Pubers en seks

Het laatste Nederlandse groeionderzoek laat zien dat de leeftijd waarop kinderen puber worden sinds 1980 niet meer daalt. Maar de eerste seks vindt steeds vroeger plaats.

Achteraf bezien is het Dick Mul een raadsel waarom twintig jaar lang is aangenomen dat kinderen in de Westerse wereld steeds vroeger in de puberteit raken. Uit zijn onderzoek blijkt dat de leeftijdsdaling van de puberteit in Nederland sinds 1980 is gestabiliseerd en voor de meeste andere Westerse landen lijkt dat ook te gelden. Deze week promoveerde Mul in de kindergeneeskunde aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit. Zijn onderwerp: de leeftijd waarop de puberteit intreedt en de behandeling van een te vroege puberteit, pubertas praecox genaamd, onder anderen bij geadopteerde kinderen.

In 1997 adviseerde het Amerikaanse Genootschap van Kindergeneeskunde en Endocrinologie (hormonenleer) om de ondergrens van het begin van een 'normale' puberteit te verlagen. Voor blanke meisjes zou de leeftijd van acht naar zeven jaar moeten, bij meisjes van Afro-Amerikaanse afkomst van zeven naar zes jaar. Voor jongens geldt in de Verenigde Staten nog altijd de ondergrens van negen jaar. Meisjes raken in de puberteit als de borsten zich gaan ontwikkelen, jongens wanneer de testikels gaan groeien.

Het advies van het Amerikaanse Genootschap, gebaseerd op onderzoek van dr. Marcia E. Herman-Giddens, heeft veel onrust veroorzaakt, vooral in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De vervroeging van de puberteit wordt in die landen in verband gebracht met (te) vroeg seksueel gedrag en de daarmee samenhangende tienerzwangerschappen. Reden voor de Britse premier Blair om een campagne te starten onder het motto `Be proud. Be a virgin', met als boegbeeld het tienerpopidool Britney Spears. Jongeren worden opgeroepen seks uit te stellen en langer maagd te blijven. In Nederland speelt deze ongerustheid veel minder, ook al omdat het aantal tienerzwangerschappen bij ons het laagste ter wereld is: in 1985 ging het om 19 gevallen per 10.000 meisjes. In de Verenigde Staten is dit tien keer zoveel.

Tot op heden is geen onderzoek gedaan naar de samenhang tussen seksueel gedrag en de vervroeging van de puberteit. ``Maar in principe is er natuurlijk een onlosmakelijk verband tussen lichamelijke rijping en het moment waarop seks het leven binnenkomt'', aldus Ton Vogels, ontwikkelingspsycholoog bij TNO Preventie en Gezondheid en projectleider van het nationale Scholierenonderzoek Jeugd en Seks 1995. ``Zonder hormonen gebeurt er weinig op het gebied van seks.''

Het scholierenonderzoek duidt op een duidelijke vervroeging van seksueel gedrag sinds 1980, en op een versnelling van de fases die in de seksuele ontwikkeling worden doorlopen. Begin jaren negentig vlakte die vervroeging af. ``Er spelen ten aanzien van de lagere leeftijd waarop jongeren met seks beginnen ook een hoop sociaal-culturele factoren'', zegt Vogels. ``De houding van ouders, van de media en niet in de laatste plaats van de jongeren zelf is van groot belang. Neem het verschil tussen lbo- en vwo-leerlingen. De laatste groep probeert voorzichtig een tongzoen als de eerste zo'n beetje al aan geslachtsgemeenschap toe is.''

naakt vrijen

De leeftijd van de eerste tongzoen lag volgens het scholierenonderzoek in 1995 op gemiddeld 12,7 jaar, bij naakt vrijen was dit 14,6 jaar en de eerste geslachtsgemeenschap kwam op 15,1 jaar. Meisjes beginnen later maar gaan sneller door de verschillende stadia heen: rond het zestiende levensjaar hebben ze de jongens ruimschoots ingehaald. Het `ervaringstraject' duurt bij meisjes 3,4 jaar tegen 4,9 jaar bij de jongens.

Volgens Vogels heeft de interpretatie van de vervroeging van de puberteit in de Verenigde Staten en Engeland een puriteins tintje. ``De koppeling tussen lichamelijke rijping en te vroeg seksueel gedrag is sterk overdreven. Vervroeging van seksueel gedrag is een gevolg van betere voeding én van een vrije jeugdcultuur, zoals de hele Westerse wereld die kent.''

Het onderzoek van Marcia Herman Giddens was aanleiding voor Mul de ondergrens van de puberteit voor Nederlandse jongeren vast te stellen. Daartoeputte hij uit het Nationale Groeionderzoek uit 1997, waarin 3.909 jongens zijn onderzocht op geslachtsbeharing en testisgrootte, en 3.454 meisjes op de ontwikkeling van de borsten en de menarche, de eerste menstruatie. Groot was de verbazing toen bleek dat het begin van de puberteit in Nederland sinds 1980 is gestabiliseerd. Gemiddeld beginnen meisjes er rond 10,7 jaar mee, het moment waarop het borstweefsel zich begint te ontwikkelen. De menarche ligt op 13,2 jaar. Jongens raken in de puberteit als ze 11,5 zijn, wat samenhangt met de groei van de testikels. Geslachtsbeharing is geen kenmerk van het begin van de puberteit, vindt Mul. Zijn bevindingen wijzen uit dat een vroege, maar nog steeds normale, puberteit voor Nederlandse meisjes tussen de acht en tien jaar kan beginnen. Bij jongens ligt dat tussen de negen en elf jaar. Jongeren van buitenlandse afkomst zijn in dit onderzoek weggelaten omdat ze in de eerdere groeionderzoeken van 1955, 1965 en 1980 ook afwezig waren. Als ze wel waren meegenomen, zou volgens Mul de gemiddelde puberteitsleeftijd iets dalen, maar niet onder de vastgestelde ondergrens.

Deze uitkomst gaf Mul aanleiding nog eens kritische naar het Amerikaanse onderzoek te kijken. ``Het bleek niet representatief'', zegt hij. ``Het ging om een groep meisjes die bij de kinderarts verschenen. Die meisjes waren langer en dikker dan de gemiddelde Amerikaanse meisjes. Daarnaast zijn de borsten niet onderzocht. Ze zijn niet gepalpeerd – door de arts betast – maar alleen met het oog bekeken. Dan kan het ook om gewoon vetweefsel gaan. En geslachtsbeharing werd ten onrechte als een teken van beginnende puberteit gezien.''

leptine-eiwit

In het Nationale groeionderzoek van 1997 is ook gekeken naar de lengte en het gewicht op het moment van de menarche. Daar kwam uit dat langere en zwaardere meisjes vroeger in de puberteit raken dan hun kleinere en lichtere leeftijdsgenoten. Volgens Mul heeft dit te maken met het feit dat het lichaam eerder de `kritische lichaamsinhoud' bereikt die de puberteit op gang helpt. ``We weten nog steeds niet exact wat de puberteit in werking zet. Het is een samenspel van factoren. Een van die factoren is waarschijnlijk het leptine-eiwit dat in de vetcellen wordt aangemaakt. Vandaar de link tussen lichaamsvet en een vroege puberteit. En lichaamsvet vloeit weer voort uit een samenspel van voeding en genetische factoren.''

Met name verbeterde voeding en het hoge peil van de gezondheidszorg gelden als de oorzaken van de vervroeging van de puberteit tussen 1950 en 1980. Mul: ``En klaarblijkelijk hebben we in Nederland rond 1980 wat dat betreft de grens bereikt.'' In vergelijking met Azië en Afrika begint de puberteit in Westerse landen eerder. Opvallend bij geadopteerde meisjes in Nederland is dat deze vroeger menstrueren dan meisjes in het land van herkomst. ``Het is te vergelijken met kinderen die te vroeg geboren zijn'', zegt Mul. ``Die raken ook sneller in de puberteit. Het idee is dat een moeilijke start een inhaalmanoeuvre triggert, mits goede voeding aanwezig is. Aan de andere kant hebben we duidelijke bewijzen dat gebrek aan voeding de puberteit uitstelt. Meisjes met anorexia nervosa en turnsters die heel mager zijn menstrueren niet.'' Op het punt van voeding maakt Mul wel onderscheid tussen Nederland en de Verenigde Staten, waar vetzucht (obesitas) veel voorkomt. ``Het zou kunnen dat de puberteit bij een aantal kinderen in de Verenigde Staten eerder inzet omdat ze dikker zijn.''

Wat betreft de openheid rond seksualiteit bestaat tussen Nederland en de Verenigde Staten een groot verschil. Vogels: ``In Nederland geldt seks als een normaal onderdeel van het bestaan. Toch werkt dat in het algemeen geen `te' vroeg seksueel gedrag in de hand, zoals in de Verenigde Staten wordt verondersteld. Nederlandse meisjes denken bewust na over de risico's van een zwangerschap. Ze nemen een duidelijke beslissing over hun eigen seksuele gedrag door vaak al van tevoren naar de dokter te gaan voor een recept voor de anticonceptiepil. Daarin worden ze gesteund door een pragmatische houding van veel ouders.''

Het pilgebruik onder meisjes is in Nederland de laatste tien jaar opgelopen tot het hoogste ter wereld. Met het vroeger met seks beginnen, gebruiken meisjes ook steeds vroeger de pil. Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek slikte in 2000 van alle 16 tot 19-jarige meisjes 54 procent de pil. En 80 procent van alle 20 tot 24-jarigen. Voorzichtige kritiek op deze ontwikkeling komt uit onverwachte hoek. Mattie Rookus, epidemiologe van het Nederlands Kanker Instituut te Amsterdam, vraagt zich af wat bij deze grote groep het gevolg van pilgebruik op de lange termijn is. ``Vergeleken met het gevaar op tienerzwangerschap is het risico op borstkanker bij jonge gebruiksters verwaarloosbaar'', aldus Rookus. ``Maar wat zijn de gevolgen op de lange termijn? Zo is niet bekend wat het gevolg van pilgebruik is voor borsten die nog volop in ontwikkeling zijn, tijdens en kort na de puberteit. Pilgebruik is voor een grote groep vrouwen zo vanzelfsprekend geworden dat daar wel eens kritisch naar gekeken mag worden.''