Het einde van Delta Lloyd Filmfonds

Vorige week maakte Delta Lloyd Bank een eind aan het grootste filmfonds van Nederland. Reden hiervoor was dat filmmaatschappij Pleswin onvolledige informatie had verstrekt, aldus Delta Lloyd.

Het was achteraf ook te sprookjesachtig om waar te zijn. Er was eens een ondernemer die zei: Geef mij honderd miljoen gulden. Ik weet nog niet wat ik ervoor ga maken, maar ik beloof dat u uw honderd miljoen gulden terugkrijgt. Plus veertig procent winst! Al koopt niemand straks dat product van mij.

Maar ja, in 2000, het magische jaar voor de Nederlandse filmindustrie, leken alle sprookjes waar te kunnen worden. En de belastingdienst was de goede fee. Tot vorige week. Toen klapte het grootste filmfonds in Nederland uit elkaar. Delta Lloyd Bank liet vrijdag weten geen vertrouwen meer te hebben in samenwerking met filmproducent Pleswin Entertainment, het Amerikaans-Nederlandse bedrijf van Eric Pleskow en Leon de Winter. Daarmee werden zo'n zesduizend Nederlandse beleggers beroofd van de veertig procent winst die hun in het vooruitzicht was gesteld. Wat ging er mis en wie was daarvoor verantwoordelijk?

De afgelopen twee jaar golden belastingvoordelen voor particulieren die in de Nederlandse speelfilmindustrie investeren. De stimulerende maatregelen die in 1999 van kracht werden, waren zo ruimhartig, dat niet alleen gekende filmfinanciers er brood in zagen, maar ook professionele beleggers.

Zij maakten van de fiscaal voordelige investering in de filmindustrie een beleggingsproduct. Laat zich raden wat er gebeurde: de particuliere investeerders verdrongen zich niet voor het loket van de aardigste, of zelfs maar voor de meest commerciële film, maar voor het beste beleggingsproduct. Overal in Nederland bouwden fiscalisten aan zo aantrekkelijk mogelijke filmfondsen, voor de belastingdienst verplicht geconstrueerd rond de ondernemingsvorm van de commanditaire vennootschap (CV).

Voor de investeerders (of commandieten) was de aantrekkelijkste CV de CV die het hoogste rendement bood, liefst zonder risico. Het afgelopen jaar kon je de expertise van fiscalisten haast per maand zien toenemen: het minimum-rendement (dat wil zeggen de winst die de filmproducent de belegger garandeerde als met de film nul gulden werd verdiend) steeg van drie procent naar zes, naar acht, naar negen en zelfs tien.

In september van dit jaar presenteerde het Delta Lloyd Filmfonds zich. In samenwerking met Pleswin Entertainment had de Delta Lloyd Bank een constructie bedacht die de meest kapitaalkrachtige investeerders de ongehoorde som van veertig procent winst in het vooruitzicht stelde – mits de filmfonds CV voor het eind van dit jaar een groot deel van haar investeringen zou doen.

De constructie van Delta Lloyd was om verschillende redenen bijzonder, maar de reden die voor de uiteindelijke mislukking doorslaggevend is, is het feit dat het een sleepnet-constructie was. Het enige dat vaststond, was dat de belastinginspecteur het Delta Lloyd Filmfonds toestemming gaf om maximaal tweehonderd miljoen gulden uit de markt van particuliere spaarders te halen. In de prospectus komt het woord `film' alleen als abstractie voor, op de website van het Delta Lloyd Filmfonds worden een paar voorbeelden genoemd van films die Pleswin wel eens zou kunnen gaan maken – gesteld dat de belastinginspecteur aan de concrete filmprojecten opnieuw zijn goedkeuring zou geven. Het was duidelijk: Delta Lloyd was de naam die veel (kleine) spaarders over de streep moest trekken.

In zijn prospectus beloofde het filmfonds in november de productie van de films aan te vangen. Dat moment ging ongemerkt voorbij. Onze tussenpersonen, zei Delta Lloyd, zijn het geld aan het tellen en dat duurt langer dan verwacht. The Florida recount, heette het al snerend in filmkringen, waar met veel scepsis werd uitgezien naar het moment dat de filmfonds CV daadwerkelijk zou beginnen.

Anderhalve week geleden sloeg de twijfel ook over naar de verantwoordelijke mensen bij Delta Lloyd Bank. Directeur Leo Keemink zag met zorg hoe Pleswin Entertainment steeds nieuwe bedrijven naar voren schoof om het bouwwerk overeind te houden. ,,De zaak lag niet goed vast.''

Afgelopen vrijdag om twaalf uur 's middags hadden beide partijen hun handtekening moeten zetten onder een pak documenten, waarmee de CV een feit zou zijn geweest – en de honderd miljoen gulden van de commandieten onomkeerbaar aan het rollen zou zijn gebracht. Maar ook toen, zegt Keemink, bleken tal van contracten waarvoor Pleswin Entertainment zorg moest dragen, niet rondgemaakt, zodat onduidelijk was of voldoende investeringen konden worden voldaan. Zeven Amerikaanse banken die een letter of credit moesten fourneren, zagen daar voor dit jaar van af, aldus Keemink. Delta Lloyd zag ineens een gapend gat opdoemen waarin ze de investeringen van haar klanten zou deponeren. De bank was volledig aansprakelijk, ook voor de informatie in de prospectus.

Delta Lloyd zag er liever vanaf. Angsthazen, is de reactie van Pleswin. De bank, die volgens De Winter ,,is grootgeworden met het bijeenschrapen van dubbeltjes en kwartjes'', is ,,niet gewend aan de onzekerheid die de industrie eigen is''. Volgens De Winter vroeg Delta Lloyd Bank om garanties die in de filmwereld nu eenmaal niet te geven zijn.

Natuurlijk dreigen beide partijen met juridische stappen – de partij die niet met zijn advocaat dreigt, zou immers als het ware direct schuld bekennen. Uit de verschillende reacties is een indicatie op te maken voor wie de sterkste papieren lijkt te hebben. Pleswin beschuldigt Delta Lloyd van `amateurisme'. Delta Lloyd beschuldigt Pleswin van `onvolledige informatie'. Dat laatste lijkt een relevanter beschuldiging, mocht de zaak ooit voor de rechtbank komen.

Delta Lloyd Bank lijkt immers weinig te verwijten. De bank moest honderd miljoen gulden ophalen bij haar klanten en dat is gelukt. Wat Pleswin Entertainment van zijn kant tot stand heeft gebracht, is vooralsnog onduidelijk. En die onduidelijkheid zal in Nederland vooral terugslaan op Leon de Winter, die zichzelf op de website van het filmfonds nog zo zelfverzekerd introduceerde als `de WIN van Pleswin'. Hij zal elke volgende geldschieter moeten overtuigen dat de `onzekerheid die de industrie eigen is', niet het gevolg is van zijn nalatigheid.