Belofte

Een vreemde gewaarwording die ik soms heb: in een foto te willen springen, alsof heimwee heel even wil omslaan in een beweging, een gebaar. Zoals je, wanneer je heftig van iemand houdt, de neiging om hem aan te raken nauwelijks kunt bedwingen.

Er is een foto van Sem Presser van vlak na de Tweede Wereldoorlog, die dit effect op mij heeft. Je ziet een zeer brede laan in Parijs, in een park, met op de achtergrond een soort panoramagebouw dat ik niet kan thuisbrengen. Er lopen wat vrouwen en kinderen die wij zien op de rug. Een vrouw in een zware, getailleerde jas duwt een wandelwagen. Een vrouw dichterbij loopt een beetje krom, omdat zij een kleuter bij zich heeft die ze helpt een loopwieltje voort te duwen. Links is nog een wat groter meisje met staartjes. Zij kijkt naar de kleuter. Het is een prachtige foto van een wereld die in zichzelf besloten is, en tegelijk weids. Huiselijk, en tegelijk chic.

De hummel in zijn winterjasje, met een lichte das om de capuchon geknoopt, is het middelpunt van die wereld. Dat ben ik. Het gevoel dat de foto oproept is zo intiem dat ik nooit helemaal kan geloven dat andere mensen hem ook kunnen bekijken en waarderen. Onzin natuurlijk, want hij is duizendvoudig gereproduceerd op een ansichtkaart (die nu ook te koop is in het Joods Historisch Museum, waar een tentoonstelling over Presser is te zien). Soms stuur ik hem naar een persoon die me dierbaar is, en dan koop ik later weer één nieuw exemplaar – een heel stapeltje in te slaan zou mij tegenstaan.

Maar je houdt het toch niet tegen, het bijzondere wordt gewoon, zoals mijn foto door het feit van zijn vermenigvuldiging. Natuurlijk wordt het daarvan niet echt minder bijzonder; het hoort nu eenmaal bij onze stinkendrijke cultuur dat er van alles méér komt, ook van dingen waarop je een persoonlijke claim dacht te hebben.

Zo schreef ik een jaar of drie geleden op deze plaats een beetje weemoedig over verdwenen geluiden: van een zeis, een windmolen, van straatomroepers. Iemand meldde mij toen dat oude geluiden en roepen wel degelijk ergens worden bewaard. Op dat bericht sloeg ik niet veel acht; ik was alweer met het volgende stukje bezig.

Vorige week stond ik in het Nederlands Omroepmuseum in Hilversum voor een computerscherm en las: De bibliotheek van de verdwenen geluiden. Ik klikte door en vond lijsten met tientallen, nee honderden geluiden die ik zo kon oproepen. Daar kwamen ze uit de boxjes: een hoefsmid. Kling kling! Een ossenwagen, schorre claxons. Iemand op straat die wasborden verkoopt met een ingewikkelde, melodieuze roep. En inderdaad, ook de molenwieken en de zeis waren erbij.

De museumoppassers daar in Hilversum (vrijwilligers denk ik, het zijn altijd vrijwilligers die in kleine musea de boel draaiende houden, en ze moeten geloofd en geprezen worden) zijn minder bij-de-tijds dan de apparaten die zij bewaken. Ze konden niks beloven, maar wat ik al dacht was waar: ja hoor, je kunt de geluiden ook thuis beluisteren, als je computer knap genoeg is om ze weer te geven. Het adres is simpel: www.soundscapes.nl. Wie het intikt kan wanneer en zo vaak hij maar wil een handweefgetouw horen, een Urker visveiling in 1936, of een telexkamer.

Deze wonderbaarlijke `bibliotheek' is volgens de bijgeleverde toelichting opgezet met de bedoeling dat de geluiden zullen worden gebruikt door kunstenaars en componisten wereldwijd (je zit op het web en je wilt wat, nietwaar). Maar dat doet er niet zoveel toe. Waar het om gaat is dat ze te vinden zijn, met dateringen en uitleg erbij, en dat dus een heleboel uitgestorven geluiden helemaal niet verloren zijn, maar keurig gereproduceerd en opvraagbaar via het internet. Wat een rijkdom!

Op de valreep van ons fin de siècle ontspon zich in deze krant en elders een debat over de cultuur van het vrije, marktgerichte Westen. Rudy Kousbroek ziet het somber in, en ik gloei mee met zijn ontzetting over de alomtegenwoordige stupiditeit, de epidemische geldpest. Maar zijn pessimisme is niet terecht. Er is van alles meer dan ooit tevoren, ook van de beschaving. En dat belooft wat voor de eeuw die over vijf dagen begint.