Strafpleiters (1)

In uw bijlage trof ik een interessant interview met het advocatenechtpaar Pieter Herman Bakker Schut en Adèle van der Plas (Z 16 dec.), die `par excellence' criminelen verdedigen die de markt van hard en soft drugs bedienen. Wat mij zeer trof, was dat dit echtpaar geheel geen problemen heeft deze mensen te verdedigen. Sterker: het echtpaar verkeert zelfs in de waan dat door opheffing van allerlei verboden bij een vrij verkeer en goede regulering van middelen, het overmatig gebruikersprobleem zich vanzelf oplost.

Natuurlijk hebben ook criminelen het recht op goede verdedigers, die bij voorkeur dienen te zorgen voor invrijheidsstelling of een laag uitvallende straf. Maar de verdedigers die dat lukt, zijn bij velen in dit land, ook bij mij, aan het verkeerde adres! Eenieder die zich doelbewust bezighoudt met deze onverkwikkelijke handel moet zwaar brommen. Dat ervaren velen in bijvoorbeeld Marokkaanse, Turkse en Spaanse gevangenissen maar dat zijn de kleine jongens die over het algemeen uit zijn op een eenmalig snelle verrijking.

Het echtpaar noemt zich progressief. Ze drinken geestverruimende thee. Kan dat leiden tot een kronkel onder de hersenpan? Eén die niet meer kan onderscheiden wat goed is en wat kwaad? Het lijkt mij eng voor rechters om dit paar voor zich te hebben.