Korte genrefilms en vormexperimenten

,,In de Nederlandse film- en televisiewereld worden maatschappelijke relevantie en journalistieke uitgangspunten interessanter gevonden dan de kracht van de fantasie'', zo luidde een van de stellingen van het Manifest van de Fantasten, dat op de openingsavond van het Nederlands Film Festival in september 1999 werd gepresenteerd. Enkele tientallen overwegend jonge regisseurs, producenten en acteurs ondertekenden de door initiatiefnemers Guido van Gennep, Elbert van Strien en Djie Han Thung opgestelde hartekreten als: ,,Ontstijg het alledaagse! Realisme is risicoloos! Weg met de spruitjeslucht! Laten we kiezen voor de verwondering en de hartstocht. Wees onrealistisch. Want film is dromen!''

Uit de eerste reacties op De Fantasten bleek dat niet helemaal duidelijk was waar zij precies tegen protesteerden. Want lang niet alle Nederlandse speelfilms zijn realistisch, en het beleid van het Filmfonds is zeker niet uitsluitend gericht op projecten als Route 2000 en No More Heroes, die jonge filmers in staat stellen om contemporaine maatschappelijke verhalen te vertellen.

Een jaar later presenteerden De Fantasten een dvd, die veertien korte films bevat, in lengte variërend van 1 tot 31 minuten, met een gemiddelde van bijna tien minuten. Alle drie de initiatiefnemers zijn met een of meer films vertegenwoordigd, en alleen Boris Paval Conen heeft tot nu toe een lange speelfilm op zijn naam staan (Temmink, 1998). De selectie van de films op de dvd werpt een verhelderend licht op de ideeën van De Fantasten. Vooral de manier waarop de films gepresenteerd worden, met naar keuze commentaar van de makers, scenario's, storyboards en zelfs reproducties van kladjes van het draaischema is voorbeeldig. Het manifest kan nog eens nagelezen worden, evenals een bloemlezing van de reacties in kranten, filmtijdschriften, op radio en televisie.

Op een paar titels na zijn de films niet nieuw. De eindexamenproducties van Van Strien (De marionettenwereld, 1992), Conen (Horror vacui, 1993) en Marc van Uchelen (Buenos Aires, Here We Come, 1996) zijn tot stand gekomen onder gemopper van docenten, zo leren we uit het commentaar. Maar een pleidooi voor meer fantastische films kun je moeilijk ontlenen aan die misstand.

Andere filmpjes, zoals Van Genneps Superman-pastiche Dutchman, de computeranimatie in Monster van Djie Han Thung of De Cloe's liefdevolle evocatie van Franse, Italiaanse en Russische art-films in 50 jaar Filmmuseum, lijken de stelling te willen tegenspreken dat je voor weinig geld geen onrealistische cinema zou kunnen creëren. Het beste bewijs levert Tjebbo Penning in The Bitch Is Back (1995), een gecontroleerde en creatieve horror-film, die maar vijfhonderd gulden kostte.

In vrijwel alle van de 14 Fantastische Films (De marionettenwereld vormt de evidente uitzondering, maar ook Simone van Dusseldorps verkenning van puberleed, Het) worden de formele aspecten beter beheerst dan de inhoudelijke. De regisseurs citeren, knutselen, knipogen naar het idioom van de reclamefilm, de videoclip, naar de filmhistorie of naar de beeldende kunst. Ze doen dat overwegend bekwaam, maar de leegte van veel van de filmpjes is schrijnend. Deze generatie zou net zo goed genre-films kunnen maken als Dick Maas, dat is het goede nieuws. Maar of je daarmee de spruitjeslucht bestrijdt, dat is een andere kwestie.

14 fantastische films. De Fantasten presenteren een dvd met korte films van Guido van Gennep, Mark de Cloe, Djie Han Thung, Elbert van Strien, Marc van Uchelen, Marco Vermaas, Tjebbo Penning, Dick Tuinder, Stijn van Santen, Simone van Dusseldorp, Brian Meijers, Caitlin Hulscher en Boris Paval Conen.