Europa zal weten dat Bush president is

De nieuwe Amerikaanse regering zal er geen onduidelijkheid over laten bestaan: Europa kan minder automatisch op Amerika leunen. De druk om de Amerikaanse troepen op de Balkan te ontlasten door een grotere Europese inbreng, zal toenemen. Tegelijk zal blijken dat de werkelijkheid weerbarstiger is omdat Amerika Europa hard nodig heeft, meent J. Schaberg.

George W. Bush is de nieuwe president van Amerika, en nu? Voor Europa zijn vooral de transatlantische betrekkingen van belang. Bush heeft in zijn campagne de nadruk gelegd op een sterke krijgsmacht, maar Europa moest zich in de NAVO meer inspannen voor de eigen problemen. Wellicht nog belangrijker dan de president zijn in dit geval de adviseurs. Dick Cheney, de nieuwe vice-president, was minister van Defensie tijdens de Golfoorlog en Colin Powell, de aangewezen minister van Buitenlandse Zaken, was tijdens die oorlog chefstaf en de hoogste Amerikaanse militair.

Cheney en Powell zijn volledig op elkaar ingespeeld en hebben een uitgesproken mening over het Amerikaanse buitenlandse beleid. Met militaire interventie zal men zeer terughoudend zijn. Zowel Cheney en Powell hebben een goede entree in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden en hebben gezag bij beide partijen. Condoleezza Rice wordt de Nationale Veiligheidadviseur. Tijdens de verkiezingscampagne drong zij aan op terugtrekking van Amerika uit de Balkan. We kunnen er dus zeker van zijn dat Europa minder automatisch op Amerika kan leunen, maar tegelijk zal blijken dat de werkelijkheid weerbarstiger is dan de verkiezingretoriek. Amerika heeft Europa nu eenmaal hard nodig.

Bij het verdampen van de Sovjet-macht maakte het bipolaire mondiale, toch min of meer stabiele, machtsevenwicht plaats voor een wereld vol conflicten die allemaal kunnen uitgroeien tot grote regionale instabiliteit. Tegelijk bleef Amerika over als enige supermacht. Deze verandering hield in dat het Europese Commando van de Amerikaanse strijdkrachten, EUCOM, in plaats van een primair op de Sovjet-Unie toegesneden sterke afweermacht, een platform, een springplank, werd, van waaruit Amerikaanse strijdkrachten snel in een groot gebied ontplooid en ondersteund kunnen worden.

Het gaat allang niet meer om Europa alleen, want het gebied van verantwoordelijkheid van het Europese Commando bestrijkt ook heel Afrika met uitzondering van de Hoorn (en dus Eritrea) en het gebied van de Perzische Golf. Totaal zijn dat zo'n 90 staten. Met zoveel mogelijk landen wordt contact onderhouden, waarbij die van militair tot militair heel belangrijk zijn. Er worden dan seminars gehouden, hulpprogramma's uitgevoerd, gemeenschappelijke oefeningen gehouden et cetera; doel is het scheppen van een band van vertrouwen.

Dit alles moet worden gezien tegen de achtergrond van de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie die stabiliteit en veiligheid in de wereld nastreeft en eist dat twee grote oorlogen tegelijk moeten kunnen worden gevoerd. Het Amerikaanse leger beschikt daartoe onder meer over tien gevechtsklare parate divisies. Overal in de wereld moet binnen vier dagen een gevechtsklare brigade kunnen worden ontplooid, een dag later uitgegroeid tot een divisie en weer 25 dagen later tot een strijdmacht waarvan de kern uit vijf divisie bestaat. Dat is een geweldig zware opgave, kijk wat een toestand het hier te lande geeft om een bataljon mariniers naar Eritrea te sturen.

Totaal zijn er vijf Amerikaanse strijdkrachten commando's; tezamen omspannen ze de wereld. Ze ressorteren rechtstreeks onder de president van Amerika. De bevelhebbers van die commando's hebben ook een zeer grote politieke verantwoordelijkheid en beschikken over ruime fondsen, honderden miljoenen dollars, om invloed in de regio te krijgen. Hun gezag is dikwijls veel groter dan de officiële diplomatieke kanalen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Recent bijvoorbeeld, bij de onrust in Indonesië waar de Verengde Staten zich terecht zeer grote zorgen over maakten, bleken de zorgvuldig opgebouwde contacten van de bevelhebber van het Pacific Commando, van cruciaal belang om verdere ontsporingen te voorkomen.

Het Europese Commando, totaal 100.000 militairen, is om vele redenen van doorslaggevende importantie voor Amerika. Om de wereldwijde taken binnen de gestelde tijdslimieten te kunnen uitvoeren, is een aantal militaire eenheden onder bevel van de regionale commandanten geplaatst. Zo beschikt EUCOM over een groot aantal eenheden van het leger, waaronder twee divisies, met totaal 65.000 militairen van de landmacht. Die eenheden moeten een hoge graad van geoefendheid houden en gereed zijn om op korte termijn voor tal van taken in de wereld te worden uitgezonden. Gemiddeld zijn 20 tot 30.000 van de hier gelegerde landmachtmilitairen ontplooid in meer dan 20 landen. Hoewel slechts circa 15 procent van het Amerikaanse leger in Europa is gelegerd, worden van hier uit 65 procent van alle ontplooide Amerikaanse legereenheden in de wereld gesteund.

Zolang Amerika een super mogendheid is met mondiale verantwoordelijkheid, heeft Amerika om strategische redenen Europa nodig als springplank voor haar militaire taken, zoals in het Midden-Oosten en de Golf. Dat bekent niet dat niets verandert. De defensiepolitiek zal het stempel van de nieuwe leiders dragen. Colin Powell was bijvoorbeeld de eerste die al meer dan tien jaar geleden, tegen de mening van militairen en politici in, van de tactisch nucleaire wapens afwilde en het niveau van de strategische wapens tot enkele tientallen procenten wilde terugbrengen. Het eind daarvan is nog lang niet in zicht en de nieuwe Amerikaanse regering zal op verdere reducties, desnoods eenzijdig, blijven aankoersen. Tegelijk is het zeker dat Amerika een National Missile Defense System zal bouwen, ter bescherming tegen oncontroleerbare schurkenstaten. Europa kan daar maar beter op inspelen, in plaats van blokkades op te werpen.

Met militaire interventies zal men zeer terughoudend zijn en het doel van de operatie en de taak van de strijdmacht moet dan duidelijk gedefinieerd zijn. Een halfzachte militaire opdracht zal Colin Powell daarbij niet tolereren. Maar even belangrijk is dat het einde van de operatie doorgedacht is. Een oorlog is zo'n alles absorberende gebeurtenis, zo is zijn veel gehoorde opvatting, dat als hij eenmaal is begonnen, regeringen het zicht om hem te beëindigen dreigen te verliezen. Hij spreekt uit ervaring. Vietnam, Beiroet, Somalië en nu Kosovo, waar het Westen hopeloos in verstrikt is geraakt.

Ook zal de Europese Unie, met haar eigen defensiecapaciteit, de Amerikaanse regering op haar weg vinden, als zij buiten de NAVO om zelfstandige operaties wil uitvoeren. Op gebruik van NAVO-, laat staan Amerikaanse middelen hoeft dan niet gerekend te worden Amerika zal niet het risico willen lopen dat de NAVO, en dus ook Amerika, in uitzichtloze situaties wordt betrokken

Maar hiermee is het verhaal niet af. De Amerikaanse strijdkrachten in Europa hebben meer taken dan zij aankunnen, en dat wordt grotendeels veroorzaakt door de taken op de Balkan. Bijna 12.000 Amerikaanse militairen zijn daar al langdurig ingezet. Deze `open eind commitments' zijn een doorn in het oog van Colin Powell. De hoog opgenomen verwijten van presidentskandidaat Bush, tijdens de campagne, dat twee in Amerika gelegerde divisies van de strategische reserve niet inzetbaar waren, werd veroorzaakt door het feit dat aan die divisies eenheden onttrokken waren voor inzet op de Balkan. In het Huis van Afgevaardigden en in de Senaat wordt zwaar aan dit soort zaken getild.

Inmiddels is besloten voor het Amerikaanse Bosnië-commando geheel op reserve eenheden van de National Guard terug te vallen. Met ingang van volgend jaar zullen daartoe grote aantallen reservisten worden opgeroepen voor een taak in Europa. Zoiets heeft maatschappelijke gevolgen en zal de verwijten van Europese militaire laksheid doen toenemen. Het staat buiten kijf dat Amerika bij de Balkan-problemen betrokken wil blijven; het is een Amerikaans belang dat er geen onbeheersbare regionale oorlog ontstaat en evenmin mag de veiligheid van EUCOM als strategische springplank voor de Amerikaanse strijdkrachten in gevaar komen. Maar de druk om de Amerikaanse troepen daar te ontlasten door een grotere Europese inbreng, zal zeker fors worden opgevoerd.

Ook Nederland zal consequenties moeten trekken uit de regeringswisseling. Alles moet er aan worden gedaan om de krijgsmacht qua personeel op sterkte te houden. Dat geen Nederlander meer in Kosovo aanwezig is, terwijl dat de meest kwetsbare plaats van de Balkan is, is onjuist. Ook bij de internationale politiemacht waaraan bij alle vredesmissies dringend behoefte is, blijft Nederland achter. De landen van de Europese Unie hebben gezegd 5000 mannen of vrouwen op de been te brengen. Het kabinet heeft onlangs besloten daar maximaal 40 mensen aan bij te dragen; die sterkte zal op zijn vroegst in 2003 bereikt zijn. Het is niet de bedoeling dat de politiemensen gevaarlijk werk doen en de uitzending is op basis van vrijwilligheid, zo schreven de ministers van Defensie, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken ongegeneerd in hun notitie voor het kabinet. Het zijn precies die zaken die in Amerika zoveel ergernis oproepen.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Koninklijke Landmacht.