Politieke aandacht voor de bijzondere Veluwe

De Veluwe ligt al jaren ongemerkt te verloederen. Daarin komt verandering nu rijk en provincie het eindelijk eens zijn.

Vijftien nieuwe wildviaducten wil de provincie Gelderland de komende tien jaar aanleggen over de snelwegen op de Veluwe. Een deel van de daarvoor benodigde honderd miljoen gulden wil de provincie zelf betalen. Posten van elk zo'n tien miljoen gulden zijn daarnaast begroot voor het herstel en onderhoud van de tachtig Veluwse sprengen en beken, de aanleg van een reeks `natuurtransferia' en een publiciteitscampagne om `het beeld van één aaneengesloten Veluwe breed te vermarkten'.

Dat staat in de beleidsnota Veluwe 2010 - een kwaliteitsimpuls!, vorige maand vastgesteld door Gedeputeerde Staten en nu in druk verschenen. Provincie, rijk en een bonte reeks allianties van de eigenaren van de 100.000 hectare Veluwse natuur produceerden in de afgelopen twintig jaar meer rapporten dan een wild zwijn kan tillen. Nieuw is nu dat rijk en provincie sinds kort op één lijn zitten, dat er uitzicht is op financiering van een lange reeks concrete projecten, en dat het economisch rendement van de Veluwe door rijk, provincie en een aantal terreineigenaren nadrukkelijk is aangewezen als reden om de natuurwaarden te behouden en te verruimen. Indirect refererend aan de 22.000 banen en 2,2 miljard gulden aan jaarlijkse revenuen die het Veluwe-toerisme genereert, noemde staatssecretaris voor Natuur G.H. Faber het gebied `de kip met de gouden eieren'. Veluwe 2010 rept van een `bijzonder waardevol gebied voor natuur en recreatie'.

Nederland heeft er lang over gedaan om te beseffen hoe uniek het is: zo'n enorme lap natuur midden in zo'n dichtbevolkt land. Sinds decennia zit de halve Tweede Kamer in de gordijnen als er een boorplatform bij komt in de Waddenzee, maar de Veluwe is in Den Haag altijd een non issue geweest dat een beetje meedobberde op bestaande financieringsstromen en intussen langzaam verloederde. Dat is aan het veranderen. Natuurmonumenten stelde dit jaar een Veluwecoördinator aan, in 1999 kwam GroenLinks als eerste politieke partij met een rapport over de Veluwe, in juli 1998 liet de minister van LNV weten ernaar te streven de hele Veluwe tot nationaal park te maken, en op 10 mei 2000 tekenden rijk en provincie in Arnhem een Intentieverklaring kwaliteitsimpuls Veluwe' met veel goede voornemens en - nieuw! - uitzicht op tientallen miljoenen guldens financiering per jaar voor een reeks majeure projecten'. Veluwe 2010 noemt er 29 die samen 500 miljoen moeten kosten, al ontbreekt in die reeks het duurste plan: het over honderden meters inpakken (overkluizen') van snelwegen zodat wandelende of fietsende mensen, zwijnen, herten, dassen en reeën niets meer zien van het voorbijrazende verkeer.

Voor één miljoen moet een ander project `het aantal kilometers raster zo ver mogelijk verminderen', zoals het rapport het diplomatiek stelt; probleem is dat geen overheid iets te zeggen heeft over de lastigste rasters, rond De Hoge Veluwe en de Kroondomeinen, ook al zijn de fondsen voor de aanschaf van draadtangen inmiddels vrijgemaakt. De beheerders van diezelfde twee gebieden blokkeren vooralsnog de consensus onder de terreineigenaren die vereist is voor de instelling van het Nationaal Park Veluwe. Een speciale commissie moet in de loop van 2001 tot een oplossing zien te komen, anders wordt de Veluwe een beschermd landschap. De auteur van Veluwe 2010, Bram Vreugdenhil, beleidscoördinator Veluwe bij de Provincie, vindt `beschermd landschap' meer iets voor een gebied als de Drentse Aa. ,,De Veluwe heeft veel hogere natuurwaarden. Beschermd landschap is ook geen bestaande beleidscategorie.''

Als ecoloog en provinciaal ambtenaar zette Vreugdenhil zich ruim vijftien jaar in voor natuurbescherming omwille van de natuur, de Veluwse in het bijzonder. Maar pas nu de bescherming en het herstel van de Veluwe aan de economie worden gekoppeld, ziet hij fondsen en politieke wil loskomen. Vreugdenhil: ,,Het idee is dat natuur via de recreatie veel geld opbrengt voor de regionale economie - en dus moet je investeren in de kwaliteit van de natuur.''

In hoeverre uitbating en bescherming van de Veluwe elkaar zullen verdragen is een open vraag. Nu al heeft de Veluwe meer campings dan heel Zwitserland, de verkeersintensiteit steeg sinds 1990 met 35 procent, het aantal verblijfsrecreanten groeide tot 1,7 miljoen per jaar, het aantal dagjesmensen tot 28 miljoen - en uit enquêtes blijkt dat negen van de tien bezoekers in de eerste plaats komen voor de rust.