Muziek in een dode stad

De Grote Kerk van Veere stond eeuwen leeg, maar heeft zijn bestemming gevonden als concertzaal voor hedendaagse muziek.

Over een lange lege weg, volgens de overlevering nog aangelegd door Napoleon, rijd ik met Ad van 't Veer naar Veere. Achter ons ligt Middelburg, de slaperige stad, waar Van 't Veer met zijn geruchtmakende stichting Nieuwe Muziek Zeeland een paar moeizame decennia met de subsidiërende gemeente doorbracht. Voor ons ligt het reeds lang ontslapen `dode' stadje, beheerst door de machtige Grote Kerk. Daarin vestigt Van 't Veer zich volgend jaar met Nieuwe Muziek Zeeland. Voor het eerst sinds eeuwen zal het verstilde Veere weer van zich doen horen. De Grote Kerk wordt niet alleen de oudste maar ook de grootste concertzaal van ons land. Van 't Veer verklaart met geamuseerde plechtigheid: ,,De Grote Kerk wordt een kathedraal vol kunst.''

Van 't Veer (59), de dwarse zoon van een fabrikant van rabarberlimonade, is in muzikaal Nederland een fenomeen. Nieuwe Muziek Zeeland organiseert al een kwart eeuw opzienbarende festivals en steekt daarmee Amsterdam naar de kroon. Wereldberoemde componisten als Xenakis, Goeyvaerts, Feldman, Ligeti, Bussotti en Cage kwamen persoonlijk naar Middelburg. Legendarisch is nog steeds de Zeeland Suite (1977) van jazzpianist Leo Cuypers, een serie optredens op Zeeuwse lokaties, vastgelegd voor tv en grammofoonplaat.

Daar doemt Veere op. Als een kloek tussen haar kuikens, ligt de Grote Kerk temidden van de Veerse huizen. Zó groot is de kerk en zó klein is het oude kwetsbare vestingstadje, dat bij nacht en ontij heel Veere erin kan worden opgeborgen. De dikke Campveerse toren, die het haventje beschermt, past in een van de dwarsbeuken. Het slanke torentje van het stadhuis kan worden neergelegd in het middenschip. En de huizen vinden ruim plaats in de zijkapellen. Maar ook zonder te worden opgeborgen, schurkt Veere zich tegen de kerk en schuilt er tegen striemende regen en westerstorm.

De Grote Kerk lijkt geruststellend stevig. Toch is het nauwelijks meer dan een ruïne, hoewel er een dak opzit, zodat de elementen binnen geen vrij spel hebben. De kerkhistorie met veel leed, vernielingen, een brand en de desastreuze verbouwing door Napoleon, is hartverscheurend. Ooit ben ik hier rondgeleid door een oud mannetje dat na elke zin over de vele Veerse rampen uit een ver verleden in zangerig Zeeuws klaaglijk jammerde: ,,En das nou zo jammer, hééé?'' Van 't Veer: ,,Als je de Grote Kerk binnenkomt, val je op je knieën en dank je God dat die kerk er nog is.''

Al bijna 200 jaar vinden in de Grote Kerk geen diensten meer plaats. De Veerse gelovigen van verschillende denominaties kerken nu gezamenlijk in de onaanzienlijke kapel tegen de onvoltooide achterzijde. De 25 meter hoge muur van de Grote Kerk rijst er alles kleinerend bovenuit. De bedoeling was die oude kapel uit 1348 te vervangen door het koor van de nieuwe kerk, maar zover is het nooit gekomen. Sinds 1435 werd er niet verder gebouwd aan de Grote Kerk. De toren, die zeker honderd meter had moeten worden, bleef een stomp. De oude kapel, later deels afgebroken, is nu nog ruim aan de maat.

Als God in deze rechtzinnige streek al geen overmatige belangstelling trekt, hoe zal het hier dan staan met de interesse voor eigentijdse muziek. Ad van 't Veer wil publiek uit Vlissingen en Middelburg gaan ophalen per bus. ,,Op zaterdag rijdt er ook een discobus over Walcheren.'' Hij rekent op toeristen en hoopt dat in voor- en najaar ook een aantal Veerenaren naar zijn concerten zal komen. ,,Maar ik vrees dat andere Veerenaren zullen klagen over geluidsoverlast.'' Met die dikke muren ziet het er niet naar uit. Maar Van 't Veer wijst op de ramen van de kerk: ,,Geen dubbel glas, óók nog koud.''

Verval

Het verhaal van Veere is verval. Vroeger woonden er binnen de wallen meer dan 4000 mensen, nu nog nauwelijks 500. Zeker een kwart van de huizen is alleen 's zomers of in het weekeinde in gebruik. Toen ik als kind in Veere kwam, stonden er altijd oude mannetjes aan de Kaai en onder de antieke walviskaak achter de visafslag. Maar de vissersvloot is weg sinds de afdamming van het Veerse Gat en ook die mannetjes zijn er niet meer. Op een doordeweekse winterse dag is het stadje vrijwel verlaten. Op deze dinsdag buiten het seizoen zijn de drie restaurants gesloten.

,,Van alle `dode' steden is Veere veruit de doodste'', zegt stadshistoricus Peter Blom later die middag in de raadszaal van het prachtige Stadhuis uit 1477. Tegen de trotse gevel staan de beelden van de heren en vrouwen van Borsele en Bourgondië, die in de late middeleeuwen Veere groot en welvarend maakten. De Nederlandse Admiraliteit zetelde in Veere. In de haven lag de Habsburgse oorlogsvloot, de wolhandel op Schotland floreerde. Veere was een boomtown, de Grote Kerk werd in 22 jaar gebouwd. Als het koor was voltooid, had de Veerse kerk zich kunnen meten met de Rotterdamse Laurenskerk of de Amsterdamse Nieuwe Kerk.

Juist die enorme omvang van de kerk stemt Van 't Veer tevreden: ,,Eindelijk kunnen het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble naar Zeeland komen. De zaal van de Middelburgse Kloveniersdoelen is daarvoor veel te klein.'' Van 't Veer gebruikte de Grote Kerk al eerder incidenteel. Zo vonden hier in 1996 uitvoeringen plaats van Psalm 122 in de muzikale zetting van Willem Breuker. De mensheid werd opgeroepen op te trekken naar de vredesstad Jeruzalem, waar Breuker met behulp van een draaiorgel een feestconcert gaf.

Achteraf was Psalm 122 het voorteken van de ommekeer voor Veere, waar meer dan vier eeuwen geleden de neergang begon. Willem van Oranje verkocht de kerkschat ten bate van de Tachtigjarige oorlog. Het pendant van de Campveerse toren aan de haveningang stortte in zee. Veel is afgebroken: het grootse kasteel Sandenburg, de Montfoortse toren, de Nelis toren, de Zanddijkse poort, het Vleeshuis, het Gasthuis, het Arsenaal, tal van woningen. Het Stadhuis is ook al niet meer in gebruik, sinds Veere in 1997 de zelfstandigheid verloor. Het gemeentebestuur zetelt nu in Domburg.

Slechts als de koningin, de markiezin van Veere, hier op bezoek komt en drinkt uit de gouden beker van Maximiliaan van Bourgondië, herleeft nog wat grandeur. De melancholieke pitoreskheid trekt zomertoerisme, nog de enige rechtvaardiging van Veere. Het stadssilhouet is aandoenlijk, met de zware Grote Kerk, het ranke stadhuistorentje en de stoere Campveerse toren. Het onttakelde interieur van de Grote Kerk is zwaar gehavend, kaal en leeg. Juist vanwege die reusachtige zinloosheid is de Grote Kerk voor de bezoeker zo aangrijpend. Geen gebouw in ons land is zó liefdevol verwaarloosd en tegen de loop der historie in ook zo hartstochtelijk in stand gehouden.

Vliegtuigonderdelen

De laatste jaren werd de kerk 's zomers gebruikt als expositieruimte. Maar Veere zoekt al twee eeuwen naar een definitieve bestemming, vertelt Blom, sinds de Engelsen in 1809 de kerk vorderden. Kort daarop werden ze weer verdreven door Napoleon, die vier verdiepingen in de kerk aanbracht. Zo werd de Grote Kerk achtereenvolgens paardenstal, legerhospitaal, tehuis voor bedelaars en opnieuw kazerne. Later leerde de vrouw van de dominee er `onbespied' fietsen, de Veerse jeugd voetbalde er, Fokker sloeg er vliegtuigonderdelen op. In de laatste oorlog waren er weer soldaten. Paarden en koeien vonden hier onderdak, toen Walcheren met geallieerde bombardementen onder water was gezet om de Duitsers te verdrijven. Er waren plannen voor afbraak en de Grote Kerk werd ooit aan de Maastrichtse fabrikant Regout aangeboden als porseleinfabriek. Er was ook een brainstormsessie met de Zeeuw Wisse Dekker van Philips: autoshowroom, moskee, Oranjemuseum, bordeel, appartementencomplex of toch gewoon weer kerk.

Van dat alles kwam nooit iets terecht. Maar nu heeft de gemeente zojuist besloten de Grote Kerk geschikt te maken als concertzaal. In het seizoen zal Van 't Veer er elk weekeinde matinees organiseren. Het plan gaat zes miljoen gulden kosten, de grootste investering in Veere sinds mensenheugenis. In de Grote Kerk, waar het in deze warme decembermaand binnen inderdaad kouder is dan buiten, praten we over de herinrichting, die de kerk geheel onaangetast zal laten.

Van 't Veer legt tegelijkertijd de plannen uit aan Jaap Wisse, de Veerenaar die voor de kerk zorgt. Wisse wil geen koster worden genoemd, omdat de Grote Kerk nu eenmaal niet wordt gebruikt als godshuis. Maar op de muur waarachter ooit het koor had moeten verrijzen, staat wel www.godsgeschenk.nl – een overblijfsel van de zomertentoonstelling. Wisse verhaalt op laatdunkende toon over de problemen van de kunstenaars bij het bevestigen van die letters. ,,Eerst was de ladder te kort. En toen ik met de langste ladder uit Veere kwam, durfden ze er niet op!''

Van 't Veer vertelt op achteloze toon over de prachtige toekomst van de Grote Kerk, nu Nieuwe Muziek er bezit van neemt. Het podium van tien bij tien meter wordt gesitueerd op de kruising van middenschip en dwarsschip. In een deel van het dwarsschip wordt een losstaande toren gebouwd met toiletten, kleedkamers, belichting en het kantoor van Van 't Veer.

Er komen verrijdbare tribunes met 300 stoelen. De zittingen worden opklapbaar, zodat ze niet worden bevuild door de vleermuizen die in de kerk huizen. In de ene hoek naast de ingang komt de koffie, de andere hoek is voor de VVV. De maquette, die een paar jaar geleden werd gemaakt en die Veere nog toont in staat van volle glorie, krijgt een plaatsje in de toren, die 's zomers door enige tienduizenden bezoekers wordt beklommen. Ook komen er exposities van beeldende kunst en de kerk kan ook voor andere concerten worden gehuurd.

Jaap Wisse herhaalt weer veel van de treurigheid van het verleden waaraan hij en zijn voorgangers de bezoekers al eeuwen herinneren. Ze praten nog steeds met een gelaten felheid over de wandaden van Napoleon alsof ze er zelf bij waren en alsof de keizer zelf de gebrandschilderde ramen uit de kerk sloeg en ze vervolgens dichtmetselde, met kleine houten kozijnen op elke verdieping. Met het puin werd de vloer van de kerk opgehoogd, graven werden geruimd, ook die van de Van Borseles en van Valerius, grafzerken werden tot vensterbanken verzaagd. Buiten wijst Wisse er een aan met het jaartal 1608.

Op de stille Markt is er toch nog een bakkerszaak open met koffie en heerlijk luchtige en stroperige Zeeuwse bolussen. Van 't Veer mijmert over de functie van Nieuwe Muziek Zeeland in de Grote Kerk. ,,We zullen hier allerlei soorten muziek laten horen, eigentijdse maar ook oudere. Aan het begin van dit millennium kijken we naar de historie, halen we de geschiedenis naar het heden. De rust in Veere zal niet alleen worden verstoord, maar ook worden aangevuld met stilte. Voor John Cage was stilte muziek.''