Kerken doelwit van terroristen

Vooraanstaande islamieten en christenen in Indonesië hebben hun landgenoten van alle gezindten opgeroepen ,,zich niet tegen elkaar te laten uitspelen'' door terroristen. Ze deden dat nadat afgelopen kerstnacht bij een reeks bomexplosies bij kerken in Indonesië vijftien doden vielen. Bijna 200 mensen raakten gewond, van wie 90 ernstig. De bommen ontploften op vijftien verschillende plaatsen, in zes provincies, en waren volgens de politie van vergelijkbare makelij.

Volgens de geestelijk leiders, onder wie de moslimgeleerde Nurcholish Madjid en de jezuïet Mudji Sutrisno, zitten er achter de aanslagen ,,louter politieke en geen godsdienstige motieven''.

De Indonesische president Wahid, die maandag een kerstviering bijwoonde in Jayapura, de provinciehoofdstad van Papoea, zei dat de aanslagen ,,het werk zijn van een geoliede organisatie, die er op uit is door het zaaien van angst en paniek de regering omver te werpen''. ,,Deze groep is bang voor democratisch en rechtvaardig bestuur'', aldus de president. Vanochtend bracht hij, samen met kardinaal Julius Darmoatmodjo, de hoogste rooms-katholieke geestelijke in Indonesië, een bezoek aan gewonde slachtoffers in het St. Carolusziekenhuis in Jakarta.

De eerste explosie had zondagmiddag plaats in een autoshowroom annex garage in Bandung, de hoofdstad van West-Java. Na de ontploffing gingen politiemannen het pand binnen, waar ze twee doden en twee zwaar gewonden aantroffen en enkele tientallen ontstekingsmechanismen voor explosieven. Toen een agent een kant-en-klare bom onschadelijk wilde maken, ging deze af.

De agent was op slag dood. De gewonden, kennelijk medeplichtigen, zijn later in een ziekenhuis verhoord. Volgens de politie was vanuit de werkplaats een aantal aanslagen op kerken beraamd. De eigenaar van de garage is voortvluchtig.

Rond negen uur 's avonds ontploften in Jakarta en zes andere steden, van Sumatra tot de Kleine Soenda-eilanden, veertien bommen. De meeste explosies vonden plaats vlakbij protestante en katholieke kerken, bij christelijke begraafplaatsen en een enkele woning van een geestelijke. Voor de kathedraal van Jakarta ontplofte om negen uur een bom onder een geparkeerde auto. Kort daarop gingen explosieven af bij de Canisius- en de St. Jozefkerk, eveneens in het centrum, en bij twee kerken in Jakarta-Oost. Op twee andere plaatsen in de hoofdstad, onder meer bij de Anglicaanse kerk, werden bommen gevonden die niet waren ontploft. Bij de vijf explosies in Jakarta kwamen drie mensen om het leven.

Bij een explosie voor de kerk van de Pinkstergemeente in Bekasi, een voorstad van Jakarta, vielen drie gewonden. De andere aanslagen werden gepleegd in de steden Medan, Pematang Siantar en Pekanbaru (alledrie op Sumatra), in Sukabumi (West-Java) en Mojokerto (Oost-Java) en op de eilanden Batam en Lombok. In Medan, de hoofdstad van Noord-Sumatra, waren elf bommen, verstopt in kerstpakketjes, verzonden aan tien kerken en de woning van een dominee. Zij konden tijdig onschadelijk worden gemaakt.

Volgens de landelijke politiechef, generaal S. Bimantoro, waren de bommen van vergelijkbaar kaliber en makelij en waren de gebruikte explosieven `conventioneel', dat wil zeggen niet in gebruik bij het leger. De bommen waren niet in, maar steeds voor christelijke gebedshuizen geplaatst en volgens Bimantoro waren ze eerder bedoeld om paniek te zaaien dan om grote aantallen slachtoffers te maken. Tot dusverre heeft niemand de verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanslagen en is de identiteit van de groep bommenleggers nog onbekend.

Het enige dodelijke slachtoffer in Mojokerto was een lid van de ordedienst van Nahdlatul Ulama, een gematigde moslimbeweging, waartoe president Wahid behoort. De jongeman, Riyanto, hield een oogje in het zeil bij drie kerken waar kerstvieringen werden gehouden. Toen hij een man en een vrouw een verdachte plastic tas op de stoep voor de Ebenezerkerk zag zetten, bracht hij die naar de politie. De dienstdoende agent zag er meteen een bom in en wierp de tas van zich af. Riyanto pakte hem op om hem door het raam in de goot te slingeren, toen de bom afging. De jonge moslim is maandag onder grote belangstelling begraven.

Politici, geestelijke leiders van verschillende geloofsgemeenschappen en intellectuelen belegden maandagmorgen een bijeenkomst in Hotel Indonesia, Jakarta, om uiting te geven aan hun verontrusting. Zij besloten een onafhankelijk onderzoeksteam te vormen, ,,om de politie bij te staan en te controleren.'' Parlementsvoorzitter Akbar Tanjung toonde zich zeer verbaasd dat ,,de inlichtingendiensten van de politie een dergelijke goed voorbereide actie niet hebben gesignaleerd.''