`ARGUMENTEN WIL IK HOREN. WAAROM GELOOF JÍJ?'

Wat heeft een islamistische docent Levensbeschouwing te zoeken op een katholieke school? Veel, zegt Ali Eddaoudi. In Dordrecht zijn ze blij met hem. Het bisdom Rotterdam niet.

Een islamitische docent die kinderen leert wat de betekenis van Kerstmis is, kan dat? Veel rooms-katholieke scholen vinden van niet is de ervaring van Ali Eddaoudi (27). Vierendertig afwijzingen vielen op zijn deurmat voordat hij anderhalf jaar geleden aangenomen werd als docent Levensbeschouwing op zijn huidige school: het Titus Brandsmacollege in Dordrecht. Het was een klap in zijn gezicht. ``Ik ben belijdend moslim, dat ontken ik niet want dat zou ik verschrikkelijk vinden, maar ik sta in de klas als iemand die objectief en met respect voor anderen les geeft. Als ik de vraag krijg `Meneer, is Jezus echt opgestaan uit de dood?' dan antwoord ik: `dat is het standpunt van het Christendom, maar er zijn ook mensen met een andere religieuze achtergrond die daar anders over denken'. Het is niet mijn taak leerlingen dingen op te dringen. Het Christendom en het Jodendom hebben als monotheïstische godsdiensten veel gemeen met de Islam. Het Boeddhisme en Hindoeïsme niet, maar ook voor die religies heb ik veel respect. Ik wil niet wroeten in iemands identiteit, zoals ik ook niet wil dat iemand in mijn identiteit wroet.''

Al tijdens zijn studie Godsdienst/Islam aan de Hogeschool van Amsterdam ondervond Eddaoudi dat hij niet overal welkom was met zijn achtergrond, zelfs niet op een school met 90 procent allochtone leerlingen. ``De godsdienstleraar daar wilde mij niet ontvangen, `want', zo zei hij, 'ik wil niet samenwerken met moslims'.'' Eddaoudi vermoedt dat scholen bang zijn voor fundamentalisme en indoctrinatie, bang voor het doorgeven van waarden en normen die anders zijn dan de hunne. ``De discussie gaat niet alleen over docenten Levensbeschouwing, want ik ben er van overtuigd dat ik dezelfde ervaringen had gehad als ik Engels had gegeven.'' Het Titus Brandsmacollege waagde de sprong wel. Plaatsvervangend rector Evert van Dijk is er nuchter over: ``Ali Eddaoudi is bevoegd en bekwaam. Simpel. Wij vragen geen docent die het Rooms-Katholicisme aanhangt, maar een docent die de grondslag van onze school, te weten de waarden van het evangelie, respectéért.''

vrije ruimte

Het vak Levensbeschouwing wordt gegeven binnen de vrije ruimte. Het wordt vooral op rooms-katholieke scholen aangeboden. Protestant-christelijke scholen geven overwegend godsdienstles en openbare scholen laten het vak geheel achterwege. Levensbeschouwing reikt verder dan godsdienst. Ook onderwerpen als ethiek, natuur en milieu, popmuziekteksten en seksualiteit komen aan de orde. Daarnaast worden de belangrijkste kenmerken van verschillende religies behandeld. En niet ten onrechte, zo blijkt uit de ervaringen van Eddaoudi: ``Veel leerlingen zijn gelovig, maar ze weten bitter weinig van hun geloof af. Dat geldt voor vrijwel iedereen. Als ik een katholieke leerling vraag wat het belangrijkste feest is voor christenen, zegt hij steevast `kerstmis'.'' Kenmerkend voor Levensbeschouwing is dat er niet vanuit één `waar' geloof gekeken wordt naar andere religies, maar dat alle religies objectief behandeld worden.

Eddaoudi heeft leerlingen in zijn klas die geloven en die niet geloven. Hij heeft katholieken in de klas, protestanten, moslims, joden en hindoestanen. In dit kleurrijke geheel voelt Eddaoudi het als zijn verantwoordelijkheid zijn lessen niet vlak in te kleuren, maar juist ingaan op de verscheidenheid. ``In mijn vak beschouw je het leven van de leerling. Als je maar één richting aanbiedt doe je vele leerlingen tekort.'' Dit standpunt is nauwelijks terug te vinden in de lesmethodes, zo bleek uit onderzoek dat Eddaoudi tijdens zijn studie verrichtte. ``Allemaal zijn ze overgoten met een sausje dat de visie van de auteur(s) weergeeft. Een titel als `Mohammed en zijn werk' vat ik persoonlijk op als een belediging, want daarmee trek je in twijfel dat Mohammed een profeet was.'' Ook de methode die Eddaoudi nu gebruikt is overgoten met een christelijk sausje. Zo wordt de vraag `Jagen, mag dat?' die in de les van 2-mavo aan de orde komt in het boek beantwoord door de jagers zelf, de dierenbescherming en een 'christelijk' meisje dat ook als zodanig wordt geïntroduceerd. ``Dat standpunt probeer ik te negeren'', geeft Eddaoudi toe. ``Ik hou het algemeen. Menselijk.''

moord

Eddaoudi groeide op in een Marokkaans gezin met negen kinderen. Zijn ouders stuurden hem, in navolging van het advies van de basisschool, naar het individueel voorbereidend beroepsonderwijs (ivbo), richting metaal. ``Ik liep stage in een fabriek en keek de hele dag op de klok, omdat ik me zo verveelde. Dit was mijn richting niet.'' Het keerpunt in Eddaoudi's leven was de moord op een vriend uit de club jongens waar hij veel mee op trok. ``Op dat moment besefte ik dat ik zo niet wilde eindigen. Ik dacht `het kan toch niet zo zijn dat we niet meer dan dit kunnen bereiken?' Ik heb toen heel bewust afscheid genomen van alles wat met die club te maken had.'' In die tijd, Eddaoudi was toen twintig, was hij actief in het buurtwerk. Een jongerenwerker zette hem op het spoor van de mbo-opleiding sociaal-pedagogisch werk. ``Maar ik was te laag gekwalificeerd. Met behulp van de conrectrix, die speciaal voor mij ontheffing bij het Ministerie heeft aangevraagd, heb ik het gered. Ik heb haar letterlijk beloofd mijn best te doen en dat heb ik ook gedaan.'' Nu houdt Eddaoudi zich actief bezig met de schoolkeuze van zijn broertjes en zusjes. ``De fout die bij mij gemaakt is, mag niet nog eens gemaakt worden.''

Eddaoudi wil zijn leerlingen aanzetten tot nadenken, het vormen en formuleren van een eigen mening. In de brugklas laat hij ze opschrijven of ze wel of niet in God geloven. Dan krijgt hij heel openhartige verhalen terug. Zoals een brugklasser die schreef: `Ik geloof al twee jaar niet meer. God vind ik best, maar niet voor mij, want ik hou me toch nergens aan. Vloeken is voor mij ook geen probleem, want als God niet bestaat vloek je toch nergens op.' ``De ouders van het meisje in kwestie waren hiervan niet op de hoogte en daar zat zij erg mee. Ik voel dan niet de behoefte dit meisje `terug te leiden' naar het geloof. Ik heb haar gezegd dat ik mij kon voorstellen dat dit voor haar ouders een klap zou zijn, en heb haar geadviseerd het rustig met hen te bespreken. Dat heeft ze gedaan en ze hebben het geaccepteerd.''

Het discussiëren met leerlingen vindt Eddaoudi het aardigste van zijn vak. Discussies over geloven bijvoorbeeld: ``Dan verdeel ik de klas in `gelovers', `twijfelaars' en `niet-gelovers'. Die schrijven elk één betoog waarna ze met elkaar in discussie gaan. Als ze aankomen met `ik geloof in God, want ik heb het overgenomen van mijn ouders' dan is dat voor mij niet voldoende. Dan speel ik echt de advocaat van de duivel om ze uit hun tent te lokken. Argumenten wil ik horen. Waarom geloof jíj?!''