Sprankelend licht voor een `voddenkist'

De Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets ontwierp voor de kathedraal van de Franse stad Blois 33 nieuwe gebrandschilderde ramen. Gisteren werden ze ingewijd, in aanwezigheid van koningin Beatrix.

Met veel moeite maar uiteindelijk met succes heeft de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets de Franse gastheren ervan kunnen overtuigen: in het programma van het bezoek van koningin Beatrix, gisteren, aan het Loire-stadje Blois, hoefde heus geen lunch te worden opgenomen. Het gaat haar om de kunst, had hij gezegd. Zo geschiedde het, in Franse ogen, ongehoorde, en kwam het Nederlandse staatshoofd de inwijding van de 33 door Dibbets ontworpen gebrandschilderde ramen van de plaatselijke kathedraal bijwonen, om weer zonder gastronomisch verpozen en nagezwaaid door een handjevol Blésois te vertrekken.

Bizarre Hollandse soberheid: precies ook wat Dibbets' schepping in Blois kenmerkt. Al gaat het om een raamoppervlakte van 360 m2, hebben de werkzaamheden bijna negen jaar geduurd en heeft het project, inclusief restauratie van de door steenkanker aangetaste muren van de uit de 16e en 17e eeuw stammende kerk, zeventien miljoen gulden gekost. Tijdens de liturgische plechtigheid die aan de bezichtiging door de koningin voorafging, stelde Monseigneur Maurice de Germiny, bisschop van Blois, zelfs dat het ging om ,,de grootste raam-opdracht die ooit in Frankrijk aan één kunstenaar is gegeven''. De ramen werden vervaardigd door ,,meester-glazenier'' Jean Mauret.

Een heldere, lage winterzon toonde Dibbets' prestatie gisteren in volle glorie. Hij voorzag de neo-gotische raamkaders van een klassiek in lood uitgevoerd ruitpatroon, waarin hij in diagonale, verticale en horizontale lijnen slechts spaarzaam gekleurd glas aanbracht. Transparantie overheerst, al is dat slechts schijn, want aan de zuidzijde wordt het licht tot veertig procent getemperd door ,,helder'' glas in nauwelijks waarneembare, koele groene en blauwe tinten, en het noorderlicht wordt gezeefd door een warm-roze en bruin waas. De zeventien onderste ramen, die de aarde en ,,het leven'' symboliseren, volgen de chronologie van de liturgie, de zestien bovenste (,,de hemel'') tonen vroeg-christelijke symbolen, zoals vissen die de gelovigen en het voortgezette leven verbeelden.

Anders dan in de overdadige 19e eeuwse ramen boven het altaar (,,toverlantaarnplaatjes'' volgens Dibbets, en ,,helaas'' beschermd monument) worden er geen menselijke figuren afgebeeld. Dibbets volstond met geabstraheerd-figuratieve vormen van letters en woorden in het Latijn, Grieks en Hebreeuws, bloemen, dieren en voorwerpen, zoals een doornenkroon, kelken en sleutels, en een lege troon als symbool voor ,,de leegte waar God is''. Alleen in het raam met de woorden requiem aeternam dona eis Domine (,,Heer, geef hen eeuwige rust'') prijkt bovenin een menselijke doodskop.

Dibbets' sprankelende kunstwerk is het resultaat van een verademend staaltje besluitvorming op z'n Frans. Weliswaar was er een commissie aangesteld die pro forma kon beslissen welke kunstenaar de tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels vernielde ramen van de kathedraal in ere zou herstellen, maar het was toenmalig minister van Cultuur en burgemeester van Blois, Jack Lang, tegenwoordig minister van Onderwijs, die het project zonder inspraak verordonneerde en uiteindelijk ook hoogstpersoonlijk Dibbets aanwees. ,,Zeg maar wat je wilt'', had de minister gezegd: ,,Ik zorg dat het er komt''. Omdat premier Jospin de in Frankrijk zeer gebruikelijke opeenstapeling van openbare functies verboden heeft, is Lang nu nog slechts eerste wethouder van burgemeester Bernard Valette, maar iedereen bevestigt dat hij nog steeds de dienst uitmaakt in Blois.

Hij heeft de gebruikers van de kathedraal, staatsbezit, ook tot medewerking gemaand. De in 1996 overleden bisschop Jean Cuminal had alleen bezwaar gemaakt tegen de verwerking van de niet-christelijke Driekoningen-legende in één van de ramen, maar Dibbets heeft hem tevreden gesteld met een Ave Maria-raam, met zeven korenbloemen. De huidige bisschop De Germiny toonde volgens pastoor Dupont ,,zo weinig belangstelling'', dat deze zijn eigen enthousiasme met zijn ontslag heeft moeten bekopen. De inwijdingsplechtigheid was naar zijn smaak ook ,,veel te religieus'' en ,,waarschijnlijk een vorm van wraak'', vanwege het wereldse karakter van het project. Een onderneming, die Dibbets naar eigen zeggen, nooit aangedurfd had in een kathedraal als die van Vézelay of Chartres, maar waar ,,deze voddenkist'' alleen maar van kon opknappen. Graag had hij zijn Mondriaan-moderne kunstwerk gecombineerd gezien met Saenredamse leegte, maar de staatsieprentjes aan de pilaren mochten niet weg van de bisschop.