De komende vier jaar

Personeel van drie kranten, de Miami Herald, de New York Times en de Wall Street Journal is op het ogenblik de ongeldige, de niet getelde, de half geponste stembiljetten in Florida aan het natellen. Hoeveel? Misschien zijn het er 60.000, misschien 180.000. De staat heeft een wet die de grootst mogelijke openbaarheid verzekert: de Sunshine Law. Het klinkt poëtischer dan onze Wet Openbaar Bestuur. De macht die erachter schuilt, is harder.

De waarheid van Florida wordt bekend, gepubliceerd, zoals in 1967 de 2,5 miljoen woorden van de Pentagon Papers, de waarheid over Indo-China. Zoals het gebeurd is met de Watergate tapes, die Nixon ten val brachten. Zoals het Clinton is overkomen, toen hij met de finesse van zijn intimiteiten in het Starr Report te koop lag in de winkels. Dat de waarheid van deze verkiezingen aan het licht komt, is menselijkerwijs gesproken, zeker. Het gaat om de vraag, welk effect dat op het komende presidentschap zal hebben.

Het kiezen van een president is voor de Amerikanen een strikt binnenlandse aangelegenheid. Hetzelfde geldt voor de manier waarop de gekozene zich dan zal gedragen, het liefst als de onkreukbare held, maar het kan ook anders. Misschien zou het in principe verdedigbaar zijn als althans de bondgenoten enige inspraak hadden in de benoeming van de volgende `machtigste man ter wereld', maar praktisch is dat al onuitvoerbaar, en bovendien voor de Amerikanen zelf onaanvaardbaar. En, zal men daar zeggen, jullie zijn zelf toch mans genoeg om je zegje in de internationale politiek te doen? Daarvoor hebben we per slot van rekening de NAVO. Als de bondgenoten zich over tekort aan invloed beklagen, valt dat feitelijk terug te voeren op een gebrek aan willen. Dit debat loopt dood.

Intussen blijft de werkelijkheid onverminderd bestaan. Europa en de rest van de wereld hebben een groot belang bij de Amerikaanse binnenlandse politiek; welke partij in Washington de lakens uitdeelt en wie daar de laatste verantwoordelijkheid draagt. Terwijl, zoals nu, Amerika een nieuw regime krijgt, zit de rest van de wereld in de wachtkamer. Vandaar dat de nasleep van Florida meer dan theoretisch interessant is.

De beste van alle mogelijkheden voor Europa is dat alle particuliere hertellers samen tot de slotsom zullen komen dat George W. Bush niet veel meer, maar wel de meeste stemmen heeft. Dat zou in Washington de kans op consensus dichterbij brengen. Maar of het zo ver zal komen? Nadere verslaggeving van het front in Florida (door de New York Times, geen vriend van Bush), leert, dat de gouverneur, Jeb, broer van George, weinig heeft nagelaten om het lot een handje te helpen. En als hij daar zelf niets van heeft geweten, hebben trouwe Republikeinen het werk gedaan. Jeb Bush heeft, zelf op de achtergrond blijvend, een totale mobilisatie van advocaten en toegewijde partijgenoten georganiseerd, en zodoende vermoedelijk veel bijgedragen aan de nederlaag van de Democraten. Die zijn dus niet paraat genoeg geweest, en dat hebben ze aan zichzelf te wijten.

Anders is het gegaan met de behandeling van zwarte kiezers in arme districten. ,,Het microscopisch onderzoek heeft misstanden aan het licht gebracht die anders niet ontdekt zouden zijn. Een hoger percentage zwarte kiezers was verplicht, ouderwetse, gebrekkige stemmachines met perforatiesysteem te gebruiken, terwijl in de welvarende districten overwegend blanke kiezers hun stem uitbrachten via de optische scanning machines,'' stelt de New York Times vast. De NAACP, National Association for the Advancement of Colored People, heeft rechtszaken aangespannen – nu, na de beslissing over het presidentschap. Het gaat niet tegen Bush, maar om de verwezenlijking van de gelijke rechten, zegt de NAACP. Intussen staat het wel vast dat zwarte burgers nog op andere manieren gefrustreerd zijn. Niet direct daarmee verband houdend, maar wel van betekenis in het geheel van de politieke context in het Amerikaanse zuiden, is de beweging onder de zwarte burgerij om schadevergoeding te eisen voor de slavernij. Er is een nieuwe fase in de Civil Rights Movement aan het ontstaan. Voor de toekomst van dit presidentschap is het van groot belang hoe het daarop zal reageren. Polarisering smeult.

Aan het begin van zijn campagne heeft Bush zich tot kampioen van een compassionate conservatism verklaard. Hoe moeten we dat vertalen? Conservatisme met mededogen? Met een menselijk gezicht? Gematigd? Er is een vorm van conservatisme in Amerika dat niet veel verschilt van het Europese – hecht aan fatsoen, afkerig is van radicalisme – en een ander dat we hier eerder radicaal rechts noemen; een harde, voornamelijk in het zuiden heersende praktijk. Als gouverneur van Texas had de aanstaande president meer van de eerste. Dit jaar nog heeft hij het record aan executies op zijn naam gebracht. En aan de andere kant, met zijn benoeming van John Ashcroft tot minister van Justitie, laat hij geen misverstand bestaan over zijn standpunt in de controverse over abortus. Ashcroft, op 7 november niet als senator herkozen, is uitgesproken aanhanger van het pro life standpunt. Dat zijn geen goede voortekenen voor een consensus.

Tussen het Amerika van Bush en Europa tekenen zich nog voor de inauguratie twee verschillen af. Het eerste ligt in de buitenlandse politiek: verdere ontwikkeling van Star Wars, de bescherming van Amerika door een rakettenschild, geen buitenlandse interventies, geen `nation building', Amerikaanse troepen, zoals in Kosovo, zo vlug mogelijk naar huis, afstand nemen van de `internationale gemeenschap' (wat dat dan ook zijn mag). En het tweede verschil, het culturele, de conservatieve opvatting, volgens de Republikeinen van Bush, van recht en wet, een omvattende visie op de maatschappij, tenslotte de menselijke verantwoordelijkheid. Wordt die filosofie de komende vier jaar verder in praktijk gebracht (voorzover het Congres dat zal toestaan), dan zal dat in de Verenigde Staten polariserend werken en bijdragen tot een verwijdering van Europa. Vooral in Nederland, met zijn wetgeving op het gebied van abortus en euthanasie, en het drugsbeleid, zullen we dan nog verbaasd kunnen staan.