Hemels

God, dat gaat nog wel. Het idee dat mensen op deze wereld om zich heen begonnen te kijken en dat ze daar een beetje bang van werden, dat ze zich afvroegen hoe dit alles te verklaren was en wat toch de bedoeling kon zijn, en dat ze zo tot God kwamen – dat heeft wel iets fascinerends.

Maar bij de figuur van Jezus begint mijn geloof al te wankelen. Dat Hij een zoon zou willen en dat die uitgerekend zo'n levensloop moest hebben, dat is toch een beetje volkstoneel. En wat er bij mij helemaal niet in wil: dat Hij, zo hij bestond, van dominees gebruik zou maken om Zijn woord te verkondigen.

Nee, laat ik niet alle dominees over één kam scheren. Ik heb eens over de dorheid van burgemeesters geschreven en sindsdien kom ik steeds die ene uitzondering tegen. Sommige dominees zijn het aanhoren best waard. Nog steeds gebeurt het dat ik, rijdend in de auto, spelend met de radio, in een preek verzeild raak en een tijdje blijf hangen. 't Is zo vertrouwd en behaaglijk allemaal, net een walsje van Strauss.

Maar nou moet je op zondagmorgen eens naar RTL5 kijken, Hour of Power vanuit de Crystal Cathedral ergens in Californië, eens kijken of je geloof bestand is tegen het evangelie van Robert Schuller, het gezicht en de stem van het positieve christendom overal ter wereld, en dan vooral de glimlach van die man, die glimlach die als hij het woord voert voordurend op de loer ligt en op gezette tijden, bij wijze van retorisch hoogtepunt, in zijn volle glorie doorbreekt.

Nu weet ik wel dat er hele volksstammen zijn die deze glimlach anders waarderen, die zich oefenen in de navolging ervan, die niets liever willen dan deze glimlach beërven, maar mij jaagt hij de rillingen over de rug. Ik wed, als je hem kon losmaken uit zijn context, zonder geluid, zonder toga, zonder kerkvolk in de buurt, dat ik hem dan nóg zou herkennen, deze van elke spontaniteit gespeende, tot in de ziel gemanipuleerde glimlach.

Wij hadden in Velp een dominee met precies zo'n glimlach. Die sprak niet over de hemel, die was er al. Ik geloof dat ik zestien was toen ik tot de slotsom kwam: als dat de zaligheid is, doe mij dan maar wat anders