Pinochet-effecten

TOEN DE BRITSE regering in maart de aangeklaagde Chileense oud-dictator Pinochet om gezondheidsredenen naar huis liet terugkeren, sprak menigeen van ,,verraad'', of althans van doorgestoken kaart. Het beginsel dat voormalige dictatoren zich niet kunnen beroepen op hun onschendbaarheid als staatshoofd was door de Britten plechtig bijgeschreven in de annalen van het internationale recht. Maar de vraag was of de zo spectaculair begonnen zaak-Pinochet niet met een sisser zou aflopen. Zeker toen het Chileense parlement de teruggekeerde oud-dictator ontving met een grondwetswijziging die elke voormalige president verzekert van immuniteit voor strafvervolging.

Nu, aan het eind van het jaar, is de zaak-Pinochet echter nog steeds actueel. Het ondenkbare is gebeurd: het Hooggerechtshof in Chili heeft de immuniteit van Pinochet opgeheven. Ondanks de speciale amnestiewet die Pinochet voor zichzelf en zijn trawanten verzorgde en de haastige grondwetsbepaling die hem ten deel viel. Onlangs heeft de vasthoudende Chileense onderzoeksrechter Guzman zijn arrestatie gelast.

Hoe het afloopt met dit heftig bestreden bevel is moeilijk te voorspellen, maar Santiago begint toch al aardig in de buurt van Londen te komen. Gedurende het gedwongen verblijf van de voormalige dictator in de Britse hoofdstad wegens een Spaans uitleveringsverzoek hamerde de Chileense regering erop dat als een proces ergens op zijn plaats was het in het eigen vaderland was. Het omgekeerde is natuurlijk ook waar. Zonder de dreiging van een buitenlandse vervolging was het waarschijnlijk zo ver niet gekomen.

DE SPAANSE STRAFZAAK berustte op het beginsel van de universele rechtsmacht voor misdrijven tegen de menselijkheid. Dat is hetzelfde beginsel op grond waarvan het gerechtshof in Amsterdam onlangs een strafvervolging heeft gelast tegen Desi Bouterse wegens betrokkenheid bij de infame decembermoorden in Suriname van 1982. In deze beslissing is duidelijk een Pinochet-effect merkbaar. Ook in Suriname zelf is de dreigende verjaring inmiddels gestuit. Paramaribo heeft een bekende Nederlandse strafpleiter in de arm genomen om te adviseren bij het onderzoek tegen de voormalige legerleider. Dat illustreert dat het voor Suriname geen eenvoudige opgave is deze zaak te klaren. Dit laatste heeft indien enigszins mogelijk de voorkeur, want de decembermoorden vormen nog steeds een belemmering voor de ontwikkeling van het politieke leven in de kleine republiek. Daar valt vanuit Amsterdam weinig aan te verhelpen.

Dat de voorkeur voor nationale berechting niet eenvoudig is illustreert het geval-Miloševic. De aanklacht van het VN-tribunaal in Den Haag zag er anders uit toen hij nog vast in het zadel zat dan nu de hoofdrol is overgenomen door Koštunica, die de voorkeur geeft aan een waarheidscommissie.

Er vielen het afgelopen jaar nog andere Pinochet-effecten te noteren, zoals de arrestatie van de gevluchte voormalige dictator Habré van Tsjaad in Senegal. Met name in Latijns Amerika heeft het besef dat mensen als Pinochet niet boven de wet staan een serie reacties losgemaakt. Sommige waarnemers zien ook een Pinochet-effect in de actie van de Indonesische justitie tegen oud-president Soeharto, al is in dit geval juist opmerkelijk dat er niet direct gerechtelijke actie in het buitenland dreigde.

ER IS OOK AL een voorbeeld van het schot op lange afstand, waartegen in de Britse procedure tegen Pinochet vanuit het oogpunt van de buitenlandse betrekkingen werd gewaarschuwd: een klacht tegen de Chinese leider Li Peng bij de Amerikaanse federale justitie wegens zijn verantwoordelijkheid voor het bloedbad in Peking van 1989. De rechtspraak van de VS heeft trouwens al verschillende malen een civiele eis tot schadevergoeding wegens schending van de rechten van de mens door buitenlanders tegen buitenlanders gehonoreerd. Een recent voorbeeld betreft de voormalige Bosnisch-Servische leider Karadzic. Deze blijkt tot dusver niet door de VN-vredesmacht op te pakken om in Den Haag te worden berecht, laat staan door een deurwaarder. Het is dan ook de vraag wat de harde lijn in de Amerikaanse jurisprudentie eigenlijk voorstelt.

Chili heeft in elk geval zelf al een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het humanitaire recht. Rechters in dat land beschouwen onopgeloste verdwijningen niet als een delict uit het verleden dat vatbaar is voor verjaring, maar als een voortdurend delict. Zo beloven de daders alsnog in hun eigen zwaard te vallen. Zij dachten vrijuit te kunnen gaan door geen sporen achter te laten, maar deze handelwijze blijkt nu als een zwaard van Damocles boven hun eigen hoofd te hangen zolang zij niet op enigerlei wijze schoon schip maken. Dat moet niet worden onderschat. Het belang van berechting na zoveel jaren ligt niet zozeer in de uiteindelijke straf als in de waarheid die op tafel komt.