Palestijnen moeten droom van terugkeer opgeven

Het Recht op Terugkeer is een van de kernpunten van de Palestijnse strijd. Nu wordt van de Palestijnen gevraagd dat ze deze droom opgeven in ruil voor een eigen staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

In Libanon leven 376.000 Palestijnse vluchtelingen volgens officiële cijfers van de Verenigde Naties van juni van dit jaar. Waarschijnlijk zijn het er meer, maar dat doet er niet toe. Wat ertoe doet is dat ze ongewenste vreemdelingen zijn, outcasts, allemaal, ook al wonen de oudsten van hen er al meer dan 50 jaar.

De Libanese regering wil hen niet, de Libanese burgers moeten hen niet. Op de allerrijksten na, die voor veel geld onderhands een bouwvergunning hebben bemachtigd, wonen de Palestijnen in kampen. Ze hebben alleen ongeregelde baantjes of werk voor de UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen – voor de Libanese overheid mogen ze niet werken. Het enige dat ze hebben is hun droom, hun droom van terugkeer naar hun vroegere woonplaatsen in wat nu Israël is.

De Palestijnen kunnen van Israël een tot voor zeer kort ondenkbare concessie krijgen: soevereiniteit over een deel van Jeruzalem. Maar het `Recht op Terugkeer' naar het Israël van vóór 1967 moeten ze in ruil daarvoor definitief opgeven. `Oslo', dat het vluchtelingenprobleem in 1993 al als een humanitaire kwestie afdeed, zal worden bevestigd. De droom waaraan de Palestijnen zich sinds 1948 hebben vastgeklampt, moeten ze vergeten. En dat is het grootste probleem waarvoor de Palestijnse leider Yasser Arafat zich nu geplaatst ziet.

De Palestijnen in Libanon hebben het veruit het slechtst van alle vluchtelingen, maar ook in Syrië, Jordanië en in de (nog) bezette gebieden wonen vluchtelingen. In totaal zijn het er bijna 4 miljoen. Israël wil enkele tienduizenden `humanitaire gevallen' op zijn grondgebied toelaten, maximaal 100.000, maar meer niet. Anders zou het joodse karakter van de staat Israël worden aangetast. Er zijn nu zes miljoen Israëliërs, van wie al een miljoen Arabieren (zoals de Palestijnen binnen de Israëlische grenzen worden genoemd).

De Palestijnse onderhandelaar Saeb Erekat herhaalde gisteren dat de vluchtelingenkwestie moet worden opgelost in overeenstemming met resoluties van de Verenigde Naties. In dat verband wordt doorgaans resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de VN van 11 december 1948 genoemd. Die bepaalt dat ,,vluchtelingen die naar hun woningen willen terugkeren en in vrede met hun buren willen leven, dat moeten kunnen doen op het vroegst haalbare tijdstip, en dat compensatie moet worden betaald voor de eigendommen van hen die verkiezen niet terug te keren''.

Erekat verwoordde gisteren een algemeen gevoel onder de Palestijnen. No Right of Return, No Peace schreeuwen tegenstanders in snelle e-mailcampagnes. Zij wijzen er op dat iedere jood, waar ook ter wereld, recht heeft op Israëlisch staatsburgerschap. Daarentegen wordt van de Palestijnen geëist dat ze de gekoesterde foto's van hun vroegere dorp en de sleutels van hun huis weggooien en afscheid nemen van hun nostalgische verlangen naar hun sinaasappelboomgaarden.

Als Arafat niettemin deze zeer bittere pil slikt, zal dat met de hulp van vele miljarden dollars en met name ook euro's zijn. Er zal fel verzet blijven, maar de meeste vluchtelingen in Jordanië en Syrië kunnen daarmee wel worden afgekocht, en die in zijn eigen brandnieuwe staat opgevangen.

Maar niet de Palestijnen in Libanon. Zij zullen vermoedelijk deels naar het nieuwe Palestina verhuizen, en deels naar andere Arabische staten. Irak zou hen willen vestigen in het economisch belangrijke oliegebied van Kirkuk, dat het regime van Saddam Hussein druk bezig is van zijn Koerdische bevolking te ontdoen. De Koerden – het grootste volk zonder eigen staat.