Hogere kunst in exotisch kerstcircus

Pas bij circus besef je hoe immens hoog Theater Carré is, en, sterker, dat die hele ruimte benut kan worden voor spectaculaire acts. Van de leeuwen, zeehonden, de clowns en jongleurs in het zand van de piste tot de trapezewerkers hoog in de nok.

Het Wereldkerstcircus dit jaar in Carré is opgedragen aan de `grootste clown' die het theater aan de Amstel zijn huis mocht noemen: Toon Hermans. Spreekstalmeester Peter van Lindonk (`Hooggeëerd Publiek!') memoreerde dat Hermans op 17 december vorig jaar onverwacht tijdens het circus de piste betrad. Hij kreeg eerst aarzelend, daarna ovationeel applaus. Het zou de laatste keer zijn.

Dezelfde spreker noemde het circus aan het eind van de wervelende, spannende, soms af en toe te zoetelijk-sentimentele show een `weldaad aan de werkelijkheid'. Afgezien van een geheel op de eisen en zinnen van een high-tech samenleving afgestemde lasershow, waarbij lichtstralen de kerstman op zijn slee uit het niets te voorschijn toverden, behoorde alles aan dit circus inderdaad tot de realiteit van aloude circussen: de bijna poezelige leeuwenact, niet geleid door een dompteur maar door Tom Dick, de `leeuwenfluisteraar'. De traditioneel in de piste ronddravende zwarte en witte paarden, ditmaal vergezeld door de grilliger zebra's, wat, van boven af gezien, een fraaie, telkens open- en dichtschuivende waaier van contrasten gaf te zien. Clowns ook, zelfs twee: de clown Chico die het publiek verraste door met een als leeuw verkleed poedeltje op te komen in een indrukwekkend leeuwenpakje, dat het voortdurend van zich af wilde schudden. Ondertussen sprong het drukke diertje lustig door brandende hoepels en imiteerde het leeuwengebrul.

Peter Schub, de Amerikaanse komediant, studeerde mime bij Étienne Decroux in Parijs. Hij kan opmerkelijk fabuleren met heel eenvoudige voorwerpen als een ballon (die hem de hoogte in wil sleuren) of het statief van een fototoestel (die onder zijn handen transformeert tot een veelbenige vrouw), maar ergens ontbreekt toch de allure van de grote melancholieke vrolijkheid. Het is opvallend dat een vredige, exotische stijl zijn intrede in het circus heeft gemaakt. Niks geur van stro en mest en zweet, wel een act met witte paarden en pauwstaartduiven die fladderen rondom een Andalusische schone als op een zoetgevooisde foto. Of de exotische dame die, op oosterse muziek, been-, heup- en buikwiegt met hoepels. Het is al te lief en romantisch, het applaus klonk afgedwongen. Daarentegen bekoorde het Chinees Staatscircus met een betoverende spel vol diabolo's, die dansten op bijna onzichtbare draden.

Dan toch liever de hoogte in, met levensgevaar desnoods. Trapezeartiest Sabú swingt zonder valnet op ruim twintig meter hoogte. Zijn enige houvast in het luchtledige is de trapeze en het is of hij telkens weer die stok kan loslaten en er vanzelf, als aangetrokken door een magneet, naar terugkeert. Waar iedereen faliekant misgrijpt, tast hij zonder spoor van aarzeling raak. Maar het echte huiveren, luidop, bij het publiek kwam in de adembenemende scène die hij, als een van de Alegria Brothers, deed op het Rad des Doods. Twee ratten waren zij die, op een dubbele molen, de meest duizelingwekkende toeren uithaalden. Elk op en in hun eigen tredmolen lieten ze zich vallen, klommen eruit, leken niet opgewassen tegen de snelheid. Vooral dat laatse beeld oogstte stormachtige bijval: door de snelheid van de draaiende molen en het kleine mannetje dat daartegenin liep was het optisch effect aanzienlijk. Het leek een valpartij zonder weerga. Daarna kwam het gezelschap Peresvony uit Rusland, vergelijkbaar met Les Arts Sautes van het Terschellingse Oerol, dat een luchtballet vertoonde. Opnieuw precisiewerk in de nok, tuimelend, grijpend naar de zekerheid van andere handen, salto's. Maar gehuld in een surrealistisch halfduister. Circus wordt steeds meer `hogere kunst' in Carré. Dat lijdt geen twijfel. Geen vermaak meer om de kunsten van een jongleur of de solitude clown, maar verbazing over het technische kunnen van de acrobaten op gedragen muziek. Toch zeiden twee meisjes naast me, in alle oprechtheid tegen elkaar: ,,In Carré, daar kom je ogen tekort.''

Voorstelling: Wereldkerstcircus 2000-20001 in Koninklijk Theater Carré. Regie: Frédy Knie jr.; muzikale leiding: Martin Aeby. Gezien: 23/12 Theater Carré, Amsterdam. Te zien t/m 7/1 aldaar. Res.: 0900-0191 of 020-6225225.