Slavernij als beschamende curiositeit

Steven Spielbergs Amistad gaat over de complexe juridische strijd rond een groep West-Afrikaanse slaven, die in 1839 voor de kust van Cuba het Spaanse slavenschip La Amistad wisten te overmeesteren. Na een lange zwerftocht houdt de Amerikaanse marine het schip aan en komen de slaven in de Verenigde Staten terecht. Hun zaak wordt opgepakt door de abolitionisten, de beweging tegen slavernij.

De Amerikaanse president Martin van Buren, die de steun van de zuidelijke slavenstaten nodig had voor zijn herverkiezing in 1840, steunt de Spaanse claim dat de slaven moeten worden uitgeleverd. De zaak wordt tot in het supreme court uitgevochten, waar de voormalige president John Quincy Adams de slaven verdedigt. Het hooggerechtshof bepaalt uiteindelijk dat de slaven illegaal zijn ontvoerd — slavenhandel is in deze periode illegaal, terwijl slavernij zelf vrijwel overal legaal is. Ze worden vrijgelaten en kunnen terugkeren naar hun geboortegrond.

Regisseur Steven Spielberg maakt het zich niet gemakkelijk door het verhaal te vertellen als een rechtbankdrama. Alleen in de openingscène van de film – waarin de opstand van de slaven wordt getoond onder leiding van de imposante leider Cinque, sterk gespeeld door Djimon Hounsou – en in een terugblik halverwege de film, toont hij direct de onmenselijke wreedheden van de slavernij. Spielberg kan in ieder geval niet van goedkoop effectbejag worden beschuldigd. Maar het uiteindelijke resultaat is niet echt geslaagd.

Vanuit het perspectief van de huidige kijker is de juridische strijd over het `eigendom' van de slaven niet meer dan een beschamende curiositeit. Tijdens de rechtsgang wordt nergens het instituut slavernij rechtstreeks ter discussie gesteld. Het belang van de zaak ligt in de symboolwaarde die voor- en tegenstanders van slavernij in de Verenigde Staten aan het proces toekenden. Maar juist in het tonen van de maatschappelijke context, schiet de film te kort. De abolitionisten werden in deze periode veelal als gevaarlijke fanatici beschouwd, ook in staten waar de slavernij was afgeschaft. Dat geeft Spielberg wel heel onbeholpen weer, als de advocaat van de Amistad-slaven een klap op zijn hoofd krijgt van een voorbijganger op straat.

Daarnaast komen in de hele film nauwelijks voorstanders van slavernij voor; slechts in één scène zien we een zuidelijke politicus tijdens een banket de slavernij verdedigen. Racisme wordt nergens rechtstreeks aan de orde gesteld.

Sommige recensenten stoorden zich eraan dat slavenleider Cinque belangstelling ontwikkelt voor het christendom. Aan de hand van tekeningen in de bijbel vertelt hij het verhaal van Jezus na. Maar dat is slechts een sterk verwaterde versie van de historische werkelijkheid. De abolitionisten zagen het als hun plicht om de slaven `beschaving' bij te brengen en tot het christendom te bekeren. Daarbij hadden ze soms ook succes. Ze stuurden zelfs een missie mee terug naar Sierra Leone. Naar de huidige maatstaven van het cultuurrelativisme, is dat op z'n minst dubieus. Dus besluit Spielberg met een scène tussen oud-president Adams (Anthony Hopkins) en Cinque, waarbij het voorvadergeloof van de West-Afrikaan en een verwijzing naar de Amerikaanse founding fathers aan elkaar gelijk worden gesteld.

Opmerkelijk is ook dat Spielberg de abolitionisten negatiever afschildert dan hun werkelijke rol is geweest. Advocaat Baldwin wordt (clichématig) geportretteerd als een op geld beluste advocaat voor wie het proces een zaak als alle andere is, terwijl hij in werkelijkheid niet of nauwelijks aan de zaak verdiende en uit idealisme handelde. Ten onrechte wordt ook de abolitionist Lewis Tappan afgeschilderd als een verkapte racist, die bereid is de slaven om propaganda-redenen als martelaars op te offeren. Blijkbaar redeneerde Spielberg dat een modern publiek te veel blanke filantropie niet geloofwaardig zou vinden. Daar had hij gelijk in, want zelfs met deze aanpassingen klonk het verwijt dat in Amistad de blanken te veel een heldenrol spelen.

De hoogleraar Caraïbische studies Gert Oostindie, een voorstander van een Nederlands momument ter nagedachtenis aan het slavernijverleden, noemde het in deze krant `tekenend' dat de film in Nederland geen kassucces werd. Een confrontatie met het slavernijverleden, ook dat van Nederland, zou niet stroken met het tolerante vaderlandse zelfbeeld. Die verklaring zou plausibel zijn als Amistad een goede film was geweest. Maar Spielberg slaagt er niet in de dwingende noodzaak duidelijk te maken, om juist dít verhaal te vertellen. Amistad moet het te veel hebben van goede bedoelingen.

Amistad (Steven Spielberg, VS, 1997), zaterdag, NET5, 22.00-0.45u.