Makkelijk succes OM in Clickfonds

Zijn zaak was `pleitbaar', maar toch verkoos een verdachte in het Clickfondsonderzoek om strafvervolging af te kopen. Het OM nam het schikkingsvoorstel dankbaar in ontvangst.

Liever flink financieel bloeden, dan in de schijnwerpers van de rechtszaal de strijd aangaan. Dat lijkt het devies te zijn geweest van de vooraanstaande Nijmeegse medisch specialist F.D., die onlangs strafvervolging bij justitie blijkt te hebben afgekocht in het kader van het beursfraudeonderzoek ('Operatie Clickfonds'). Een mooi winstje voor het openbaar ministerie, helemaal omdat de zaak, zo blijkt uit het onderzoeksdossier, in juridische termen behoorlijk 'pleitbaar' was. Met andere woorden: voor de rechter was het nog maar de vraag geweest of het OM strafrechtelijk wel zo sterk in de schoenen had gestaan.

De zaak van D. maakt in het complexe Clickfondsonderzoek deel uit van een een zijtak die maar nauwelijks in de publiciteit kwam: het onderzoek naar belastingconsulent J.M., waar D. cliënt was. Deze fiscalist runde een belastingadviespraktijk in de buurt van Nijmegen, maar stapte later over naar het internationale kantoor Arthur Andersen. M. had zakelijke banden met een van de hoofdverdachten: de in Zwitserland gevestigde Nederlandse vermogensbeheerder D. de Groot.

Medisch specialist D. was cliënt van M., zo valt op te maken uit het vertrouwelijke justitiedossier, en had een effectenrekening lopen via de Kas Associatie. Maar blijkbaar wilde hij een groot bedrag aan neveninkomsten niet meteen aan de fiscus ten prooi laten vallen. Als specialist met internationale reputatie had D., naast zijn hoogleraarssalaris aan de universiteit van Nijmegen, een behoorlijke secundaire stroom van inkomsten. Dat geld was afkomstig van onder meer honoraria tijdens congressen, maar ook van werk dat hij verrichtte voor de farmaceutische industrie. D. ging te rade bij fiscalist M. die hem adviseerde de gelden onder te brengen in een via het buitenland beheerde stichting. De constructie werd in Zwitserland opgezet en De Groot werd een van de formele bestuurders. Hoewel er uit fiscaal oogpunt vraagtekens kunnen worden gezet bij de transparantie van de constructie, is die in de fiscale advieswereld niet ongebruikelijk. Zolang het geld `stil' in de stichting blijft staan, hoeft er geen belasting over te worden betaald. Of het zijn bedoeling was, is een tweede, maar als D. het kapitaal, bijvoorbeeld na zijn pensionering, uit de stichting had gehaald en opgegeven bij de fiscus, was er hoogstwaarschijnlijk niets aan de hand geweest. Tekenend daarvoor is dat uit het dossier blijkt dat zowel een externe adviseur (de hoogleraar belastingrecht prof. D. Juch), maar ook de Belastingdienst zelf de constructie niet als illegaal kenmerken.

D. liet het geld echter niet staan, maar onttrok op een bepaald moment kapitaal uit de stichting. Dat deed hij met de hulp van een medewerker van De Groot in Zwitserland. Vervolgens maakte hij het geld over naar zijn zoon in Azië. Zo werd het geld 'actief' en had er belasting over moeten worden betaald.

Het OM kwam de zaak bij toeval op het spoor toen ze, in het kader van het Clickfondsonderzoek, in Zwitserland de administratie van De Groot in beslag nam. Toen D. zijn geld uit de stichting wilde halen om naar Azië te sturen, moest het stichtingsbestuur immers een formele `afstandsverklaring' maken. Dit document werd in de administratie aangetroffen en D. liep tegen de lamp, en met hem zijn belastingadviseur M. In de Groots papieren werden meer cliënten van hem aangetroffen. Zo werd een netwerkje zichtbaar van vijf klanten van M., die volgens justitie allemaal belastingontduiking te laste kon worden gelegd. M. zelf, die gedwongen vertrok bij Arthur Andersen, zal zich later moeten verantwoorden. Het OM vindt dat hem medeplichtigheid aan fiscale fraude kan worden verweten.

De zaak van D. had voor de rechter trouwens nog interessant kunnen worden, omdat over de strafrechtelijke aspecten nog wel enige discussie mogelijk is. Immers: met de constructie rond de stichting zelf is formeel niets mis. Wel – fiscaal – verwijtbaar is het feit dat er geld uit de stichting werd onttrokken, zonder dat daar belasting over werd betaald. Maar het bewijsmateriaal voor dat feit heeft justitie in eerste instantie in Zwitserland vergaard. En documenten uit dat land mogen niet worden gebruikt voor het aantonen van belastingontduiking. Toch wilde D., waarschijnlijk bang voor nóg meer reputatieschade in het kleine medische wereldje, de strijd in de rechtszaal blijkbaar niet aan. De afgelopen jaren drong hij via zijn raadsman meerdere malen aan op een schikking. Die is nu dan eindelijk geëffectueerd.

Justitie wil niet ingaan op de vraag waarom andere Clickfondsverdachten, die minder zwaar de belasting ontdoken, zich wél voor de rechter moeten verantwoorden en D. er met een schikking vanaf kan komen. Vermoedelijk is het OM allang tevreden dat de zaak op deze manier kon worden afgehandeld. Met deze omvangrijke financiële afdoening is voor justitie waarschijnlijk een maximaal resultaat behaald.