Morgen top Arafat en Barak over vrede

De Israëlische premier Barak en de Palestijnse leider Arafat gaan morgen in Sharm el-Sheikh samen met de Egyptische president Mubarak proberen in grote lijnen overeenstemming te bereiken over een vredesakkoord.

Op tafel ligt een vredesvoorstel van de Amerikaanse president Clinton ter beëindiging van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Er zijn diplomatieke en politieke aanwijzingen in Jeruzalem en Gaza dat beide leiders onder voorbehoud `ja' zullen zeggen tegen de poging van Clinton om nog in de laatste dagen van zijn presidentschap een historische doorbraak in het Israëlisch-Palestijnse conflict te forceren.

Zowel bij Palestijnen als Israëliërs heerst er nogal wat verwarring over de concessies die beide partijen voor vrede moeten doen. Uit beschikbare informatie uit de Israëlische en Palestijnse media en bronnen valt op te maken dat Jeruzalem tussen Israël en de Palestijnen wordt verdeeld, de Tempelberg/Haram al-Sharif onder de Palestijnse vlag komt en Israël op enkele grenscorrecties na terugkeert naar de bestandslijnen van 1949. Tegenover deze grote religieuze en territoriale Israëlische concessies staat dat Palestijnse vluchtelingen niet naar Israëlisch grondgebied terugkeren en er een definitief einde komt aan het Israëlisch-Palestijnse conflict.

De droom van Arafat om in de Aqsa moskee op Al-Haram al-Sharif onder Palestijnse soevereiniteit te kunnen bidden gaat bij uitvoering van het vredesvoorstel van Clinton in vervulling. Het gebied onder de islamitische heiligdommen van Al-Haram al-Sharif komt volgens het voorstel van Clinton onder Israëlische soevereiniteit. Daar moeten de resten liggen van de twee tempels die door de Perzen en Romeinen werden verwoest.

De verdeling van de oude ommuurde stad van Jeruzalem is zodanig dat de islamitische wijk, de christelijke wijk met de Grafkerk en een derde van de Armeense wijk in Palestijnse handen komen. Israël behoudt de Klaagmuur, het grote plein ervoor, de joodse wijk en tweederde van de Armeense wijk.

Voor vrede met de Palestijnse staat geeft Israël volgens het plan Clinton 95 procent van de Westelijke Jordaanoever en de hele Gazastrook op. Drie grote blokken van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de joodse wijken rond Jeruzalem worden bij Israël ingelijfd. Israël zou Hebron en de daarbij gelegen joodse wijk Kiryat Arba voor 20 jaar van de Palestijnen `huren'.

Voor verlies van grondgebied op de Westelijke Jordaanoever worden de Palestijnen gecompenseerd met land in de Negev-woestijn dat aansluit op de Gazastrook. Circa 70 nederzettingen die sedert 1967 in bezet gebied zijn verrezen, zullen door Israël worden ontruimd.

Clinton stelt de partijen voor nog binnen zijn ambtstermijn in Washington met groot ceremonieel vertoon een principe-vredesoverkomst te ondertekenen. Daarna zou volgens radio Israël de Veiligheidsraad van de VN het akkoord moeten bekrachtigen. Een internationale troepenmacht zou toezicht moeten houden op de uitvoering van het vredesakkoord.

Ehud Barak ziet de premiersverkiezingen van 6 februari 2001 als een vredesreferendum. Hij is ervan overtuigd te worden herkozen. Ariel Sharon, de kandidaat van Likud voor het premierschap, heeft gezegd het akkoord dat de demissionaire Barak tekent niet te zullen erkennen.

Zowel onder Palestijnen als Israëliërs stuit het vredesvoorstel op scherpe tegenstand. Om ideologische redenen is het voor de Palestijnen zeer moeilijk het Recht op Terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen te laten varen. In Israëlische religieuze en nationalistische kringen lopen de emoties niet alleen hoog op over het opgeven van de Tempelberg maar ook over het verlaten van de ondeelbaarheidsgedachte van Jeruzalem en het opgeven van historische joodse erfgoed in Judea en Samaria, de Westelijke Jordaanoever. Het politieke debat krijgt bijna weer dezelfde toonzetting als die aan de moord op premier Yitzhak Rabin vooraf ging.

Opgave van de Tempelberg, de ziel van het joodse volk, valt volgens rabbijnen en nationalistische politici niet te rijmen met de terugkeer van het joodse volk na 2000 jaar ballingschap naar het beloofde land. Kolonisten zeggen alleen als lijken uit nederzettingen te kunnen worden geëvacueerd. Ehud Olmert, de burgemeester van Jeruzalem vergeleek Barak in zijn woede met de Perzische heerser Nebukadnezar en de Romeinse keizer Titus die de tempels in Jeruzalem verwoestten.

Nebukadnezar

In het artikel Morgen top Arafat en Barak over vrede (in de krant van woensdag 27 december, pagina 1 en 5) wordt gewag gemaakt van de twee tempels die door de Perzen en de Romeinen werden verwoest. In de tekst op pagina 5 vergeleek burgemeester Olmert van Jeruzalem Barak met de Perzische heerser Nebukadnezar en de Romeinse keizer Titus die de tempels in Jeruzalem verwoestten. In werkelijkheid was Nebukadnezar koning van het Nieuwbabylonische rijk en verwoestte hij de tempel in 587 voor Christus. De joden werden gevankelijk weggevoerd naar Babylon, deze periode staat bekend als de Babylonische ballingschap.