De virtuele verbeelding

Zal de macht van computers en het internet ertoe leiden dat boeken worden omgevormd tot grenzeloze `hypertekst-structuren' waarin de lezer tevens schrijver is?

Op het ogenblik zijn er twee soorten boeken: boeken om te lezen en boeken om te raadplegen. Bij `lees'-boeken begin je op bladzij één, waar de schrijver je bijvoorbeeld meedeelt dat een misdaad is gepleegd. Je leest door tot het einde, waar je ontdekt wie de schuldige is. Einde boek; einde leeservaring. Zo gaat het zelfs als je iets filosofisch leest, bijvoorbeeld Husserl. De schrijver begint op de eerste pagina en behandelt een reeks vragen, zodat jij kunt zien hoe hij tot zijn conclusies komt.

Encyclopedieën zijn natuurlijk nooit bestemd om van a tot z te lezen. Als ik wil weten of het mogelijk is dat Napoleon Kant ooit heeft ontmoet, pak ik de delen K en N en ontdek dat Napoleon werd geboren in 1769 en overleed in 1821, en dat Kant werd geboren in 1724 en overleed in 1804. Die twee kúnnen elkaar dus ontmoet hebben. Om dat precies te weten, raadpleeg ik een levensbeschrijving van Kant. In een biografie van Napoleon, die veel mensen heeft ontmoet, kan een ontmoeting met Kant wel eens onvermeld zijn gebleven; een biografie van Kant zal er zeker op ingaan.

Gaandeweg veranderen computers het leesproces. Met een hypertekst kan ik bijvoorbeeld alle gevallen opvragen waarin de naam Napoleon verbonden is met Kant. In een paar seconden ben ik klaar. Door hyperteksten raakt de gedrukte encyclopedie verouderd. Maar ook al verspreiden computers een nieuwe vorm van geletterdheid, ze kunnen niet voorzien in alle intellectuele behoeften die ze opwekken.

Binnen afzienbare tijd zouden computers hierin hulp kunnen krijgen van twee vindingen waarvan de exploitatie aanstaande is. De eerste is een kopieermachine waarmee je bibliotheekcatalogi en de boeken van uitgeverijen kunt scannen. Je kiest een boek dat je moet hebben, drukt op een knop en de machine drukt en bindt jouw exemplaar.

De tweede vinding is het e-book: je stopt een microcassette in de rug of sluit het aan op het internet en je hebt jouw boek. Maar dat boek is wel een heel ander boek, te vergelijken met het verschil tussen de eerste Shakespeare-foliant uit 1623 en de laatste Penguin-editie. Sommige mensen die naar hun zeggen nooit gedrukte boeken lazen, lezen nu bijvoorbeeld Kafka in een e-book. Boeken zullen blijven bestaan wegens hun nuttige waarde, maar dat geldt misschien niet voor het creatieve proces waarmee ze tot stand komen. Om te begrijpen hoe dat komt moeten we onderscheid maken tussen systemen en tekst.

Een systeem behelst alle mogelijkheden die een bepaalde natuurlijke taal vertoont. Een tekst daarentegen reduceert de oneindige mogelijkheden van een systeem en vormt een gesloten universum. Neem het sprookje van Roodkapje. De tekst gaat uit van een bepaalde verzameling personages en situaties (een klein meisje, een moeder, een grootmoeder, een wolf, een bos) en komt via een reeks stappen bij een oplossing uit. Je kunt het sprookje als een allegorie lezen en verschillende morele aspecten aan de gebeurtenissen en personages toekennen, maar je kunt van Roodkapje geen Assepoester maken.

Maar veel internetprogramma's wekken de indruk dat een verhaal door achtereenvolgende bijdragen wordt verrijkt. Neem nogmaals Roodkapje. De eerste schrijver schetst een beginsituatie (het meisje gaat het bos in) en het verhaal wordt ontwikkeld door verschillende bijdragen – het meisje komt geen wolf tegen maar in plaats daarvan Pinokkio. Samen gaan ze een toverslot binnen. Misschien nemen ze het op tegen een behekste krokodil. Enzovoorts. Het begrip auteurschap wordt twijfelachtig.

In het verleden is dit ook wel eens gebeurd, zonder dat het auteurschap er hinder van had. Bij de commedia dell'arte was elke uitvoering verschillend. We kunnen nooit één werk aan één auteur toeschrijven.

Er bestaat wel een verschil tussen oneindige, onbeperkte teksten en teksten die op eindige manieren zijn uit te leggen maar fysiek beperkt zijn. Neem `Oorlog en vrede' van Tolstoj: je wilt dat Natasja Koerjagin versmaadt; je zou wensen dat prins Andrzej blijft leven zodat Natasja en hij samen kunnen zijn. Maak van Oorlog en vrede een hypertekst en je kunt het verhaal herschrijven: Pierre vermoordt Napoleon of Napoleon verslaat generaal Koetoesov. Wat een vrijheid! Iedereen is Tolstoj!

In `Les misérables' verschafte Victor Hugo ons een fraaie beschrijving van Waterloo. Hugo weet niet alleen wat er gebeurd is, maar ook wat er had kunnen gebeuren en niet is gebeurd. Met een hypertekstprogramma zou je Waterloo zo kunnen herschrijven dat Napoleon wint, maar de tragische schoonheid van Hugo's Waterloo is dat de gebeurtenissen zich niets aan de wensen van de lezer gelegen laten liggen. De bekoring van tragische literatuur is dat we voelen dat de helden hun noodlot hadden kunnen ontlopen maar dat niet doen door zwakte of trots of blindheid.

Bovendien vertelt Hugo ons: ,,Zo'n val die de hele geschiedenis verblufte, is dat iets zonder oorzaak? Nee... Iemand tegen wie niemand bezwaar kan maken heeft die gebeurtenis teweeggebracht, daar is God aan te pas gekomen.'' Dat is wat elk groot boek ons vertelt, dat God eraan te pas is gekomen. Er zijn boeken die we niet kunnen herschrijven omdat het hun taak is om ons iets te leren over Noodzaak, en alleen als ze als zodanig worden geëerbiedigd kunnen ze ons een dergelijke wijsheid verschaffen. Hun repressieve les is onmisbaar om een hogere staat van intellectuele en morele vrijheid te bereiken.

Umberto Eco is schrijver en taalkundige.

©Project Syndicate

    • Umberto Eco