Twee is genoeg

Mensen denken dat brainstormen in een groep een effectieve aanpak is om veel ideeën te genereren. Niet waar, zegt sociaal-psycholoog Bernard Nijstad.

`Er bestaan bedrijven die gespecialiseerd zijn in brainstormsessies', vertelt de Utrechtse sociaal-psycholoog Bernard Nijstad. ``Die worden benaderd door een firma met een bepaald probleem, zoeken wat namen van `probleemoplossers' uit hun kaartenbak en laten vervolgens twaalf man een avondje brainstormen. Ik heb daar een keer bijgezeten. Die mensen hebben de indruk dat ze ontzettend effectief bezig zijn. Uit onderzoek blijkt dat het tegendeel het geval is: in hun eentje krijgen mensen meer ideeën. Maar dat wilden ze gewoon niet geloven – terwijl het in zeker dertig verschillende studies is aangetoond, zonder uitzondering.'

Nijstad ontving op 1 december de jaarlijkse dissertatieprijs voor sociaal-psychologen voor zijn promotie-onderzoek naar de effectiviteit van brainstormen. Of beter gezegd: naar de ineffectiviteit ervan. Want dat individuen veel beter zijn in het genereren van ideeën dan groepen, is al langer bekend.

``Als je een groep van een bepaald aantal personen vergelijkt met evenzoveel individuen, komen die individuen in totaal met meer ideeën. Bij een groep van vier personen scheelt dat de helft, en hoe groter de groep, hoe groter het verschil,' aldus Nijstad. ``Vanaf drietallen zit je eigenlijk altijd fout.' En bij brainstormen gaat het nu eenmaal om de kwantiteit van ideeën, niet in eerste instantie om de kwaliteit. Het principe is dat mensen alles mogen zeggen, zonder dat er kritiek op komt. En daarna blijkt er één simpele regel te gelden, aldus Nijstad: hoe meer ideeën, hoe meer goeie ertussen zitten. Doordat individuen meer ideeën genereren, komen ze dus ook met meer goede ideeën dan mensen in een groep.

De techniek van het brainstormen in groepen om creatieve oplossingen voor problemen te bedenken, werd begin jaren vijftig in Amerika bedacht en kwam eind jaren vijftig naar Nederland overwaaien. Mensen denken in het algemeen dat het zo nuttig is omdat de ideeën van anderen je zelf weer op nieuwe ideeën brengen, zodat er uiteindelijk door een soort sneeuwbaleffect een lawine aan ideeën zou ontstaan. Maar zo blijkt het niet te werken. ``Mensen beïnvoeden inderdaad de inhoud van elkaars ideeën, maar in groepen onstaat daardoor juist een soort vernauwing. Bij individueel nadenken zie je het volgende patroon: je krijgt een paar ideeën over ebloen bepaald onderwerp, dan even niks, dan weer een paar ideeën over een volgend onderwerp, enzovoort.'

AANKNOPINGSPUNT

Bij brainstormen in groepen verdwijnt dat patroon, aldus Nijstad. ``Je moet het zo zien: ieder idee levert steeds een aanknopingspunt voor een volgend idee. Dus als een ander met zijn idee door jouw gedachten heen komt fietsen, wordt zijn idee het aanknopingspunt voor jouw volgende idee. En in een groep wordt iedereen daardoor beïnvloed. Vandaar dat je in groepen vaak een soort trechterwerking ziet, een versmalling.'

Mensen in een groep moeten ook vaak wachten totdat een ander is uitgepraat voordat ze hun idee kunnen noemen. Dat verklaart volgens Nijstad de ineffectiviteit van groepen. Hij bootste het verschijnsel na in een onderzoek door mensen te dwingen telkens een paar seconden te wachten voordat ze een idee konden intypen op de computer.Daardoor bleek de productie van individuen ook omlaag te gaan. ``Dat je op het moment dat je iets verzint, moet wachten voordat je het kwijt kunt, dát is het probleem. Het is redelijk belastend om een idee te onthouden voordat je de mogelijkheid hebt om het in te typen of te vertellen. De mensen in mijn onderzoek die wel de hele tijd gewoon konden typen, gebruikten in totaal ongeveer evenveel typtijd, maar die konden de tijd tussendoor veel effeciënter gebruiken om na te denken. Als je zit te wachten en je moet een idee onthouden, gebruik je die tijd niet effectief.'

Volgens Nijstad is het verschil tussen groepen en individuen puur te verklaren uit dergelijk `niet kunnen' – beperkte geheugencapaciteit en beperking in aanknopingspunten voor nieuwe onderwerpen – en is er geen sprake van `niet willen'. ``Het free ride-verschijnsel is ook wel aangedragen als verklaring: mensen in een groep zouden eerder geneigd zijn om achterover te leunen en anderen het werk te laten doen. Maar het bewijs daarvoor is niet sterk. Als je mensen in een groep individueel aansprakelijk maakt voor hun ideeën, daalt de productiviteit per persoon ook naarmate de groep groter is.'

Het grappige is, aldus Nijstad, dat mensen in groepen helemaal niet doorhebben dat ze niet zo effectief zijn. De mensen die hij in zijn onderzoek in groepen liet brainstormen – over onderwerpen als: hoe meer toeristen naar Utrecht te trekken, of wat iemand kan doen om gezonder te leven – waren veel tevredener over hun eigen ideeënproductie dan de mensen die hij individueel ideeën liet bedenken, terwijl de individuen feitelijk meer, en daarmee ook meer goede, ideeën bedachten. De `groepsdeelnemers' vonden het onderzoek ook leuker dan de individuele deelnemers. Brainstormen wordt dan ook nog steeds veel gebruikt, weet Nijstad. ``Ik las laatst een scriptie van een studente economie, die had in 26 bedrijven gekeken wat ze er aan creativiteitsverhogende methoden hanteerden. Het enige wat ze overal deden, was brainstormen.'

Hoe komt het dat mensen niet inzien dat brainstormen in groepen niet zo goed werkt? ``Als je in je eentje zit na te denken en je kunt even niks verzinnen, valt dat je ontzettend op. Je voelt je dan al snel vervelend en je hebt het idee dat het niet lukt. In een groep ga je op zo'n moment even achteruit zitten. Je zit dan niet te niksen; je luistert naar een ander, dus je voelt je nog steeds effectief.'

ACCEPTATIE

Moet brainstormen in groepen dan maar helemaal afgeschaft worden? Dat hangt ervan af wat het doel is, zegt Nijstad. Het heeft namelijk wel degelijk positieve effecten. ``Mensen vinden het leuker, het versterkt de onderlinge verhoudingen in een groep en het vergroot de acceptatie van beslissingen. Als die factoren het meest van belang zijn, zet mensen dan gerust in groepen, waarom niet. Maar bedenk wel dat zulke sessies ook kunnen leiden tot irritatie en tijdverlies, en hetzelfde gevoel kunnen oproepen als lange vergaderingen die nergens heengaan.'

Maar als naast dIe onderlinge verhoudingen ook concrete productiviteit van belang is, dan is het advies van Nijstad: gebruik tweetallen. ``Ik heb de indruk dat ze het in reclamebureaus wel goed doen. Daar brainstormen ze vaak met zijn tweeën, bijvoorbeeld een tekstschrijver en een tekenaar.'

Bernard Nijstad, `How the group affects the mind: effects of communication in idea generating groups', ICS dissertation series 68, ISBN 90 3932449-2.