Criminele jeugdgroep niet altijd een bende

Veruit de meeste jeugdige groepen die zich schuldig maken aan crimineel gedrag laten zich hoogstens karakteriseren als hinderlijk of als overlastgevend. Groepen die een hecht georganiseerde en een hiërarchisch gesloten structuur hebben, vertonen een zwaarder criminaliteitspatroon. Dat blijkt uit een onderzoek van de Advies- en Onderzoeksgroep onder leiding van B. Beke in opdracht van het ministerie van Justitie.

Het departement is bezig een beleidsnotitie op te stellen over de aanpak van problematische jeugdgroepen. In vijf middelgrote gemeenten in Nederland zijn met hulp van de politie ruim 110 problematische jeugdgroepen in kaart gebracht. Hieruit zijn acht jeugdgroepen geselecteerd – variërend van hinderlijk tot crimineel – die enige tijd intensief zijn gevolgd. Vervolgens is uit de bestaande politiedatasystemen aanvullende informatie over de groepsleden van de acht groepen verzameld.

De jeugdgroepen die als hinderlijk, dan wel overlastgevend zijn te typeren vormen met name een probleem voor de openbare orde. De echte criminele jeugdgroepen vereisen een meer op opsporing gerichte aanpak. In `hinderlijke' groepen zijn er één of soms meer subgroepen te vinden die zich met criminaliteit bezighouden. Bij criminele groepen ligt het accent op het verder ontwikkelen van crimineel gedrag en het toepassen van specialisaties binnen een subgroep, aldus de onderzoekers.

Het ministerie van Justitie heeft het onderzoek laten uitvoeren om meer zicht te krijgen op de `dynamische processen' binnen de groepen, zodat ook een indicatie ontstaat van de omvang van de overlast. De informatie moet leiden tot een meer gerichte aanpak op regionaal en lokaal niveau. In het rapport is een `shortlist groepscriminaliteit' opgenomen die kan worden gebruikt door politiefunctionarissen om jeugdgroepen in kaart te brengen.

Uit een inventarisatie blijkt dat er landelijk momenteel meer dan 50 projecten lopen om maatregelen te nemen tegen jeugdgroepen. Het gaat daarbij om voorlichting, voorzieningen als `hangplekken', het bieden van een alternatief in de vorm van arbeid of scholing of – als niets anders resteert – strafrechtelijk optreden.