam loopt niet warm voor spelers uit eigen land op de Holland Basketball Week in Ahoy'. Allochtone jeugd uit Delfshaven daarentegen is wel zeer te spreken over een basketbalproject.

Niet meer dan een handjevol Kaapverdianen kijkt op zondagmiddag in Ahoy' met kromme tenen naar de verrichtingen van hun voormalige landgenoten. Twee dagen eerder gingen de basketballers uit Kaapverdië onderuit tegen het Belgische Ieper. Ditmaal worden de Afrikanen met 118-53 afgedroogd door Nijmegen.

Kaapverdië is niet zonder reden naar Rotterdam gehaald. De Maasstad kent een grote gemeenschap van 15.000 Kaapverdianen. ,,Natuurlijk had ik geen duizenden Kaapverdianen verwacht, maar minder dan vijftig in twee dagen valt wel erg tegen'', zegt HBW-voorzitter Onno Oosterhof. Deels steekt hij de hand in eigen boezem. ,,We hebben een uitzending gehad op de Kaapverdiaanse radio met de consul. Er zijn posters geplakt op scholen en sportverenigingen. Maar we zijn veel te laat gestart en bovendien was het te weinig, blijkt nu dus wel.''

De begeleider van de Kaapverdiaanse ploeg, de Nederlandse student Leo Leocadio, was pas twee dagen voor het begin van de basketbalweek op de hoogte. ,,Ik heb zelf contact opgenomen met de organisatie en me aangeboden als begeleider. Dat vonden ze prima.''

Leocadio betreurt de geringe opkomst van zijn landgenoten ten zeerste. ,,Naar mijn weten is dit de eerste keer dat een Kaapverdiaans team naar Nederland komt. De band van de Kaapverdianen in Rotterdam met hun moederland is nog erg groot. Als de promotiecampagne eerder was begonnen, zouden er veel meer Kaapverdianen op af zijn gekomen.''

De Kaapverdiaanse Rotterdammer Nery Soares, oud basketballer én voormalig speler van voetbalclub Sparta, begrijpt de lage opkomst wel. ,, Onder Kaapverdianen is voetbal veel populairder. Er spelen tien Kaapverdianen in de eredivisie van het voetbal, in het basketbal maar twee.''

Beiden verontschuldigen zich over het slechte spel van de Kaapverdiaanse ploeg. Leocadio: ,,Op twee spelers na zijn het allemaal amateurs. In de competities in Portugal, Spanje en Amerika spelen nog vier Kaapverdianen, maar die kregen geen toestemming om naar Nederland te komen. Voor de professionals op Kaapverdië zelf, geldt hetzelfde.''

Soares is gekomen voor zijn neef To Tavares, die voor de Kaapverdiaanse ploeg uitkomt. ,,Die jongen is nog helemaal daas. Na de vliegreis van twintig uur, moesten ze gelijk trainen en twee wedstrijden spelen. Je moet niet vergeten dat ze van dertig graden naar een temperatuur van één graad komen.''

Tavares gaat de kerstdagen bij zijn familie vieren; in Kaapverdië is 96 procent van de bevolking katholiek. Hij is behoorlijk onder de indruk van de entourage in Ahoy'. ,,In Kaapverdië stelt het vergeleken met hier allemaal weinig voor. Op vijf eilanden (Kaapverdië bestaat uit tien eilanden, red.) is er competitie, de winnaars strijden vervolgens om de cup. We basketballen vooral op het strand, want veel geld is er niet.'' Voor hem is basketbal niet meer dan een leuke hobby. Maar daar denkt de coach anders over. Hij roept zijn spelers toe dat ze op tweede kerstdag allemaal in Ahoy' worden verwacht. ,,Daar kunnen jullie nog wat van leren'', meent hij.

Nery Soares heeft zelf ook veel gebasketbald, vooral op pleintjes. Hij was erg goed en werd ooit gevraagd door de Rotterdamse eredevisionist Gunco. Hij bedankte voor de eer. Maar Soares kent genoeg Kaapverdianen die dromen van een basketbalcarrière. Vooral in de Rotterdamse wijk Delfshaven, waar vierduizend Kaapverdianen wonen, leeft het basketbal sterk, vertelt hij. ,,Er is een basketbalclub in de wijk met een Kaapverdiaanse jeugdtrainer. Hij probeert de Kaapverdiaanse jeugd aan de club te binden.''

Soares doelt op Gunco Delfshaven, een satellietvereniging van de eredivisieclub. De vereniging is twee jaar geleden opgericht met geld van de gemeente, de stichting Rotterdam Topsport, Gunco en de Holland Basketball Week en Rotterdam Basketbal Stad (RBS). De RBS probeert niet alleen de Kaapverdianen, maar vooral de vele allochtonen uit Delfshaven te bereiken. Sinds twee jaar heet Delfshaven dan ook de kraamkamer van het topbasketbal. Volgens Melvin Voskuijl, projectleider van de RBS, wemelt het op de vele pleintjes van de talenten. ,,Rotterdam telt zo'n 130 pleintjes, de één professioneler dan de ander. Delfshaven heeft enorm veel pleintjes en heeft vooral veel talent. De club biedt jongens via basketbal een kans om uit een redelijk ellendig bestaan te stappen.''

Gunco Delfshaven fungeert momenteel als tussenstation van waaruit de talenten doorstromen naar de professionele basketbalschool van het Thorbeche Lyceum. Drie jaar geleden startte de school in Rotterdam met de topbasketbalklas. Inmiddels zijn twintig jeugdige basketballers ogeleid. Idealiter stromen ze door naar eredivisieclub Gunco, hoopt Voskuijl. ,,Het heeft zijn tijd nodig, het project is nog jong''

De ambities in Rotterdam zijn niet gering. De RBS heeft met het wegblijven van de Kaapverdianen niettemin een tegenslag moeten incasseren. Desondanks treurt Voskuijl niet. ,,Binnen vijf jaar is basketbal in Rotterdam de tweede sport. We hoeven alleen maar het talent aan te boren.''

Dinsdagmiddag, tweede kerstdag. De basketballers van Kaapverdië zijn aan het eind van hun latijn. De meeste jongens hebben tot diep in de nacht gefeest en ze bekijken de wedstrijd Sao Paolo-Nijmegen met kleine oogjes. Woensdag staat het vliegtuig al weer gereed en vliegt de ploeg voor een trainingskamp naar de Verenigde Staten. Het kan de pret voor basketballer To Tavares niet drukken: dadelijk gaat hij kalkoen eten bij zijn neef Nery Soares in Rotterdam.