Kinderstress

Mijn vriendin is zwanger. De baby in haar buik is vijf maanden oud. Volgens de boekjes over zwangerschap moet hij dan ongeveer 21 centimeter lang zijn. Zo groot als mijn hand. Ik ben trots. Als alles goed gaat wordt er straks, over vier maanden, een kind van mij en mijn vriendin geboren.

Het is onze eerste baby. Misschien krijgen we ooit nog een tweede kind. Wie weet. En daarna nog een derde? Maar dat is wel veel. De meeste mensen krijgen een, twee of drie kinderen. Vier of meer is al uitzonderlijker.

Kinderen krijgen, dat noemen ze ook wel `jezelf voortplanten'. Als mijn kind straks een jaar of vijfentwintig is krijgt het misschien ook kinderen, die op hun beurt weer kinderen krijgen. Enzovoorts. Zo krijgen leeuwen jonge welpen, die opgroeien tot leeuwen die weer jonge welpen krijgen die weer opgroeien. Dat gaat zo door. Net als bij olifanten, mussen, vliegen, paarden, schildpadden, noem maar op. Alle dieren proberen zichzelf steeds voort te planten.

Het mooie is, ieder dier doet dat voortplanten op zijn eigen manier. De struisvogel legt tien tot twaalf grote eieren per keer. De keizerpinguïn legt er per keer slechts één. Daar is hij trouwens erg zuinig op. Het mannetje houdt het ei bovenop zijn tenen en bebroedt het zo twee maanden lang. Of neem de muilbroeders. Dat zijn vissen die honderden eitjes leggen. Het vrouwtje houdt ze in haar muil totdat ze uitkomen. En als de jongen uit het ei zijn gekomen blijven ze nog een tijdje in de buurt van hun moeder. Dreigt er gevaar dan schieten ze allemaal terug in haar muil. Bij de Surinaamse pad gaat het nog mooier. Het vrouwtje legt eitjes die het mannetje vervolgens bij haar op de rug deponeert. Daarna begint de rughuid van het vrouwtje onmiddellijk te zwellen waardoor elk eitje wegzinkt in een beschermend kuiltje. Kangoeroes krijgen slechts een paar jongen. Ze worden heel snel geboren, maar blijven dan nog zeven maanden in de buidel van de moeder.

Helaas zit er een nadeel aan het krijgen van kinderen. Het kost je een deel van je leven. Dat is bijvoorbeeld uitgezocht bij fruitvliegjes, onder andere door de Nederlandse bioloog Bas Zwaan. Hij zette vijf mannelijke vliegjes en vijf vrouwelijke vliegjes bij elkaar in een klein plastic potje. De vliegen gingen met elkaar paren. Heel vaak. De vrouwtjes legden veel eitjes. Normaal leven fruitvliegen gemiddeld zo'n 50 dagen. Maar de vrouwtjes leefden in dit geval slechts 25 dagen. En de mannetjes 35 dagen. Bas nam nog twee andere potjes. In de ene deed hij vijf mannetjes, in de andere vijf vrouwtjes. De vliegen konden dus niet paren en legden geen eitjes. Hun gemiddelde leeftijd was 70 dagen, bijna anderhalf keer zo oud dan normaal.

Bij vogels is dat ook uitgezocht. En voor hen geldt hetzelfde. Meer eieren, betekent een korter leven. En de mens? Volgens Bas geldt het ook voor de mens. Door het krijgen van een kind zou een mens best wel eens 5 jaar van zijn leven kunnen inleveren. Toch is er iets vreemds. Mensen die geen kinderen krijgen worden over het algemeen niet ouder dan mensen mèt kinderen. Dat komt, zo denkt Bas, dat mensen zonder kinderen over het algemeen iets eenzamer en ongelukkiger zijn. En daardoor leven ze weer iets korter. Nou, ik ben heel gelukkig. Dus dat compenseert voor mijn kind, dat mij vijf jaar van mijn leven kost. Laat 'm maar gauw komen!