Overtuigende zege democraten Servië

De partij van de nieuwe president van Joegoslavië, Vojislav Koštunica, heeft zaterdag de Servische parlementsverkiezingen overtuigend gewonnen. De Democratische Oppositie van Servië (DOS) veroverde 64,4 procent van de stemmen en een ruime absolute meerderheid in het parlement: 176 van de 250 zetels.

De socialisten van Koštunica's voorganger Slobodan Miloševic leden een zware nederlaag: ze kwamen met 13,5 procent van de stemmen uit op 37 zetels. De partij van Miloševic' vrouw, JUL, die jarenlang met de socialisten heeft geregeerd, werd weggevaagd: ze kreeg 0,37 procent van de stemmen.

Een nieuwe Servische regering, geleid door Zoran Djindjic, de tweede man van DOS, wordt uiterlijk op 15 januari gevormd. Haar taak omschreef Koštunica als ,,het opbouwen van democratische instituties en een sociale markteconomie en de het voeren van een oorlog tegen de corruptie''.

Bij de verkiezingen wisten twee extreem-nationalistische partijen, de Servische Radicale Partij SRS en de door wijlen de beruchte Servische militieleider Arkan opgerichte Partij van Servische Eenheid (SSJ) de kiesdrempel van vijf procent te halen. Ze kregen 23 respectievelijk 14 zetels. De Servische Vernieuwingsbeweging (SPO) van Vuk Draškovic, tot voor kort een invloedrijk politicus, haalde de kiesdrempel van 5 procent niet. De opkomst was met 58 procent lager dan verwacht.

De vervroegde parlementsverkiezingen zijn de voltooiing van de volksopstand van 5 oktober die Miloševic ertoe bracht zijn nederlaag bij de presidentsverkiezingen te erkennen. Oppositieleider Koštunica werd president. Maar de werkelijke macht in Servië ligt bij het Servische parlement en de Servische regering. De verkiezingen van zaterdag maken de weg definitief vrij voor de voormalige oppositie. ,,Het echte werk begint nu'', aldus toekomstig premier Djindjic.

De Opperste Defensieraad van Joegoslavië heeft maandag drie hoge militaire commandanten – allen aanhangers van Miloševic – ontslagen: de commandant het het Tweede Leger (in Montenegro gelegerd), de commandant van de federale marine en de commandant van het militaire vliegveld van de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica werden de laan uitgestuurd. De Defensieraad (die bestaat uit de presidenten van Joegoslavië, Servië en Montenegro, de stafchef van de strijdkrachten en de federale minister van Defensie) voldeed daarmee aan een langgekoesterde wens van de Montenegrijnse regering.