Elektronische muziek hoeft niet meer te schreeuwen

Aan het einde van het jaar kunnen kerstconcerten de avantgarde niet verdringen. In Amsterdam en Den Haag presenteerde het Schönberg Ensemble nieuw werk van Peter Adriaansz in typerende structuren die zichzelf opblazen, naast postmodernistische overdenkingen over de toekomst van de muziek door Martijn Padding met dank aan Arnold Schönberg. Op zijn beurt overdacht Iannis Xenakis: ,,Als ik begin, staar ik naar de lege bladzijde en neem ik principieel afstand van alles wat ik al weet en gedaan heb.'' Een radicaal standpunt dat vooral nog sterk leeft bij de componist van elektronische muziek.

Het laatste concert in het oude jaar in een serie met nieuwe elektronische muziek van het Utrechtse Theater Kikker, werd wegens een verbouwing gehouden in Ekko, Utrechts tweede poppodium, waarvoor de politie een maximumgeluidssterkte van 87 decibel hanteert. Maar de elektronische muziek is volwassen geworden en hoeft zich niet meer te overschreeuwen om gehoord te worden. Zelfs Xenakis componeert nu milder van toon.

Machoklanken biedt nog wel Wilco Botermans in Raak voor twee theremins met de tweede in een begeleidingsostinato. Het instrument is in opmars, getuige een biografie (Leon Theremin: Ether music and espionage), er worden festivals aan gewijd en je kunt zelfs theremin T-shirts kopen. Bij voorkeur klinkt de theremin `verpakt' door filters en ringmodulatoren of gitaren en slagwerk. Voor een langer abstract stuk vrij van mystiek dan wel horror, hier de meest voor de hand liggende associaties, is het geluid te iel, zeker als het instrument geplaatst wordt tussen rijke elektronische muziek van René Uijlenhoet, bekroond op het festival van Bourges.

Uijlenhoets Wedge (Wig) combineert multiphonics en slaptongues van basklarinet met synthetische klanken ontleend aan spectrale analyses van basklarinet en slagwerk. Een rustpauze van liefst acht seconden slaat een wig, wat vrij ongebruikelijk is in de elektronische muziek. Om met Xenakis te spreken: je kunt naar het lege blad staren, maar het ook voor een deel leeg laten.

Uijlenhoets nieuwste compositie Lichtgewicht doet de quadrofonie goed uitkomen. Klankdeeltjes vliegen als in een stroboscoop door de ruimte. Dit is een detaillistisch uitgewerkt eerbetoon aan de pionierstijd, een subtiele vorm van postmodernisme. Kun je bij Uijlenhoet nog vaag de invloed horen van Ton Bruynèl, Kees Tazelaar volgt veel strikter het idioom van zijn leraar Jan Boerman. Apertures (Openingen) in lange éénstemmige lijnen blaast de vorm op tot een reusachtig bouwsel met de pianoklank herkenbaar in begin en eind. Hoewel minder persoonlijk begint Apertures naar het eind toe wel degelijk te gloeien.

Gemengde indrukken leverden de krabbeltjes op papier onder de titel Stilleben met Wurmloch van Richard Barrett in een uiterst nerveuze improvisatie met samples en vervormingen van materiaal dat zangeres Ute Wassermann ter plekke levert. Al die schor schrapende en schurende, kriebelig krioelende klankmassa's veroorzaakten bij menige bezoeker jeuk.

Concert: Nieuwe elektronische muziek. Werken van Uijlenhoet, Botermans, Tazelaar en Barrett. Gehoord 21/12 Ekko Utrecht.