Lachen om zichzelf

Victor Borge, de Deens/Amerikaanse pianokomiek die vijftig jaar lang de lachers op zijn hand heeft gehad, is zaterdag in zijn slaap overleden. Hij was 91 jaar en trad nog minstens honderd keer per jaar op. ,,Als ik het gevoel had dat ik mijzelf niet meer kon verbeteren,'' zei hij vijf jaar geleden, ,,dan zou ik stoppen. Maar ik ben nog steeds niet helemaal tevreden.''

Volgende week zou Borge 92 jaar oud zijn geworden. Onder de naam Borge Rosenbaum werd hij op 3 januari 1909 geboren, als zoon van een violist. Zelf koos hij voor de piano, die hij op zijn dertiende al dermate goed bespeelde dat hij er zijn beroep van kon maken. In het vooroorlogse Denemarken leek hij een glanzende klassieke carrière tegemoet te gaan. Dat hij ook een populair kleedkamerkomiek was, die zijn collega's vaak aan het lachen maakte met zotte variaties op klassieke thema's, bleef voor het publiek vooralsnog verborgen.

Zijn droogkomische talent kwam pas in 1940 naar voren, na de Duitse inval in Denemarken. Borge maakte op dat moment een Scandinavische tournee en besloot dat het voor hem als jood te gevaarlijk was om terug te keren naar huis. Hij reisde naar Amerika, waar hij zich het Engels eigen maakte door vaak naar de bioscoop te gaan. Na een paar jaar kon hij zijn eerste grappen maken in een radioshow. Zijn roem begon in 1953 met een lange serie soloshows op Broadway.

Het optreden van Victor Borge is sindsdien niet meer wezenlijk veranderd. Zijn leven lang bleef hij Happy birthday to you spelen in de stijl van componisten als Mozart, Chatsjatoerian en Tsjaikovski, en als de zaal om de Bach-versie riep, vroeg hij altijd: ,,Johann Sebastian of Offen?'' Steeds liet hij het publiek één keer synchroon hoesten (,,dan hebben we dat tenminste gehad'') en ook was er meestal wel een moment waarop hij vroeg of men een polonaise van Chopin wilde horen – en, na het instemmende applaus: ,,Prima, is er hier dan misschien iemand die dat stuk kan spelen?'' In werkelijkheid was Borge een voortreffelijk pianist in de romantische traditie, maar dat liet hij zelden merken. Ietwat knorrig zat hij aan de piano, mopperend dat er geen witte maar gele toetsen op zaten: ,,Mijn olifant heeft blijkbaar te veel gerookt.''

Zijn eerste optreden in Nederland vond in 1969 plaats, toen hij met groot succes het 80-jarige Concertgebouworkest dirigeerde. Op de vraag of hij een geldwolf was, gezien zijn hoge gages, antwoordde hij toen: ,,Het feit dat ik naar Nederland kom, bewijst wel dat dat niet zo is.'' Toen zijn Nederlandse bewonderaar Hans Liberg hem een paar jaar geleden bezwoer dat hij Borge niet kopieerde, antwoordde de oude klaviervirtuoos: ,,Please do.'' Borge maakte zich geen zorgen; al jarenlang luidde zijn standaardgrap dat er maar één man was die hem aan het lachen kon maken: hij zelf.