Waargebeurde wetenschap

Ze volgen een wetenschappelijke opleiding, maar doen dat vanuit hun geloofsovertuiging. Drie studenten theologie over de rol van vrouwen in de kerk, hun liefde voor God en de geseculariseerde wereld. `Ik heb een drang in mijn hart om de boodschap te verkondigen.'

Jan Geerts had het al heel vroeg te pakken. Amper zes jaar. De juf las voor uit de kinderbijbel. Het verhaal over Jezus die voor onze zonden aan het kruis was gestorven, maakte diepe indruk op hem. ,,Ik werd er emotioneel van'', zegt hij.

Vanaf die dag is Jan Geerts ,,volledig geboeid'' door het geloof. Alles wilde hij er over weten. ,,Hé pap en mam, wanneer gaan we weer naar de kerk'', klonk het regelmatig in Huize Geerts in het Drentse dorp Nieuw Balinge. Totdat Jan een jaar of twaalf was en op eigen houtje zondag naar de kerk kon fietsen.

Vijfhonderd studenten volgen aan de Utrechtse universiteit de opleiding Godgeleerdheid, aan verreweg de grootste theologische faculteit van Nederland. De afgelopen tien jaar kwamen er elk jaar omstreeks vijftig eerstejaars bij. En alle studenten zijn vertrouwd met die ene, eeuwige vraag die buitenstaanders altijd stellen: wie gaat er in dit geseculariseerde tijdsgewricht, waar voor elke hoogopgeleide jongere het carrièrepad met goud is geplaveid, theologie studeren? Wat kun je daar nou mee?

,,Je wilt je er niet voor schamen, maar op zo'n moment voel je je toch altijd enigszins ongemakkelijk. Je moet je verantwoorden'', zegt studente Eline van Popering. Want apart ben je. Van de negentig VWO-leerlingen uit het examenjaar van Anne-Marie van Briemen in Gouda kozen er twee voor een studie theologie. ,,Ik vond het zelf niet belangrijk om voor het grote geld te gaan'', zegt ze.

Theologiestudenten zitten niet echt met die verbazing. Dan mompelen ze iets over het voordeel van een `brede studie'. Dat het leuk is om je in veel talen te bekwamen, zoals Hebreeuws of Grieks. Of over het veelzijdige vakkenpakket: filosofie, psychologie, sociologie en economie. Van die dingen, en dan begrijpen de mensen het wel.

Maar als je met de studenten doorpraat, merk je dat de liefde voor hun vak groot is. ,,Theologie is een leuke studie omdat het me de kans geeft God te dienen. Ik wil werk maken van mijn geloof'', zegt Anne-Marie.

,,Ik voel me geroepen'', zegt Jan. ,,Het is niet zo dat ik een stem uit de hemel heb gehoord, maar ik bemerk wel een drang in mijn hart om de boodschap te verkondigen.''

Stilleven

Met acht andere studenten woont de achttienjarige Jan Geerts – één van de 45 eerstejaarsstudenten theologie – in een christelijk studentenhuis in de buurt van het Utrechtse Wilhelminapark. In zijn kamer hangen twee reproducties aan de muur. Een stilleven van een bloemstuk en een zeventiende-eeuws schilderij van Gerard Dou, van een oude vrouw die in de bijbel leest – een cadeautje van zijn moeder.

Op de schouw staat een tegeltje met de tekst:

Weest in geen ding bezorgd,

Maar laten bij alles uw wensen,

Door gebed en smeking met dankzegging

Bekend worden bij God.

In Jans boekenkast is een plek ingeruimd voor een middeleeuws draagbaar tv-toestelletje. Een kabelaansluiting ontbreekt, waardoor Jan, in zwart-wit, alleen de zenders Nederland 1, 2 en 3 kan ontvangen. ,,Televisie is een prachtig medium, heel geschikt voor evangelisatie en voor educatie'', zegt hij.

Naar zo'n talkshow als van Andries Knevel mag hij graag kijken, maar erg veel tijd brengt hij niet door voor de buis. ,,Het zou toch beter zijn geweest als de televisie nooit was uitgevonden. Er is zoveel rotzooi op de televisie, merk ik als ik in de tv-gids kijk. In sommige programma's wordt om de zin gevloekt.'' Zelfs bij programma's van de NCRV hoort Jan Geerts regelmatig vloeken. ,,Ik heb wel eens opgebeld naar de NCRV, maar dan zeggen ze: door een piepje over de vloek heen te zetten, vestig je nog meer nadruk op de vloek. Maar ik denk dan: Gods naam is heilig en door vloeken werkt satan.''

Anne-Marie van Briemen (22, vijfdejaarsstudente) herkent dat. Ze maakt een laconieke indruk, maar aan vloeken heeft ook zij een broertje dood. Op zaterdag werkt ze in de bakkerij bij de Albert Heijn in Bodegraven en dan hoort ze klanten wel eens uitspreken: `God verdoem mij', want dat zeggen ze in feite. ,,Soms spreek ik de mensen er op aan, want ik vind het onverteerbaar dat de naam van degene die mij zo lief is, wordt misbruikt omdat een halfje sesam bruin er niet is!''

Ook Anne-Marie woont in een speciaal studentenhuis. Het pand met elf studenten is van het Hervormd Opleidings Centrum Ruimzicht. Het is een convivium, een leefgemeenschap op christelijke grondslag. Iedere maandag is er ,,een liturgisch moment''. Dan leest men uit de bijbel of zingt een psalm.

Vanmiddag klinkt er door de vloer muziek van U2 uit de kamer van de onderbuurvrouw. Naast de boekenkast staat een elektrische gitaar en een versterker. ,,Ik ben bezig om er een riedeltje van Lenny Kravitz in te rammen'', zegt Anne-Marie.

De studentenkamer van tweedejaars Eline van Popering (19) staat in het teken van Belle van Zuylen. Het werk van deze achttiende-eeuwse schrijfster en feministe avant la lettre heeft een prominente plek in de kast. Ze is haar held, ,,mijn stokpaardje'', zegt Eline. Aan de muur hangt een spreuk van Belle van Zuylen: `Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.'

Er zijn waarschijnlijk maar weinig studenten die zo weloverwogen kiezen als Jan Geerts. Zijn ouders hadden liever gezien dat hun enige kind de boerderij annex minicamping in Drenthe had overgenomen. Maar Jan begon al vroeg aan een oriëntatiereis langs verschillende geloofsgemeenschappen.

Hij ging bijvoorbeeld kijken bij de, orthodoxe, Gekrookte Rieters, maar dat was hem iets te somber. Een te sterk zondebesef. ,,Natuurlijk is het goed om je te realiseren dat wij allen zondig zijn, maar je moet er niet in blijven steken. Het evangelie is ook een boodschap van vreugd'', vindt Jan. Een boodschap waar men overigens wel serieus mee moet omgaan. In sommige kerken, zoals in die van de Samen-op-weg-beweging, ziet Jan een enorme afvlakking van de boodschap. ,,Daar lijken ze soms meer bezig met de opvoering van een theaterstuk dan met het houden van de eredienst.''

Kerken moeten geen concessies doen, zegt Jan. Geen wereldse elementen binnenhalen om mensen te trekken: geen musicals of een blaaskapel in de kerk. ,,De eredienst moet geen uitstapje worden. De kerken die de meeste mensen trekken, zijn die met een degelijke boodschap, conform de bijbel.''

De vraag aan welke faculteit theologie te gaan studeren is door Jan regelmatig in gebed gebracht. Het werd Utrecht, traditioneel de thuishaven van de Gereformeerde Bonders, de rechtervleugel binnen de Hervormde Kerk. Hier in Utrecht hoopt hij binnen een jaar of zes à zeven te worden opgeleid tot predikant. ,,Ik hoop een instrument te mogen zijn van de Heer. Om mensen te vertellen over het evangelie. Ik hoop het pure zuivere woord van God te gaan verkondigen. Maar ik weet dat ik dat alleen maar kan in voortdurende afhankelijkheid van de Heilige Geest.''

Ook Eline van Popering wordt waarschijnlijk predikant, al houdt ze nog een slag om de arm omdat ze pas anderhalf jaar studeert. Eline weet waar ze voor kiest – ze is dochter van een dominee. Al keken haar ouders wel verbaasd toen Eline op haar zestiende vertelde dat ze theologie wilde studeren. ,,Mijn ouders hebben me nooit gepusht.''

Eline plaatst zichzelf in het midden van de Hervormde kerk. Ze noemt zichzelf ,,een zelfstandig vrouwtje'', schenkt veel te sterke zwarte koffie en praat in een hoog tempo. ,,Het geloof in God is altijd bij me geweest. Dat is een grondgevoel. En toen ik mijn puberteit aardig had overleefd en de negatieve impulsen had weerstaan die je leeftijdgenoten in die periode over geloof uitstralen, stond mijn keuze vast. Het is gewoon mooi om iets te studeren dat ook heel persoonlijk is. Heerlijk. Het zijn soms wel stugge vakken, maar het gaat toch over je eigen geloof. Deze studie geeft je ook meer inzicht in jezelf'', zegt Eline.

,,Het ambt van predikant is iets heel moois. Je kunt volop mens zijn, je intellectueel ontwikkelen, je blijft studeren, preken, mensen onderwijzen, helpen en praten. Het is heel intermenselijk, heel spiritueel. Het organisatorische trekt me ook: lekker zo'n gemeente draaiende houden. Je bent toch ook een soort manager, al klinkt dat wel heel fout.''

Alle Utrechtse studenten zijn in principe lid van wat in de studiegids een theologisch werkgezelschap heet. Het is een dispuut dat activiteiten organiseert zoals thema-avonden, preekvergaderingen of studieweekeinden. De studenten verdienen studiepunten met het lidmaatschap van zo'n vereniging.

Het oudste dispuut, vijftien leden, is het Theologisch-Litterarisch Studentengezelschap Excelsior Deo Iuvante, opgericht op 18 oktober 1870. Eline is bestuurslid en staat erop dat de naam van haar club helemaal wordt vermeld. Met een lezing over hoe de postmoderne mens kan geloven en ,,een knalfeest'' is recent ,,een heel gaaf lustrum'' gevierd.

De grootste twee disputen zijn het achttien jaar oude Themelios en het iets formelere, studentikozere Voetius, dat in 1899 werd opgericht. Jan Geerts kan het verschil in de twee verenigingen kernachtig weergeven: ,,Als ze bij Themelios zingen, doen ze dat met begeleiding van een gitaar en bij Voetius spelen ze het liefste mee op een orgel.'' Jan is lid van Voetius.

Anne-Marie van Briemen is ook lid van Voetius – ze zat vorig jaar zelfs in het bestuur. Deze woensdagavond fietst ze door de miezerige regen naar de bijeenkomst van de Voetius-kring die zich dit jaar bezighoudt met het thema schriftvisie. Zes lange jongens verzamelen zich met Anne-Marie op de bovenste etage van een rommelig woonhuis waar de bijna afgestudeerde Willem-Frank van de Woestijne een kamer huurt. De bewoner heeft zijn werkkleding nog aan: het rode T-shirt met de letters Edah waar hij veertien uur per week klust op de DKW, de afdeling droge kruidenierswaren.

Chicken tonight

Overal staan kerken. Kartonnen bouwpakketten van echte godshuizen die door Willem-Frank met engelengeduld in elkaar zijn gezet. En bij het raam staat een letterbox volledig gevuld met door hem gemaakte miniatuurkerkjes van klei naar echte voorbeelden. De gastheer zet de cd op van zijn jongerenkoor Gedalja uit Harderwijk. En terwijl het eten dampt op tafel – bruine rijst met chicken tonight – gaat Willem-Frank voor in gebed.

De studenten discussiëren over Lucas 17: De komst van het Koninkrijk van God. Komt Jezus opeens, als de bliksem of na de apocalyps, is de hamvraag. De rest van de avond bespreken de aanwezigen vier hoofdstukken uit het boek: Models for scripture van John Goldingay. In het huis tegenover, aan de andere kant van de Dondersstraat, staat de tv op Europacup-voetbal.

,,Ontzettend spannend'', noemt Anne-Marie, dochter van een registeraccountant, dit soort bijeenkomsten. ,,Hoe kijk je tegen de bijbel aan? Is wat er in de Heilige Schrift staat beschreven feit of fictie? En wat betekent dit dan voor je eigen geloof? Gaat mijn studie soms over het bestuderen van een sprookjesboek?''

Het opwindende zit hem er in dat je door de wetenschappelijke studie van datgene wat voor jou persoonlijk zo voornaam is ,,de kluts kunt kwijtraken'', zoals volgens Anne-Marie regelmatig voorkomt onder studenten. ,,Ik neem mijn geloof ontzettend serieus, maar ik vergeet God ook wel vaak. Toch is bidden belangrijk. Voor elke relatie is het goed om te praten. Als ik niet bid en God niet vertel waar ik mee bezig ben, groeit mijn geloofsrelatie niet. Ik word zo vaak afgeleid. Zo vind ik het heel belangrijk goed contact te onderhouden met vrienden. En dan denk ik wel eens: is mijn band met God me ook zoveel waard? Ik doe mijn best God boven alles lief te hebben en mijn naaste gelijk mezelf, zoals de tien geboden vragen. Maar het is heel moeilijk om God steeds op de eerste plaats te zetten en je steeds af te vragen: wat zou God hiervan vinden?''

Ook Jan Geerts worstelt met dit soort vragen en het feit dat de door God als volmaakt geschapen mens zo zondig kan zijn in alle gedachten en handelingen. Desgevraagd geeft Jan toe dat hij zichzelf bijvoorbeeld wel eens betrapt op gevoelens van jaloezie en dus zondigt tegen het gebod van naastenliefde. Opeens citeert hij Calvijn, in het Latijn. Simul iustus et peccator, tegelijk gerechtvaardigd en zondaar. ,,Gerechtvaardigd door het bloed van Christus. Dat is toch een troost die ons verstand ver te boven gaat.''

Een toekomst als godsdienstlerares lijkt Anne-Marie wel wat. Al vraagt ze zich af of ze genoeg gezag uitstraalt om de jongeren in dit niet-examenvak te kunnen onderwijzen. ,,Misschien is het wel heel vervelend: al die pubers die godsdienst als een keetvak beschouwen. Maar daardoor is het ook een extra uitdaging: zorgen dat ze het wel leuk vinden.''

Het ambt van predikant lijkt haar te zwaar omdat gemeenteleden constant een beroep op je doen en denken dat je alles kunt. Maar het is ook niet mogelijk als vrouw dominee te worden binnen haar gemeente van Gereformeerde Bonders. In 1 Korintiërs 14 vers 34 staat immers: ,,Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken.''

Anne-Marie is het er niet mee eens om deze passage heden ten dage nog letterlijk te nemen zoals ook Jan Geerts doet. ,,Maar ik vind het geen reden om me af te zetten tegen mijn eigen traditie'', zegt ze. Anne-Marie sluit trouwens niet uit dat ze later toch predikant wil worden. Dat zou dan betekenen dat ze onderdak moet zoeken in een andere gemeente. ,,Voor mij is deze kwestie nu in ieder geval niet zo ontzettend gewichtig. Je hebt van die meiden die hier helemaal op flippen. Zo van: ik ben een vrouw en ik bepaal zelf wat ik wil. Van sommige vrouwen die ook op de faculteit rondlopen, krijg ik soms de indruk dat ze zó gefrustreerd raken dat ze alleen al daarom per se dominee willen worden.''

Eline van Popering betreurt een dergelijke opvatting. ,,Het is heel jammer dat vrouwen zich neerleggen bij die uitsluiting. Ik denk dan: je kunt zoveel meer. Ga voor het hoogste en pak wat je pakken kan.''

Secularisatie

Jan, Anne-Marie en Eline maken zich alledrie zorgen over de toenemende secularisatie. Anne-Marie voelt het wel eens op het centraal station. Dan staat ze daar en ziet ze de massa aan zich voorbijtrekken. En dank denkt ze: ,,Waar leven al die mensen voor? Mensen die alleen maar mooier en sneller willen zijn. Er is zoveel leegte. Consumptie is zo belangrijk, dat gaat me echt aan het hart. We zijn als maatschappij zo van God vervreemd: Het enige dat de meeste mensen nog weten over bijvoorbeeld het paasfeest is dat het twee vrije dagen zijn.''

Dat vervloekte individualisme, sombert Eline. ,,Steeds maar ik, ik, ik. Dat vind ik erg. Dat mensen er alleen maar op uit zijn om te zorgen dat ze het zelf goed hebben. Het is toch juist fijn als je iets voor anderen kunt betekenen, denk ik dan. Of dat mensen zeggen: ik geloof wel, maar niet in de kerk. Dat is toch ook heel jammer, want dan schrijven ze een belangrijk stuk traditie af.''

Maar natuurlijk is er meer in het leven dan de eigen biotoop van theologen. Ook het milieu van de ongelovige medemens trekt. Jan Geerts is dit jaar voor het eerst naar een disco gegaan omdat het eindexamenfeest er werd gehouden. Het was er ,,gruwelijk, te werelds, te veel lawaai'', maar hij is blij er te zijn geweest. ,,Als je alleen in je eigen milieu verkeert, krijg je een vertekend beeld van de wereld'', zegt Jan. ,,Een wereld waar je wel de Blijde Boodschap moet kunnen verkondigen.''

,,Christenen kunnen er ook een potje van maken'', zegt Anne-Marie. En veel van die theologen zijn ook ,,vreselijke nerds''. Druiloren die zich ongelooflijk suf kleden en alleen maar over theologie kunnen praten.

,,Theologen zijn strebers'', vindt ook Eline. Ze smijten vaak met bijbelteksten. Daarom is ze het gloeiend eens met haar verkering Kees, bijna afgestudeerd theoloog, die als stelregel heeft dat het ,,heel prettig is om af en toe met een gediplomeerd heiden te praten''.