PAPERBACKS

Jonathan Lethems roman over het Tourette-syndroom

`Free Human Freakshow' is de bijnaam van Lionel Essrog, de verteller van Motherless Brooklyn, de vijfde roman van Jonathan Lethem. Essrog dankt zijn bijnaam aan het feit dat hij lijdt aan het syndroom van Tourette, dat vooral bekend is om de ongecontroleerde scheldpartijen, maar dat ook gepaard gaat met dwangmatig gedrag, zoals het aanraken van iedereen in de omgeving, tellen, zoeken naar symmetrie en het nabootsen van klanken.

Het lot beschikt dat uitgerekend de luidruchtig vloekende Lionel detective wordt. Onopgemerkt samenvallen met de achtergrond is hem niet vergund. Maar wanneer de omgeving gewend is geraakt aan zijn merkwaardige gedrag, wordt hij meestal terzijde geschoven als een gestoorde. Zo wordt hij de Onzichtbare Man, die bovendien dankzij zijn compulsieve brein steeds een stap verder doordenkt dan de tegenspelers.

Lethem heeft prachtig beschreven hoe het zou kunnen zijn om aan Tourette te lijden: de opkomende scheldwoorden voelen als kots in de keel, het brein is constant in discussie met de wereld, soms in gedachten maar vaak genoeg hardop, het dwangmatige aanraken is een levenslang tikkertje spelen (en hij is hem). Zijn kwaliteiten als detective zet hij niet alleen in om te zoeken naar een moordenaar, maar ook om manieren te vinden om de symptomen van zijn syndroom onder controle te houden.

Op buitengewoon aansprekende en humoristische wijze speelt Lethem met clichés uit de detective en de psychologische roman. Tourette is zo'n kwaal die merkwaardiger is dan fictie, en waarover het moeilijk lijkt een goed en geloofwaardig verhaal te schrijven. Het is Lethem gelukt met Motherless Brooklyn.

Jonathan Lethem: Motherless Brooklyn. Faber and Faber,

311 blz. ƒ21,95

Timothy Findley maakt Jung tot een romanfiguur

Op 17 april 1912 doet een man voor de zoveelste keer een zelfmoordpoging. Artsen constateren dat hij dood is, maar een paar uur later komt hij toch weer tot leven. Wat blijkt: de man is onsterfelijk. In de wijde omgeving gelooft niemand hem natuurlijk. De zelfmoordenaar, Pilgrim geheten, wordt schizofreen verklaard en afgevoerd naar een kliniek in Zürich waar hij onder behandeling komt van Carl Gustav Jung. Echt dikke vrienden worden ze niet. Jung blijkt trouwens bij niemand populair. Overtuigd van zijn eigen genialiteit wordt hij gehaat door collega's en later ook door zijn vrouw. In zijn gedrevenheid om de buitenwereld toch vooral te laten zien dat zijn grootheid niet te evenaren is, zet Jung alles op alles om Pilgrim te `genezen'.

Dat is zowel een uitdagende als een frustrerende taak. Pilgrim heeft niet alleen flink wat levenservaring achter de rug – net als de mythologische Teiresias heeft hij in allerlei gedaantes al vier eeuwen geleefd – hij is bovendien niet erg gewillig. Pilgrim weigert te spreken en wanneer hij dat uiteindelijk wel doet, is dat vooral om de spot met Jung te drijven.

Met Pilgrim heeft de Canadese schrijver Timothy Findley niet alleen zijn al vaker gebruikte thema van de geesteszieke binnen de maatschappij uitgewerkt, maar ook een gefictionaliseerde levensgeschiedenis van Jung willen schrijven. Daarmee heeft hij wat erg veel hooi op zijn vork genomen: de psychologische gesteldheid van iemand die maar niet dood wil gaan, krijgt te weinig diepgang en de figuur van Jung blijft te vaak steken in een karikatuur.

Timothy Findley: Pilgrim.

Faber and Faber, 486 blz. ƒ21,95

Nadine Gordimer over de taak van de schrijver

`Nothing factual that I write or say will be as truthful as my fiction.' Met deze relativerende opmerking opent Nadine Gordimer Living in Hope and History – een bundel waarin lezingen en artikelen uit de afgelopen veertig jaar zijn verzameld. Dat het haar menens is, blijkt uit het feit dat ze de uitspraak nog eens herhaalde bij haar dankwoord voor de Nobelprijs voor literatuur in 1991.

Het is op het eerste gezicht een opmerkelijke uitspraak voor een zo sterk geëngageerde schrijfster. Maar in haar essays legt ze uit dat de voorkeur voor fictie niet in strijd hoeft te zijn met het belang dat ze aan de inhoud hecht. Zo beschrijft ze in een stuk over de schrijver-journalist Joseph Roth dat ze diens werk heeft gelezen voordat ze van zijn biografie op de hoogte was. Dat was een bewuste keuze, de tragiek van Roth blijkt duidelijker uit zijn werk dan uit het levensverhaal. De tekst onthult de mens en niet andersom, benadrukt Gordimer.

Het grootste gedeelte van de bundel wordt ingenomen door bespiegelingen over de positie van de literatuur binnen de samenleving: wat is de rol van de schrijver, hoe moet hij zich uitdrukken en in welke taal, voor wie schrijft hij en voor wie kan hij schrijven? Interessanter zijn de gedeeltes die rechtstreeks ingaan op de politieke situatie van dat moment. In een lezing uit 1959 stelt Gordimer zich de vraag wat apartheid is en in een artikel van 16 jaar later gaat ze in op de index van gecensureerde literatuur.

Dergelijke artikelen geven reliëf aan latere essays over de eerste verkiezingen in Zuid-Afrika voor blank en zwart en het vervolg een jaar later.

Nadine Gordimer: Living in Hope and History. Notes from our Century. Bloomsbury, 245 blz. ƒ33,95

Time Out bundelt verhalen over modern Londen

Ooit begon Time Out als gratis blad dat in Londen werd verspreid om zowel de bezoekers als de bewoners te informeren over wat er in de stad gaande was. Inmiddels is Time Out een imperium, met tijdschriftuitgaven over de hele wereld, diverse reisgidsen, winkels, een website en ook enkele verhalenbundels die aangeven wat er op literair gebied is te doen. Time Out London Short Stories Volume 2 is al de zesde verhalenbundel die onder auspiciën van het tijdschrift wordt uitgegeven. Samensteller Nicholas Royle verzamelde 29 Engelse en Amerikaanse schrijvers, met een lichte nadruk op jong en beginnend. De bundel maakt geen aanspraak op het leggen van lijnen of het presenteren van stromingen. Het is een verzameling verhalen waarin Londen een grotere of minder grote rol speelt, maar die duidelijk niet is bijeengebracht met het oogmerk toeristen te lokken. Londen wordt zelden een thuishaven voor de vaak zoekende hoofdpersonen. Het is een stad vol mogelijkheden en die zijn lang niet altijd aantrekkelijk of begrijpelijk.

Eenzaamheid en vervreemding treden vaak op, en sommige jonge schrijvers weten die overtuigend te vangen. Een verhaal van John O'Connell dat begint met een scène in de metro waarin iemand zich ergert aan het gebruik van de mobiele telefoon door een medepassagier, eindigt in een wonderbaarlijke wederopstanding aan de rand van de stad. In een verhaal van Toby Litt gaat een lesbische affaire nog wekenlang door na de dood van een van de twee partners, tenminste volgens de overgeblevene.

De bundel bevat veel onbekende namen, en sommige van hen zorgen voor aangename verrassingen. Time Out London Short Stories 2 is een geschikte bundel voor wie wil kunnen zeggen iets van het echte Londen te begrijpen.

Nicholas Royle (red.): Time Out London Short Stories 2.

Penguin Books, 340 blz. ƒ25,95

Eerder als hardback besproken in deze krant:

Colin Thubron: In Siberia.

Penguin, 287 blz. ƒ25,95

Thubron doorkruist Siberië, beschrijft zijn indrukken van het landschap, de vervallen gevangenkampen en spreekt met de bewoners. `Hij schrijft niet over zijn eigen leven: toch komen wij nader tot hem doordat wij delen in wat hij onderneemt en vindt van de mensen.'

(J.J. Peereboom, 8.2.00)

Scott Turow: Personal Injuries.

Penguin, 403 blz. ƒ21,95

Een advocaat wordt door de Amerikaanse belastingdienst opgebracht wegens een zwartgeldaffaire. In ruil voor strafvermindering wordt hij spion voor de FBI. `Wonder boven wonder is er toch iets dat de zwakke intrige doet vergeten en dat is Scott Turows weergaloze stijl. Hij weet hoe echte mensen praten, stoere verhalen houden en hoe ze zich voelen.' (Hester Carvalho, 10.9.00)

Sue Townsend: Adrian Mole,

The Cappuccino Years.

Michael Joseph, 390 blz ƒ23,95

De beroemde dertienjarige antiheld uit Secret Diary of Adrian Mole is volwassen geworden en werkt als chefkok in een Londens restaurant.

`The Cappuccino Years is alleen boeiend voor lezers die Adrian van vroeger kennen en willen weten hoe het hem is vergaan. Leuk zijn vooral de details. Townsend spot met de tijdgeest.'

(Judith Eiselin, 24.12.99)