Eerste burger met twee gezichten

Zes jaar geleden kwam Schelto Patijn uit verre bestuurlijke gewesten naar de republiek Amsterdam. Iedereen hield zijn hart vast: zou de Haagse regent bestand zijn tegen het verbale geweld van de Amsterdammers? Patijn begaf zich meteen onder het volk. Een beetje zoals een cultureel antropoloog een inheemse stam bestudeert, onvermoeibaar nieuwsgierig.

Als aanvoerder van de gemeenteraad was Patijn minder op zijn plek. Hij wekte vaak de indruk de gemeenteraadsvergadering `uit te zitten' en was bij vlagen kribbig en geïrriteerd. In de huidige regenboogcoalitie (PvdA, VVD, GroenLinks en D66) had hij de taak alle partijen binnenboord te houden. Dus hield hij – om de lieve vrede – zijn mond over kwesties die onder verantwoordelijkheid van de wethouders vielen. Patijn stelde zich op het standpunt dat hij als benoemd burgemeester alleen gaat over de openbare orde in de stad. Wat niet wegneemt dat hij achter de schermen stille diplomatie bedreef. In het openbaar deed hij dan meestal een stapje terug om de verantwoordelijke wethouder een paar pasjes vooruit te schuiven.

In de discussie over `het multiculturele drama' in Nederland zag Patijn geen reden voor pessimisme. Hij was niet bezorgd. Kijk naar de meisjes op de parfumerieafdeling van de Bijenkorf, zei hij, allemaal gekleurd. Patijn gelooft dat het evenwicht in de stad – waar ongeveer de helft van de bewoners allochtoon is – met de jaren wel goed zal komen.

Vorig jaar april werd Patijn ziek – er werd bij hem kanker geconstateerd. Na vijf maanden werd hij genezen verklaard. Na zijn terugkomst wees hij in de stad opeens de weg. Rekeningrijden? Ja, zei hij nog voordat het college een besluit had genomen. Een aparte deelraad voor de binnenstad? Nee! Zijn daadkrachtige houding na zijn ziekte doet sommigen filosoferen over de vraag hoe de stad eruit zou hebben gezien, als deze nieuwe Patijn zes jaar lang de stad zou hebben bestuurd. Nu vertrekt hij als de burgemeester die de Amsterdammers weer een burgervader gaf.