Zelf augurken inleggen

BOEDAPEST. ,,Het bad is de poort naar het lichaam'', had hij gezegd.

Daarom zou hij me zondagmorgen om 8 uur afhalen.

Hij was een vriendelijke jongeman met twee kinderen, twee vrouwen, twee kerstbomen en rechts op zijn voorhoofd een grote knobbelige moedervlek.

Op zijn uitnodiging was ik naar Hongarije afgereisd. Z. heette hij.

De kinderen, één vrouw en één kerstboom had ik inmiddels ontmoet, de rest hield zich op aan de andere kant van de Donau.

Een konijn was er ook nog. En een springtouw. Ik was niet te beroerd om zowel met konijn als met springtouw te spelen en aan het eind van de middag, toen de voorstelling van de gelukkige familie beëindigd moest worden, zei Z. dat hij nu een taxi voor me zou bellen en dat ik op hem moest wachten in een bar.

Want voor we konden baden, moesten we nog naar het verjaardagsfeest van een Hongaarse schrijver. Hij schreef al jaren, maar hij had net voor het eerst van zijn leven een bestseller geproduceerd.

We namen bier en wijn mee en een paar boeken.

Z. belde aan. Daarna liepen we door een binnenplaats.

Ik houd van binnenplaatsen en ik bedacht dat ik niemand kende die niet in één of meerdere leugens leefde. Wie de waarheid niet kent, kan niet liegen.

Ik hoopte die avond iemand te ontmoeten die me zachtjes zou verdoven, als een goede film.

Dat hoopte ik al een paar avonden.

In de keuken stond een pan zuurkoolsoep op het fornuis. Rood van kleur, er dreven grote stukken vlees in.

,,Dit is de specialiteit van de jarige'', zei Z.

Bekend om zijn boeken en zijn zuurkoolsoep, dat was niet slecht.

Een vrouw die Engels noch Duits sprak, drukte mij een kom in de handen.

En de gastheer vroeg: ,,Heb je misschien zin in een augurk?''

Hij haalde een pot uit de koelkast en vertelde dat hij ze zelf inlegde.

Tussen zijn benen stond een fles wijn uit de avondwinkel.

,,U kent mij niet'', zei ik, ,,ik ben met iemand meegekomen, van harte gefeliciteerd.''

Dat interesseerde hem niet. Hij vertelde hoeveel suiker je nodig had om augurken in te leggen. Daarna moest hij verder, maar hij zag nog kans een augurk in een servet te wikkelen en mij die toe te stoppen.

Schrijvers, uitgevers, filosofen, zangeressen in opleiding en vrouwen van, zaten, stonden, hingen en een enkeling kroop.

Er waren geen schone glazen meer.

Een Bulgaarse stelde voor samen een mok rode wijn te delen.

We waakten erover ieder slechts één kant van de mok te gebruiken. Toen er kurkresten in de wijn werden aangetroffen, kwam er een eind aan de erotische vriendschap.

Ik werd voorgesteld aan een goede Hongaarse schrijver die nu in Berlijn woonde.

Hij zei: ,,Ik ben ook in het Nederlands uitgegeven. Misschien heb je mijn roman gelezen, Het treurigste orkest van de wereld?''

Die roman had ik niet gelezen en dat speet me.

,,Ik heb er veel over gehoord'', zei ik.

En hij antwoordde: ,,Hier begint de Balkan.''

Ik keek om me heen.

De Balkan rook naar zuurkoolsoep.

Om één uur gingen de meeste gasten naar huis.

Ik liet mij naar mijn hotel brengen en vanaf daar nam ik een taxi naar het Keleti Station.

Het was nog zo vroeg, en vanaf het Keleti Station gaan de treinen naar Belgrado, dus wie weet kon ik daar nog iemand vinden om indruk op te maken.

En daar gaat het toch om, iemand vinden op wie je indruk kunt maken, omdat je op jezelf geen indruk maakt.

In het Keleti Station om half twee 's nachts trof ik misschien niet het treurigste orkest van de wereld aan, maar toch een orkest dat aanspraak mocht maken op een goede tweede plaats.

In een hoek van de stationshal zaten vijf mensen op de grond. Drie speelden snaarinstrumenten die niet heel veel snaren meer hadden, twee zongen.

Ik bestudeerde de dienstregeling.

Wat moet je anders doen als je midden in de nacht het Keleti Station betreedt in de hoop iemand te vinden op wie je indruk kunt maken?

Langs de muren zaten de mensen wier huid de kleur van het station had aangenomen, zodat je pas na een paar minuten merkte dat ze er waren.

Het was duidelijk dat de bewoners van het Keleti Station meer indruk op mij maakten dan ik op hen.

Ook zij leken experts op het gebied van de waarheid.

,,Ik wilde alleen even weten wanneer de treinen naar Belgrado gaan'', zei ik in mijn beste Duits tegen een lid van het orkest dat zijn snaarinstrument in noodgevallen als wapen leek te gebruiken.

De ochtend van het bad brak aan.

Z. bracht me in zijn auto naar Boeda. Het was een van de oudste baden van de stad.

,,Heb je slippers?'' vroeg hij.

Die had ik niet.

,,Je hebt ze niet echt nodig'', zei hij, ,,maar soms krijg je iets aan je tenen. Ik doe ze aan om de anderen te beschermen, want nu heb ik iets aan mijn tenen. Over een week is het weg. Maar ja, we gaan nu in bad, niet over een week.''

Oudere heren in vesten, dikke mannen in trainingspakken, en krom lopende heren met sikbaardjes wachtten samen met ons op de stoom.

Op de jeugd had dit bad kennelijk niet veel aantrekkingskracht.

Een mevrouw verkocht scheerzeep, shampoo en slippers.

Ik schafte een paar slippers aan en zei: ,,Ik ben nog nooit in een Turks bad geweest.''

,,Je zult het leuk vinden'', zei Z. ,,Het beste is het als je een hele nacht hebt gedronken en buiten ligt er een pak sneeuw, en om dan 's ochtends vroeg naar het Turkse bad te gaan.''

De badmeester gaf mij een hokje, en een grijze lap.

,,Wat doe ik daarmee?'' vroeg ik.

,,Dat bind je om je heen, en aan dit touw maak je de sleutels van het hokje vast.''

Veel bescherming bood de lap niet.

Hij was niet veel groter dan een halve zakdoek.

Sommige, veelal dikke mannen hadden hem als een slab om hun nek gebonden, alsof ze wilde zeggen dat hun buik genoeg bescherming bood tegen ongewenste blikken.

Er waren vier baden en een stoomcabine.

Het was er vol. En halfdonker.

Ik hoorde Hongaars, Russisch, Hebreeuw, Pools, Duits.

In het grote bad was het zo druk dat je tactisch moest manoeuvreren om je plaats te behouden. Druppels licht kwamen door kleine gaten in het plafond naar binnen.

Alles zweette.

Z. was de stoomcabine binnengegaan.

Af en toe controleerde ik of de slab nog rond mijn middel zat.

Ik zocht Z. in de stoomcabine.

Eerst prikte de stoom, daarna begon de pijn.

Sommige mannen stonden stil, anderen bewogen langzaam in de richting van de stoom.

Ik raakte mijn slippers om de drie stappen kwijt. Ze waren veel te groot.

Ik bukte me om ze in de hand te nemen, maar door de mist kon ik ze nergens meer zien. op de tast vond ik een vreemde voet.

,,Ik zoek mijn slippers'', zei ik in het Duits.

De stoom smoorde alle geluiden. Ik had het gevoel nauwelijks meer te kunnen ademen.

Toen voelde ik een hand in mijn nek.

,,Wat doe je op de grond?'' vroeg Z.

,,Ik zoek mijn slippers.''

Hij rende voor me uit naar het koude water.

Mijn slabbetje hing nu om mijn knieën, maar ik was vastbesloten Z. niet nog een keer alleen te laten, dus ik rende door.

,,Dompel je helemaal onder'', zei Z., ,,ook je hoofd, het systeem moet gereinigd worden.''

Alles was teruggebracht tot de ware proporties van de stoom.

Z. dook onder in het ijskoude water, ik volgde hem langzaam.

Ik had nog één slipper en fatsoeneerde mijn slab.

,,Hoe bevalt de pijn?'' vroeg Z.

De onhandigheid van de buitenwereld kleefde nog aan mij, maar ik begreep dat het geen onverstandige keuze was de wereld te verzaken voor een Turks bad.